Doorgaan naar hoofdcontent

Uitgelicht

De verdwijning van mijn witte Volkswagen Kever

De verdwijning van mijn witte Volkswagen Kever Een auto, een oom en een nogal bijzondere afwikkeling Een Kever met karakter In mijn vorige verhaal vertelde ik over mijn eerste auto, een witte Volkswagen Kever. Een auto die mij in mijn jonge jaren de vrijheid gaf om naar de Grafische MTS in Amsterdam te rijden, op zaterdag naar mijn baantje in Zaandam te gaan en zo nu en dan zonder enige bestemming achter het stuur te kruipen. Het was een Volkswagen Kever uit 1968, uitgerust met een elektrisch systeem van zes volt. Tegenwoordig klinkt dat misschien alsof je een museumstuk probeert te starten, maar destijds was het gewoon mijn auto. En daar was ik best trots op. Ik had er heel wat aan gesleuteld. Want een auto van die leeftijd heeft zo zijn gebruiksaanwijzingen, al staan die niet altijd in een boekje. Soms ontdek je ze vanzelf, meestal op een moment dat het je helemaal niet uitkomt. Ook mijn Kever ontkwam niet aan de tand des tijds. De slijtage begon zich te manifesteren en op een gegeve...

Van 50 graden naar 35: de zomer in Montcourt

 

Van verzengende hitte naar zomerse ademruimte

Een zomer die steeds warmer werd

Het weer in Montcourt heeft de afgelopen maanden een opmerkelijke gedaantewisseling ondergaan. Wat begon als een heerlijke lente, met vanaf april opvallend veel mooie dagen, groeide langzaam uit tot een zomer waarin de zon haar aanwezigheid soms met bijna koninklijke overmacht liet gelden.

’s Morgens opstaan met 25 graden was lange tijd geen uitzondering. Sommige ochtenden begonnen zelfs nog warmer. Alsof de dag al halverwege was voordat hij goed en wel begonnen was. Wie naar buiten stapte, voelde onmiddellijk dat er weinig reden was om zich over een vest of jas druk te maken. De zomer had zich stevig genesteld en was duidelijk niet van plan zich snel terug te trekken.

Naarmate de dag vorderde, klom de temperatuur verder omhoog. Eerst naar dertig graden, daarna naar vijfendertig, veertig en uiteindelijk naar temperaturen die nauwelijks nog bij een gewone zomer leken te horen.

Veertig graden werd het nieuwe normaal.

En alsof dat nog niet genoeg was, waren er dagen waarop de thermometer de grens van vijftig graden bereikte, soms zelfs overschreed. Getallen die op papier al indrukwekkend zijn, maar die in werkelijkheid pas echt betekenis krijgen wanneer je buiten staat en merkt dat de warmte niet langer alleen om je heen hangt, maar letterlijk overal aanwezig is.

De nacht bracht geen verkoeling

Overdag kun je de hitte nog enigszins accepteren. Je past je ritme aan, zoekt de schaduw op, drinkt extra water en probeert de zwaarste werkzaamheden te bewaren voor de vroege ochtend of de avond.

Maar de nachten waren een verhaal apart.

De temperatuur begon soms rond de zeventien graden en liep vervolgens gedurende de nacht langzaam op richting de drieëntwintig. Dat klinkt misschien niet extreem, maar wanneer de muren en de grond overdag urenlang warmte hebben opgenomen, blijft die warmte zich ook na zonsondergang gedragen alsof de dag nog lang niet voorbij is.

Het werden plaknachten.

Nachten waarin het bed nauwelijks nog een plek van verkoeling was. Waarin je je omdraaide, het dekbed van je aftrapte, het raam opende en hoopte dat een klein briesje zich naar binnen zou wagen.

Sommige nachten waren zo warm dat slapen bijna een onderneming werd. Je kon wakker worden en letterlijk voelen hoe het zweet langs je lichaam liep en druppelde. Niet het soort warme nacht waarop je denkt: wat is het toch een heerlijke zomer. Nee, dit was warmte die je slaap binnendrong en je lichaam eraan herinnerde dat de thermometer buiten nog altijd geen genade kende.

Vijf hittegolven sinds april

Wanneer je terugkijkt, wordt pas goed zichtbaar hoe bijzonder deze zomer is geweest. Vanaf april hebben we al zoveel mooie en warme dagen gehad dat de overgang naar deze extreme hitte bijna vanzelfsprekend leek te worden.

Inmiddels hebben we vijf hittegolven achter de rug.

Vijf perioden waarin de temperatuur zich nadrukkelijk boven het normale zomerse niveau verhief en waarin het dagelijkse leven zich opnieuw moest aanpassen aan de omstandigheden.

Toch is het merkwaardige aan extreem weer dat je eraan went. Wat in het begin uitzonderlijk voelt, wordt na verloop van tijd bijna gewoon. Een temperatuur waarbij je een paar maanden eerder verbaasd naar de thermometer zou hebben gekeken, wordt ineens onderdeel van het dagelijkse gesprek.

Hoe warm wordt het vandaag?

Veertig?

Ach, dat valt mee.

Dat is misschien wel het vreemdste aan een zomer als deze.

Eindelijk weer wat ademruimte

De afgelopen nachten is er echter iets veranderd.

De temperatuur is behoorlijk gezakt. Zo sterk zelfs dat je ’s nachts of in de vroege ochtend weer behoefte hebt aan een zomerdeken. Ineens voelt het kil. Een merkwaardige gewaarwording na weken waarin je juist verlangde naar verkoeling.

Ook de ochtenden zijn veranderd. Waar je eerder wakker werd in een kamer die al warmte uitstraalde, begint de dag nu rond de twintig graden.

Dat voelt bijna fris.

Gedurende de dag loopt de temperatuur vervolgens weer op, maar voorlopig lijkt het plafond rond de vijfendertig graden te liggen. Nog altijd warm, absoluut, maar na alles wat eraan voorafging voelt vijfendertig bijna als een aangename zomerdag.

En juist dat geeft weer ruimte.

Ruimte om klusjes te doen.

In huis kan eindelijk weer eens wat worden aangepakt zonder dat je na een kwartier het gevoel hebt alsof je persoonlijk tegen de zon aan het verbouwen bent. Ook buiten ontstaat er weer wat bewegingsvrijheid. Je kunt plannen maken zonder voortdurend rekening te hoeven houden met de vraag of het verantwoord is om midden op de dag iets te ondernemen.

De zomer krijgt daarmee opnieuw iets menselijks.

Het weer vanuit een ander standpunt

Wat er de komende weken gaat gebeuren, is onmogelijk te voorspellen. Misschien komt er nog een nieuwe hittegolf. Misschien blijft het bij warme dagen met koelere nachten. Misschien krijgen we regen die de grond broodnodig kan gebruiken.

Ik laat het maar over me heen komen.

Want uiteindelijk is het maar net vanuit welk standpunt je naar het weer kijkt.

Ga je op vakantie, dan verlang je misschien naar drie weken lang zon. Elke ochtend een strakblauwe hemel, iedere middag warmte en geen wolkje dat zich met jouw vakantie bemoeit. Regen wordt dan bijna een persoonlijke belediging.

Maar kijk je vanuit het perspectief van een boer, dan verandert dat beeld volledig.

Die verlangt niet alleen naar zon, maar ook naar regen. Naar water voor de gewassen, naar vocht in de bodem en naar omstandigheden waarin het land kan herstellen van langdurige droogte. Voor de één is een regenachtige vakantiedag jammer, voor de ander kan dezelfde regen van enorme betekenis zijn.

En zo kun je nog eindeloos doorgaan.

Een tuinier kijkt anders naar de lucht dan een toerist. Een wandelaar anders dan iemand die op een dak werkt. Een eigenaar van een zwembad verlangt misschien naar nog hogere temperaturen, terwijl iemand zonder airconditioning bij het zien van de thermometer al begint te zuchten.

Het weer is nooit voor iedereen hetzelfde.

De zomer heeft meerdere gezichten

Misschien is dat uiteindelijk ook wat deze zomer in Montcourt zo bijzonder maakt. Het is geen eenvoudig verhaal van warm of koud, mooi of slecht weer. Het is een zomer met vele gezichten.

Vanaf april kwam het mooie weer vroeg op gang. Daarna volgden steeds warmere perioden, uiteindelijk uitmondend in vijf hittegolven. Temperaturen van veertig graden werden vertrouwd, vijftig graden werd werkelijkheid en de nachten veranderden in broeierige uren waarin de slaap soms ver te zoeken was.

Nu lijkt de zomer voorzichtig een stap terug te doen.

De thermometer begint ’s morgens weer rond de twintig graden. Overdag loopt het kwik op naar ongeveer vijfendertig. Nog steeds zomer, nog steeds warm, maar met opnieuw een beetje ademruimte.

Misschien komt er nog meer hitte. Misschien komt er regen. Misschien krijgen we een paar dagen waarop de lucht grijs is en de temperatuur onverwacht laag blijft.

Wat er ook komt, het hoort bij het verhaal van deze zomer.

En voorlopig is het vooral prettig om weer iets meer te kunnen doen. Een klusje in huis, wat werk buiten, een wandeling zonder meteen door de hitte te worden teruggefloten.

Na een zomer waarin de zon soms regeerde als een vorst zonder grenzen, voelt een temperatuur van vijfendertig graden bijna als een vriendelijk gebaar.

De zomer is nog niet voorbij.

Maar gelukkig lijkt hij weer een beetje ruimte te laten voor de mens.

Reacties