Montcourt houdt de adem in
Een verzengende start van de dag
Nadat ik wakker ben geworden, loop ik zoals iedere ochtend met de honden naar buiten. Heel even had ik gehoopt dat de nacht wat verkoeling had gebracht. Je kent dat gevoel wel; je doet de deur open en verwacht een frisse ochtendlucht. Maar nog voordat ik een paar stappen heb gezet, voel ik het al. De warmte staat er nog. De thermometer geeft al 29 graden aan. Pfff... De zon hoeft nog maar net boven de horizon uit te komen of ze laat direct voelen wie hier de baas is.
De lucht is strakblauw, geen wolkje te bekennen. Geen zuchtje wind dat de bladeren laat bewegen. Alles lijkt stil te staan.
Zelfs de honden voelen het
De honden lopen mee, zoals iedere dag. Er is nog wel enthousiasme, maar het is anders. Minder uitbundig, voorzichtiger. Ze snuffelen wat, zoeken de schaduw op en kijken me af en toe aan. Alsof ook zij begrijpen dat deze warmte niet meer bij een gewone zomerdag hoort.
Wanneer ik "huis" zeg, hoeven ze geen tweede keer na te denken. Ze draaien zich direct om en lopen in stevig tempo terug. Dat zegt eigenlijk alles.
Een stilte die luider is dan geluid
Wat me misschien nog wel het meest raakt, is de stilte.
Normaal is het platteland in deze tijd van het jaar volop in beweging. Tractoren rijden af en aan, boeren zijn op het land en overal klinkt het vertrouwde geluid van machines die doen waarvoor ze gemaakt zijn.
Nu... helemaal niets.
Die stilte heeft iets indrukwekkends. Alsof niet alleen de mensen, maar ook het landschap zelf zijn adem inhoudt. Alsof iedereen wacht op hetzelfde wonder.
Regen.
Water wordt een kostbaar bezit
Zelfs water is niet meer vanzelfsprekend.
Overdag mag er geen water meer worden gehaald bij de wasplaats. Pas na acht uur 's avonds is dat toegestaan, en dan nog onder voorwaarden. Het zijn regels die je liever nooit nodig hebt, maar de droogte laat geen andere keuze.
Hier besef je pas hoe waardevol water eigenlijk is. Niet wanneer het uit de lucht valt, maar juist wanneer het uitblijft.
Een landschap dat om hulp roept
Als je door Montcourt en de omgeving kijkt, zie je een landschap dat langzaam verandert.
De landerijen verliezen hun frisse kleuren. Het gras kraakt onder je voeten. De aarde barst hier en daar open alsof ze haar dorst niet langer kan verbergen. Zelfs de bossen, die normaal zo krachtig en onverstoorbaar lijken, laten hun vermoeidheid zien. Bladeren hangen slap aan de takken en het groen maakt plaats voor tinten die veel te vroeg aan het einde van de zomer doen denken.
Het is alsof de natuur niet langer fluistert, maar schreeuwt om water.
Iedere dag zonder regen laat een nieuw litteken achter.
Samen wachten op de eerste regendruppels
Toch gebeurt er ook iets moois.
In een klein dorp als Montcourt leef je niet alleen naast elkaar, maar met elkaar. We letten op elkaar. Even vragen hoe het gaat, een oogje in het zeil houden bij oudere dorpsgenoten of samen praten over de lucht, op zoek naar een wolk die misschien iets van hoop brengt.
De gesprekken gaan allang niet meer over óf het warm is. Dat weet iedereen. Ze gaan over wanneer de regen eindelijk zal komen.
Want uiteindelijk verlangen we allemaal naar hetzelfde moment.
Dat moment waarop de lucht donker wordt. Waarop de eerste wind opsteekt. Waarop je die onmiskenbare geur van droge aarde ruikt die de eerste regendruppels ontvangt. Het moment waarop de natuur eindelijk weer mag ademhalen en waarop het leven, heel voorzichtig, opnieuw begint.
Tot die tijd wachten we.
Niet uit ongeduld, maar uit hoop. Want hoe machteloos we ons soms ook voelen tegenover de natuur, één flinke regenbui kan een heel landschap veranderen. En misschien nog wel belangrijker: ze kan ook de mensen weer laten glimlachen.
Reacties