Doorgaan naar hoofdcontent

Uitgelicht

De verdwijning van mijn witte Volkswagen Kever

De verdwijning van mijn witte Volkswagen Kever Een auto, een oom en een nogal bijzondere afwikkeling Een Kever met karakter In mijn vorige verhaal vertelde ik over mijn eerste auto, een witte Volkswagen Kever. Een auto die mij in mijn jonge jaren de vrijheid gaf om naar de Grafische MTS in Amsterdam te rijden, op zaterdag naar mijn baantje in Zaandam te gaan en zo nu en dan zonder enige bestemming achter het stuur te kruipen. Het was een Volkswagen Kever uit 1968, uitgerust met een elektrisch systeem van zes volt. Tegenwoordig klinkt dat misschien alsof je een museumstuk probeert te starten, maar destijds was het gewoon mijn auto. En daar was ik best trots op. Ik had er heel wat aan gesleuteld. Want een auto van die leeftijd heeft zo zijn gebruiksaanwijzingen, al staan die niet altijd in een boekje. Soms ontdek je ze vanzelf, meestal op een moment dat het je helemaal niet uitkomt. Ook mijn Kever ontkwam niet aan de tand des tijds. De slijtage begon zich te manifesteren en op een gegeve...

De moestuin na de hitte: strijd tussen plant en natuur


Een wandeling naar de overkant

Vanochtend ben ik naar de overzijde gelopen om weer eens een kijkje te nemen in de moestuin. Het was geen expeditie naar een onbekend continent, al had het landschap daar soms verdacht veel van weg. Ik kende deze plek nog van de hittegolven. De zon had er wekenlang haar koperen helm opgezet en zonder enige vorm van mededogen haar werk gedaan. Alles wat niet sterk genoeg was, moest het ontgelden.

Toch was ik benieuwd.

Misschien, dacht ik, heeft de natuur zich herpakt. Misschien heeft een regenbui de aarde weer tot leven gewekt. Misschien staan de planten er onverwacht monter bij en is er sprake van zo'n wonderbaarlijke wederopstanding waar de natuur patent op lijkt te hebben.

Maar toen ik de moestuin zag, moest ik toch even slikken.

Het eerste wat in mij opkwam, was de oude uitdrukking: "Het onkruid tiert welig."

Nou, daar is werkelijk geen woord van gelogen.

Het onkruid heeft de hitte niet alleen overleefd, het lijkt er sterker uit te zijn gekomen. Alsof de brandende zon voor sommige planten geen bedreiging was, maar eerder een gratis wellnessbehandeling. Terwijl de groenten stonden te zuchten en te kreunen onder de hitte, hebben andere planten zich kennelijk eens flink uitgerekt en gedacht: Nu is het onze beurt.

En zo stond ik daar, tussen de resten van een moestuin die ooit zoveel belofte in zich droeg.

De distels hebben het rijk alleen

De distels zijn er allemaal nog.

Je zou bijna denken dat ze een geheim contract met de natuur hebben afgesloten. Waar andere planten het loodje leggen, steken zij vrolijk hun stekelige koppen boven de grond. Ze staan er fier bij, alsof ze persoonlijk verantwoordelijk zijn voor het beheer van het terrein.

De distel is een plant met karakter. Je kunt hem niet zomaar negeren. Hij laat zich zien, en voelen doe je hem ook als je niet oplet.

Maar de distels zijn niet de enige overlevenden.

Er zijn ook de grondkruipers.

Met grondkruipers bedoel ik die planten die ergens uit de aarde omhoog komen en vervolgens besluiten dat hun territorium een cirkel van ongeveer twee meter moet beslaan. Ze leggen hun uitlopers neer alsof ze een netwerk aanleggen. Eén plant begint ergens en voor je het weet ligt er een compleet wegennet van groene stengels over de bodem.

En probeer dan maar eens zo'n uitloper aan te raken.

Want zodra je denkt: Die trek ik er even uit, breekt hij af.

De plant kijkt je als het ware nog net niet spottend aan en zegt: Probeer het gerust nog eens.

En het mooiste is: je hebt dan eigenlijk alleen maar geholpen.

Want waar de uitloper is afgebroken, kan de plant vrolijk verder groeien. Misschien zelfs nog harder dan daarvoor.

Het is een strijd die je als mens niet zomaar wint.

Op zoek naar de verborgen wortel

Bij zulke grondkruipers is er eigenlijk maar één goede aanpak. Je moet de wortel zien te vinden.

Niet de uitloper.

Niet het stukje groen dat je toevallig boven de grond ziet liggen.

Nee, je moet naar de bron.

Je moet graven en zoeken totdat je ontdekt waar de plant werkelijk vandaan komt. Als je die wortel eenmaal te pakken hebt, bestaat er een kans dat je de hele plant in één keer uit de grond kunt trekken.

Tenminste, als je geluk hebt.

Want ook daar zit weer een addertje onder het gras. Of beter gezegd: een wortel onder de aarde.

De uitlopers kunnen zich namelijk overal tussen nestelen. En als zo'n onverwoestbare groene veroveraar zich eenmaal tussen de boontjes heeft gewurmd, wordt het een heel ander verhaal.

Dan trek je misschien de verkeerde plant mee.

Je begint met het verwijderen van een ongewenste indringer en eindigt met een handvol boontjes in je hand.

Daar sta je dan.

De grondkruiper is weg, maar je oogst ook.

Het is een merkwaardige vorm van tuinieren waarbij je voortdurend moet afwegen welke plant je eigenlijk probeert te redden.

De moestuin is op zo'n moment geen vredige plek meer waar je rustig wat groenten kweekt. Het is een ondergronds schaakbord geworden. Iedere wortel heeft zijn eigen strategie en iedere uitloper lijkt een eigen plan te hebben.

Een trieste aanblik na de hitte

Toch is het vooral een trieste bedoening.

Veel planten hebben de hitte niet overleefd. Wat ooit groen en veelbelovend was, is verdwenen of veranderd in een verdroogde herinnering aan betere tijden.

De aarde zelf lijkt ook te wachten.

Te wachten op regen.

Te wachten op vocht.

Te wachten op het moment waarop de grond weer zacht genoeg wordt om iets nieuws te laten groeien.

Want water is uiteindelijk de grote scheidsrechter in dit verhaal. Zonder voldoende vocht kan zelfs de sterkste plant het moeilijk krijgen. En na zulke lange periodes van hitte vraag je je af hoeveel levenskracht er nog in de overgebleven planten zit.

Toch heb ik in de loop der jaren geleerd dat je de natuur nooit te snel moet afschrijven.

Hoe vaak denk je niet: Helaas, dat wordt helemaal niks meer.

En dan gebeurt er ineens iets.

Een plant die verloren leek, maakt opeens een nieuw blaadje.

Een dorre stengel blijkt toch nog leven te bevatten.

Een stukje groen dat je al had opgegeven, besluit doodleuk verder te gaan.

De natuur heeft soms een merkwaardig gevoel voor timing. Precies op het moment dat je de handdoek in de ring wilt gooien, komt zij met een klein teken van leven tevoorschijn.

Misschien is dat wel het mooiste van een moestuin.

Je hebt er nooit helemaal de controle.

Hoop tussen het onkruid

Dus voorlopig ga ik er maar vanuit dat er nog iets van de moestuin terechtkomt.

De aarde moet weer vochtiger worden. De planten moeten de kans krijgen om zich te herstellen. En misschien zit er onder dat ogenschijnlijk trieste oppervlak nog veel meer levenskracht verborgen dan wij nu kunnen zien.

Ik geef de natuur daarom het voordeel van de twijfel.

Want als er één ding is dat de natuur mij telkens opnieuw leert, dan is het wel dat je nooit te snel moet zeggen dat iets voorbij is.

Misschien komt er alsnog een verrassing.

Misschien komt er na de hitte een periode waarin de tuin zich langzaam herstelt. Misschien blijken sommige planten sterker dan gedacht. En misschien krijgen we uiteindelijk toch nog een resultaat waar we nu helemaal niet meer op rekenen.

Al moet ik eerlijk zijn: voor de dagelijkse groenten ben ik voorlopig blij dat er hier vlakbij een supermarkt zit die ook groente verkoopt.

Want van de moestuin verwacht ik op dit moment helemaal niets meer.

Maar dat betekent niet dat ik haar opgeef.

Ik blijf kijken.

Ik blijf volgen wat er gebeurt.

En ik houd jullie natuurlijk op de hoogte.

Want misschien is deze moestuin vandaag nog een trieste bedoening, een verzameling verdroogde planten, stekelige distels en grondkruipers die hun groene imperium proberen uit te breiden.

Maar morgen kan alles anders zijn.

De regen kan vallen.

De aarde kan zich herstellen.

En ergens onder de grond kan een wortel zitten die denkt:

Wacht maar even. Ik ben er nog.

Reacties