De verdwijning van mijn witte Volkswagen Kever
De verdwijning van mijn witte Volkswagen Kever
Een auto, een oom en een nogal bijzondere afwikkeling
Een Kever met karakter
In mijn vorige verhaal vertelde ik over mijn eerste auto, een witte Volkswagen Kever. Een auto die mij in mijn jonge jaren de vrijheid gaf om naar de Grafische MTS in Amsterdam te rijden, op zaterdag naar mijn baantje in Zaandam te gaan en zo nu en dan zonder enige bestemming achter het stuur te kruipen.
Het was een Volkswagen Kever uit 1968, uitgerust met een elektrisch systeem van zes volt. Tegenwoordig klinkt dat misschien alsof je een museumstuk probeert te starten, maar destijds was het gewoon mijn auto. En daar was ik best trots op.
Ik had er heel wat aan gesleuteld. Want een auto van die leeftijd heeft zo zijn gebruiksaanwijzingen, al staan die niet altijd in een boekje. Soms ontdek je ze vanzelf, meestal op een moment dat het je helemaal niet uitkomt.
Ook mijn Kever ontkwam niet aan de tand des tijds. De slijtage begon zich te manifesteren en op een gegeven moment kreeg de startmotor kuren.
De ene keer deed hij het wel, de andere keer niet.
Dat was op zichzelf al vervelend genoeg, maar er bleek een tamelijk eenvoudige oplossing te bestaan. Een tik tegen de startmotor en jawel, daar kwam het leven weer in de machine.
Je moest alleen weten waar je moest slaan.
Dat was nog eens ouderwetse autotechniek. Geen ingewikkelde computerdiagnose, geen foutcodes uitlezen en geen monteur die eerst een laptop aan de auto moest hangen. Een tik op de juiste plek en je kon weer verder.
Al moet ik erbij zeggen dat deze methode op den duur ook zijn beperkingen heeft. Je kunt moeilijk je hele leven naast de auto blijven staan met een hamer in de aanslag.
Ome Joop treedt aan
Gelukkig had ik een oom die verstand had van dat soort zaken.
Ome Joop.
Ome Joop was een echte doe-het-zelver. Zo iemand die niet meteen naar een garage ging zodra er iets kapot was, maar eerst eens rustig keek of hij het zelf kon oplossen.
In zijn wereld was vrijwel alles te repareren. Een kwestie van kijken, sleutelen, improviseren en vooral niet te snel opgeven.
Toen de problemen met mijn Kever zich begonnen op te stapelen, bood Ome Joop zijn diensten aan.
'Ik maak hem wel,' was de strekking van zijn boodschap.
Dat klonk hoopvol. Mijn oom had ervaring, de auto had aandacht nodig en ik had er alle vertrouwen in dat het goed zou komen.
Dus bracht ik de Kever naar de woonplaats waar Ome Joop woonde en zette ik hem daar neer.
Mijn witte Volkswagen stond voortaan bij mijn oom, in afwachting van een technische wederopstanding.
Het plan was helder: Ome Joop zou de auto onder handen nemen, de mankementen verhelpen en uiteindelijk zou mijn Kever weer vrolijk zes volt aan levenslust rondstrooien.
Tenminste, dat was de bedoeling.
Maandelijkse berichten uit het reparatiefront
In het begin hield ik regelmatig contact met Ome Joop. Eens per maand informeerde ik hoe het ervoor stond.
En iedere keer was er wel iets te bespreken, maar van grote vooruitgang was nauwelijks sprake.
De Kever stond er nog.
Ome Joop was er nog.
En de reparatie bevond zich, voor zover ik kon beoordelen, nog altijd in een toestand van hoopvolle verwachting.
Ik vermoed dat er links en rechts wel iets aan de auto is gedaan, maar een spectaculaire wederopstanding bleef uit.
Toch maakte ik me er niet al te druk om. Ik had immers andere zaken aan mijn hoofd.
Het was inmiddels het begin van mijn laatste jaar aan de Grafische MTS in Amsterdam. En dat betekende dat de tijd begon te dringen.
Toetsweken, voorbereidingen op examens en de wetenschap dat het er nu echt op aankwam. Er moest geleerd worden, er moest werk worden ingeleverd en er moest een diploma worden behaald.
Dat laatste was toch iets belangrijker dan een oude Volkswagen die ergens op een reparatie stond te wachten.
Langzaam maar zeker verdween de Kever naar de achtergrond.
Eerst dacht ik er nog regelmatig aan. Daarna zo nu en dan. En uiteindelijk gebeurde er iets merkwaardigs.
Ik vergat hem.
Ja, werkelijk.
Mijn eerste auto, het voertuig waarmee ik jarenlang naar school reed en mijn vrijheid had ontdekt, verdween stukje bij beetje uit mijn gedachten.
Alsof iemand hem niet alleen fysiek had geparkeerd, maar ook ergens achter in mijn geheugen had weggezet.
Het bericht van mijn vader
En toen kwam er op een dag een mededeling van mijn vader.
'O ja, Ome Joop belde nog.'
Dat klonk niet direct als de aankondiging van een historische gebeurtenis.
Mijn vader vervolgde zijn verhaal.
Ome Joop had de Kever verkocht.
Verkocht?
Mijn witte Volkswagen uit 1968, die ik bij hem had neergezet om gerepareerd te worden, bleek inmiddels een nieuwe eigenaar te hebben.
Maar het mooiste moest nog komen.
Met het geld dat Ome Joop voor de auto had gekregen, had hij de wegenbelasting kunnen betalen.
Lees die zin gerust nog een keer.
Mijn eerste auto was verkocht en de opbrengst was gebruikt om de wegenbelasting te betalen.
Ik weet niet meer precies wat ik op dat moment dacht. De Kever was inmiddels zo ver naar de achtergrond verdwenen dat ik er nauwelijks nog mee bezig was.
Maar als je er achteraf over nadenkt, is het toch een bijzondere manier waarop een auto uit je leven kan verdwijnen.
Geen officieel afscheid, geen laatste rit bij zonsondergang, geen emotioneel moment waarop je nog eens over het stuur strijkt.
Nee, mijn Kever vertrok via Ome Joop, en zijn laatste financiële bijdrage bestond uit het helpen betalen van een belastingaanslag.
Daar sta je dan, als voormalig eigenaar van een auto met een rijke geschiedenis.
Een koninklijk afscheid zonder ceremonie
Als ik het nu zo bekijk, had mijn witte Volkswagen Kever een veel grootser afscheid verdiend.
Een auto uit 1968, zes volt, eigenhandig onderhouden en jarenlang trouwe metgezel van een jonge student. Hij had mij naar school gebracht, naar mijn werk en naar allerlei plaatsen waar ik zonder auto misschien nooit was gekomen.
En uiteindelijk werd hij verkocht terwijl zijn eigenaar druk bezig was met zijn examens.
Het is bijna een koninklijke aftocht, ware het niet dat er geen trompetgeschal aan te pas kwam en niemand met een erehaag klaarstond.
De Kever verdween gewoon.
En Ome Joop? Die had zijn eigen logica gevolgd. Hij was tenslotte een doe-het-zelver. Misschien zag hij de verkoop wel als een praktische oplossing voor een probleem dat maar bleef liggen.
Of hij mij nog uitvoerig heeft verteld hoe de verkoop precies tot stand was gekomen, weet ik niet meer.
Wat ik wel weet, is dat mijn witte Kever uiteindelijk een heel andere bestemming kreeg dan ik ooit had kunnen bedenken.
Sommige auto's verdwijnen, de verhalen blijven
Het bijzondere is dat ik me nog altijd veel herinner van die auto. Het bouwjaar, het zesvoltsysteem, de startmotor die af en toe een aanmoedigend tikje nodig had.
Maar de prijs die ik ervoor betaald heb? Die ben ik vergeten.
En de exacte omstandigheden van zijn verkoop? Ook die zijn in de mist van de tijd verdwenen.
Wat overblijft, is het verhaal.
Mijn eerste auto gaf me vrijheid, bracht me naar school en maakte deel uit van een periode waarin de wereld nog vol mogelijkheden lag.
Dat hij uiteindelijk verkocht werd om de wegenbelasting te betalen, is misschien niet het afscheid waarop een Volkswagen Kever uit 1968 had gehoopt.
Maar het is wel een afscheid dat bij onze familiegeschiedenis past.
En ergens stel ik me voor dat mijn oude Kever, als hij kon praten, er nog één keer een typisch Volkswagen-geluid uit had gegooid.
Een kuchje, een pruttel en misschien nog een laatste startpoging.
Om vervolgens voorgoed te verdwijnen.
Rust zacht, witte Kever. Je laatste rit was misschien niet groots, maar je laatste rekening is in ieder geval betaald.

Reacties
Een reactie posten