Doorgaan naar hoofdcontent

Uitgelicht

De verdwijning van mijn witte Volkswagen Kever

De verdwijning van mijn witte Volkswagen Kever Een auto, een oom en een nogal bijzondere afwikkeling Een Kever met karakter In mijn vorige verhaal vertelde ik over mijn eerste auto, een witte Volkswagen Kever. Een auto die mij in mijn jonge jaren de vrijheid gaf om naar de Grafische MTS in Amsterdam te rijden, op zaterdag naar mijn baantje in Zaandam te gaan en zo nu en dan zonder enige bestemming achter het stuur te kruipen. Het was een Volkswagen Kever uit 1968, uitgerust met een elektrisch systeem van zes volt. Tegenwoordig klinkt dat misschien alsof je een museumstuk probeert te starten, maar destijds was het gewoon mijn auto. En daar was ik best trots op. Ik had er heel wat aan gesleuteld. Want een auto van die leeftijd heeft zo zijn gebruiksaanwijzingen, al staan die niet altijd in een boekje. Soms ontdek je ze vanzelf, meestal op een moment dat het je helemaal niet uitkomt. Ook mijn Kever ontkwam niet aan de tand des tijds. De slijtage begon zich te manifesteren en op een gegeve...

Een regenbui meemaken in Montcourt na maanden droogte

 

Een regenbui meemaken in Montcourt


Wakker worden met honden aan je voeten

Sommige ochtenden beginnen gewoon zoals ze altijd beginnen. Je wordt wakker, gaat naar beneden en nog voordat je goed en wel beseft hoe laat het is, staat daar de ontvangstcommissie al klaar.

De honden.

Alsof je niet een nacht boven hebt geslapen, maar minstens een half jaar op wereldreis bent geweest. Je wordt bekeken, begroet, aangekeken en misschien zelfs een beetje ter verantwoording geroepen. Waar was je? Waarom duurde het zo lang? En vooral: kunnen we nu naar buiten?

Dus eerst maar even met ze naar buiten. De nodige spanning moet er tenslotte af. Het is nog droog en de ochtend voelt eigenlijk heel gewoon. Geen voorteken van wat er later zal komen.

Daarna naar binnen, mijn gebruikelijke ochtendritueel volgen. Koffie zetten, even zitten en langzaam wakker worden.

De honden kennen inmiddels dat ritueel. Ze kijken me aan met een blik die bijna lijkt te zeggen: Ja hoor, koffie. Dat hoort er blijkbaar ook allemaal bij.

Een hond die verdacht veel op zijn baas lijkt

Eén van de honden heeft daar ondertussen een heel eigen invulling aan gegeven.

Hij legt zijn kop neer, doet zijn ogen dicht en binnen nog geen twee minuten klinkt er een bescheiden gesnurk.

Ik moet lachen.

"O," denk ik bij mezelf, "je gaat op je baas lijken."

Want soms word ik zelf wakker van mijn eigen gesnurk. Dat is op zich al een bijzondere manier om jezelf uit je slaap te halen. Je ligt heerlijk te slapen en ergens midden in de nacht besluit je eigen lichaam blijkbaar dat het tijd is voor een geluidscontrole.

Maar goed, dat is een ander verhaal.

De hond ligt ondertussen heerlijk te slapen alsof hij niets heeft gehoord en al helemaal niet verantwoordelijk is voor het geluid dat uit zijn richting komt.

De geur van versgebakken brood

Vannacht heeft de broodbakmachine ondertussen haar werk gedaan.

En dat merk je zodra je beneden komt.

De geur van versgebakken brood hangt in huis. Zo'n geur waar je eigenlijk niets tegen kunt doen. Je hoeft geen honger te hebben, je hoeft niet eens van plan te zijn om te eten, maar zodra die geur je tegemoetkomt, begint ergens in je hoofd toch een klein stemmetje te fluisteren dat een boterham helemaal geen slecht idee zou zijn.

De tafel wordt alvast gedekt.

Niet omdat ik haast heb, maar juist omdat de ochtend alle ruimte lijkt te hebben. Alles op zijn gemak. Eerst dit, dan dat. Geen haast om ergens naartoe te moeten.

Als de tafel klaar is, ga ik weer even zitten.

Koffie erbij.

En gewoon even genieten van het moment.

Dan hoor ik iets wat ik maanden niet heb gehoord

De buitendeur staat open.

En ineens hoor ik een geluid.

Niet echt een vreemd geluid, maar wel een geluid dat ik vanaf april eigenlijk nauwelijks meer heb gehoord.

Regendruppels.

Ik luister even.

Het is zo'n geluid dat je pas echt waardeert wanneer je het een tijd hebt moeten missen. Druppels die op de straat vallen. Het zachte getik dat langzaam de stilte van de ochtend overneemt.

Buiten begint de regen.

En ergens in de verte hoor je het onweer rommelen.

De lucht is donkerder geworden. Natuurlijk is het niet zo helder als wanneer de zon volop schijnt. Maar eerlijk gezegd vind ik dat nu helemaal niet erg.

Integendeel.

Na maanden waarin de zon zich soms wel erg nadrukkelijk heeft laten zien, is deze donkere lucht bijna welkom.

Eindelijk water voor de grond

Ik kijk naar buiten en denk aan de natuur.

De bomen, planten, struiken en bloemen hebben het zwaar gehad. De grond is droog. Alles snakt naar water.

Dus terwijl ik daar met mijn koffie zit, hoop ik vooral dat deze bui een beetje doorzet.

Niet een paar druppels die de straat nauwelijks nat maken en vervolgens alweer verdwijnen.

Nee, laat het maar even serieus regenen.

Geef de grond wat water.

Laat het diep de aarde intrekken.

Misschien kan de natuur zich een beetje herstellen van die lange droge periode. Misschien krijgen de planten weer wat ademruimte. Misschien worden de sloten, tuinen en weilanden eindelijk weer wat natter.

Je realiseert je pas hoe bijzonder regen is wanneer je er lange tijd op hebt moeten wachten.

De geur van natte aarde

En dan is er die geur.

De geur die vrijkomt zodra de eerste regen op droge grond valt.

Natte aarde.

Er zit iets bijzonders in. Een geur die onmiddellijk iets met je doet. Je hoeft er eigenlijk niets voor te doen. Alleen maar buiten staan, luisteren en ruiken.

De straat wordt donkerder door het water.

De bladeren krijgen een frisse glans.

Op de grond ontstaan kleine plasjes.

En ondertussen tikt de regen rustig verder.

Het onweer laat zich af en toe horen, diep rommelend op de achtergrond. Niet dreigend, eerder als een herinnering dat de lucht vandaag iets anders van plan is.

Misschien duurt het maar een kwartier

Natuurlijk weet ik ook hoe dit soort zomerse buien kunnen gaan.

Misschien is het over een kwartier alweer voorbij.

Misschien schuift de bui verder en breekt ineens de lucht open.

En dan komt die koperen ploert weer tevoorschijn.

De zon.

Die heeft zich de afgelopen maanden bepaald niet verstopt en waarschijnlijk staat hij ergens achter de wolken alweer ongeduldig te wachten.

Maar dat zien we dan wel weer.

Voor nu geniet ik.

Ik geniet van het geluid van de regendruppels.

Van de donkere lucht.

Van het gerommel van het onweer.

Van de geur van natte aarde.

Van het feit dat de natuur eindelijk weer wat water krijgt.

En misschien nog wel het meest van het simpele gegeven dat ik hier binnen zit met een kop koffie, een huis dat ruikt naar versgebakken brood en een hond die inmiddels ligt te snurken alsof hij een hele nacht heeft doorgehaald.

Een gewone ochtend die ineens bijzonder wordt

Het mooie van dit soort momenten is dat er eigenlijk niets spectaculairs gebeurt.

Er is geen groot avontuur.

Geen bijzondere gebeurtenis.

Geen reis die je moet onthouden.

Het is gewoon een ochtend in Montcourt.

Honden begroeten je alsof je maanden bent weggeweest. Een broodbakmachine heeft 's nachts stilletjes haar werk gedaan. De koffie staat op tafel. Een hond ligt te slapen. En buiten begint het eindelijk te regenen.

Toch zijn het precies dit soort momenten die blijven hangen.

Misschien omdat je even niets hoeft.

Je hoeft alleen maar te luisteren.

Naar de regen.

Naar het gerommel in de verte.

Naar het zachte gesnurk van een hond.

En misschien ook een beetje naar jezelf.

De regen tikt ondertussen rustig verder op de straat.

Ik neem nog een slok koffie.

Buiten wordt de aarde nat.

En ik denk: laat het nog maar even regenen.

De zon komt later wel weer.

Vandaag mag de regen even het laatste woord hebben.

Reacties