Doorgaan naar hoofdcontent

Uitgelicht

Twee jaar in Frankrijk: van verhuischaos naar een nieuw leven

Twee jaar geleden begonnen we aan ons Franse avontuur Vandaag is het precies twee jaar geleden dat wij aan ons Franse avontuur begonnen. Twee jaar alweer. Vanmorgen zaten we samen even terug te denken aan die bijzondere periode. Aan de dag waarop we Nederland achter ons lieten en naar Frankrijk vertrokken. Een dag die in onze herinnering inmiddels bijna legendarische proporties heeft aangenomen. Want als je ons toen had verteld dat onze verhuisdag zou uitgroeien tot een logistiek drama met een vertraagde verhuiswagen, achtergebleven spullen, opslagboxen, telefoontjes en een flinke dosis improvisatie, hadden we je waarschijnlijk voor gek verklaard. We hadden alles gepland. Dachten we. De verhuiswagen zou om acht uur komen. De volgende dag, de 29e, zou de schoonmaker komen. Op de 30e stond de oplevering van ons huis gepland. Er was dus geen ruimte voor vertraging. Geen ruimte voor uitstel. Eigenlijk was er helemaal geen ruimte voor wat dan ook. En precies dát is natuurlijk het moment waa...

Winkels dicht in Frankrijk: wennen aan de tijden

 

Een klus doen in Frankrijk? Eerst maar eens ontdekken of de winkel open is

Er zijn van die dingen waarvan je, voordat je naar Frankrijk verhuist, denkt dat je er vanzelfsprekend aan zult wennen. Je weet immers dat je een ander land binnenstapt. Een land met andere gewoontes, andere gebruiken en een ander ritme. Je weet dat het leven hier niet altijd volgens dezelfde klok tikt als in Nederland.

En dat is nu juist een van de charmes van Frankrijk.

Een lunch is hier niet noodzakelijkerwijs een haastig verorberde boterham tussen twee afspraken door. Een gesprek kan zomaar wat langer duren dan gepland. Een kop koffie heeft geen haast en de dag lijkt soms wat meer ruimte te hebben dan wij Nederlanders gewend zijn.

Daar kan ik uitstekend mee leven.

Sterker nog, ik vind het heerlijk.

Maar er is één aspect van het Franse leven waar ik, ondanks de jaren die inmiddels verstreken zijn, nog steeds met enige verbazing tegenaan kijk.

De openingstijden van de winkels.

En dan vooral wanneer je iets nodig hebt.

Niet morgen.

Niet volgende week.

Maar nu.

Je hebt een klus in je hoofd, je hebt er eindelijk zin in en je wilt aan de slag. Je bent er klaar voor. Je gereedschap ligt gereed, de koffie is gedronken en de handen jeuken om te beginnen.

Totdat je ontdekt dat je één ding vergeten bent.

Een schroef.

Een koppeling.

Een stukje hout.

Een bepaald soort verf.

Of dat ene onderdeel waarvan je heilig overtuigd was dat je het nog ergens had liggen.

Maar natuurlijk ligt het nergens.

En dus moet je naar de winkel.

En daar begint het Franse avontuur.

Een eenvoudige klus die ineens een onderneming wordt

Stel je voor.

Je hebt al een tijdje een klus in gedachten. Niet eens een heel ingewikkelde klus. Zo'n klus waarvan je steeds zegt: dat doe ik binnenkort wel even.

En dan is het eindelijk zover.

Vandaag.

Vandaag ga je het doen.

Je trekt je werkkleding aan, verzamelt je gereedschap en loopt met ferme tred naar de plek waar het allemaal moet gebeuren. Je hebt er zin in. In je hoofd zie je het eindresultaat al voor je.

Maar dan...

Je mist iets.

Je zoekt nog een keer.

Misschien ligt het in de garage.

Nee.

Dan toch in de schuur?

Ook niet.

Je trekt een kast open waar zich in de loop der jaren een complete archeologische verzameling aan oude spullen heeft gevormd.

Je vindt van alles.

Maar niet wat je zoekt.

En dan komt dat moment waarop je jezelf moet toegeven:

Ik moet naar de winkel.

In Nederland is dat meestal niet zo'n drama.

Je stapt in de auto, rijdt naar de bouwmarkt, koopt wat je nodig hebt en bent weer terug voordat je enthousiasme voor de klus is afgekoeld.

Een kwartiertje.

Twintig minuten.

Misschien een half uur als het tegenzit.

Maar daarna kun je verder.

Zo simpel kan het zijn.

Tenminste...

Zo simpel was het voor mij.

Twintig minuten rijden en dan...

In Frankrijk heb ik inmiddels geleerd dat je voordat je naar een winkel rijdt, eerst iets anders moet doen.

Op de klok kijken.

Dat klinkt misschien merkwaardig.

Maar geloof me, het is een gewoonte die je jezelf hier vanzelf aanleert.

Want stel je voor dat je denkt:

Ik spring even in de auto. Ik ben zo weer terug.

Je rijdt twintig of vijfentwintig minuten.

Je geniet onderweg misschien nog van het Franse landschap. De glooiende heuvels, de velden, de bomen langs de weg. Je gedachten zijn alweer helemaal bij de klus. Je ziet jezelf in gedachten al bezig.

Nog even dit halen.

Dan terug.

En over een uurtje is het klaar.

Je draait de parkeerplaats op.

Je zet de auto neer.

Je stapt uit.

Je loopt naar de ingang.

En dan...

Niets.

Geen beweging.

Geen winkelende mensen.

Geen winkelwagentjes die tegen elkaar botsen.

Geen automatische deuren die opengaan.

Alleen een gesloten deur.

Je kijkt nog eens.

Misschien is er iets mis.

Maar nee.

Dan zie je het bord.

FERMÉ.

Gesloten.

Je kijkt op je horloge.

Twaalf uur.

En dan hoor je het bijna iemand met een onaangedane Franse kalmte zeggen:

"C'est midi."

Natuurlijk.

Het is middag.

En de winkel gaat pas om twee uur weer open.

Daar sta je dan.

Vijfentwintig minuten gereden.

Vijfentwintig minuten terug.

En de klus staat nog steeds te wachten.

Op jou.

Op dat ene onderdeel.

En vooral op twee uur.

Op zo'n moment voel je je toch een beetje lullig.

De macht van de Franse lunchpauze

In het begin dacht ik nog:

Ach, dat went wel.

En misschien is dat ook zo.

Misschien moet je je eenvoudigweg aanpassen aan het ritme van het land waarin je woont.

Want achter die gesloten deuren speelt zich natuurlijk gewoon het Franse leven af. Er wordt gegeten. Er wordt geluncht. Mensen zitten aan tafel, praten met elkaar en nemen de tijd.

En eigenlijk is daar natuurlijk helemaal niets mis mee.

Integendeel.

Het is misschien juist een van de dingen die het leven hier zo aantrekkelijk maken.

Maar er is een verschil tussen rustig lunchen en met een half afgemaakte klus voor een gesloten doe-het-zelfzaak staan.

Dat verschil voel je vooral wanneer je zelf degene bent die aan de verkeerde kant van die deur staat.

Je hebt geen honger.

Je wilt geen uitgebreide lunch.

Je wilt één ding.

Dat onderdeel.

Dat ene kleine onderdeel dat ergens achter die gesloten deuren waarschijnlijk gewoon op voorraad ligt.

Maar jij kunt er niet bij.

C'est midi.

En dus wacht Frankrijk.

En jij wacht mee.

Dan maar op zoek naar een andere winkel

De eerste gedachte is natuurlijk:

Er moet toch ergens anders een winkel zijn?

Je pakt je telefoon.

Je zoekt.

Misschien is er een andere bouwmarkt.

Een ijzerhandel.

Een kleine winkel waar ze toevallig precies hebben wat jij nodig hebt.

Maar dan bots je opnieuw tegen de werkelijkheid van het Franse platteland aan.

Frankrijk is groot.

En het platteland is uitgestrekt.

Wat in Nederland een klein stukje rijden is, kan hier zomaar een behoorlijke tocht worden. Winkels liggen niet noodzakelijkerwijs om de hoek. En de volgende doe-het-zelfzaak kan zich rustig tientallen kilometers verderop bevinden.

Dus je zoekt.

En je zoekt.

Maar uiteindelijk blijkt die alternatieve winkel er niet te zijn.

Of hij is ook dicht.

Of hij heeft het niet.

En langzaam begint de werkelijkheid tot je door te dringen.

Je moet naar huis.

Weer vijfentwintig minuten rijden.

En terwijl je terugrijdt, voel je het gebeuren.

Het enthousiasme waarmee je vanmorgen aan je klus begon, verdwijnt langzaam uit beeld.

Eerst was je vastbesloten.

Toen werd je geïrriteerd.

Nu ben je vooral moe van het gedoe.

Thuis is de klus ineens verdwenen

Dat vind ik misschien nog wel het meest wonderlijke.

Wanneer je weer thuiskomt, is de klus die vanmorgen nog zo belangrijk leek, opeens zijn glans kwijt.

Je zet de auto neer.

Je loopt naar binnen.

Je kijkt nog even naar je gereedschap.

Alles ligt er nog.

De planken.

De schroeven.

De materialen.

De hele boel staat geduldig op je te wachten.

Maar dat ene ontbrekende onderdeel ontbreekt nog steeds.

En daarmee lijkt ook het laatste restje energie uit de klus verdwenen.

Laat maar.

Morgen misschien.

Of overmorgen.

Je zou natuurlijk om twee uur opnieuw kunnen vertrekken. Nog eens vijfentwintig minuten rijden. Dan het onderdeel kopen en weer terug.

Maar inmiddels is de middag alweer een flink eind op streek.

En stel je voor dat je dan bij de winkel aankomt en ontdekt dat het onderdeel niet op voorraad is.

Dan kun je misschien beter meteen een stoel meenemen.

Of een tent.

Je weet maar nooit.

En dus schuift de klus op.

Naar morgen.

Naar volgende week.

Of naar dat mysterieuze moment in de toekomst waarop alles samenvalt: je hebt tijd, je hebt zin, het onderdeel is op voorraad én de winkel is open.

Ik heb inmiddels een nieuwe regel

Door schade en schande wijs geworden, heb ik mezelf inmiddels een nieuwe regel opgelegd.

Wanneer ik tegenwoordig een klus wil beginnen, stel ik mezelf eerst één belangrijke vraag:

Heb ik werkelijk alles in huis?

Niet bijna alles.

Niet negen van de tien dingen.

Nee.

Alles.

Ik loop eerst naar de schuur.

Dan naar de garage.

Vervolgens open ik alle kasten waarvan ik eigenlijk allang niet meer weet wat erin zit.

Ik controleer mijn voorraad.

Ik kijk of ik voldoende schroeven heb.

Of het gereedschap compleet is.

Of er genoeg materiaal is.

En vooral:

Of ik dat ene onderdeel heb dat absoluut noodzakelijk is om de klus af te maken.

Heb ik alles?

Dan kan ik beginnen.

Ontbreekt er iets?

Dan zoek ik een andere klus.

Zo eenvoudig is het inmiddels geworden.

Ik heb geleerd mijn klussen te plannen rondom mijn boodschappen. Als ik toch naar de stad moet, denk ik tegenwoordig eerst na over wat ik mogelijk nodig heb.

Niet alleen vandaag.

Maar ook morgen.

Want als ik voor ieder vergeten onderdeel opnieuw vijfentwintig minuten heen en vijfentwintig minuten terug moet rijden, ben ik uiteindelijk meer tijd kwijt aan autorijden dan aan klussen.

En dat kan natuurlijk nooit de bedoeling zijn.

Frankrijk leert je vooruitkijken

Misschien is dat uiteindelijk een van de lessen die het wonen in Frankrijk je meegeeft.

Je leert dat niet alles onmiddellijk hoeft.

Je leert wachten.

Op een winkel.

Op een monteur.

Op een onderdeel.

Op een bestelling.

Op iemand die morgen misschien tijd heeft.

Je leert plannen.

Vooruitdenken.

En soms leer je vooral om je verwachtingen een beetje bij te stellen.

Want waar je in Nederland misschien denkt:

Ik ben iets vergeten, ik haal het wel even.

Denk ik hier tegenwoordig:

Ik ben iets vergeten. Wanneer moet ik eigenlijk naar de stad?

Dat is een subtiel verschil.

Maar wel een belangrijk verschil.

En eerlijk is eerlijk, het heeft ook iets moois.

Het dwingt je om rustiger te leven. Om niet voor ieder klein probleem onmiddellijk de auto te pakken. Om vooruit te kijken. Om beter na te denken over wat je nodig hebt.

Alleen...

Dat inzicht komt meestal pas nadat je een keer voor een gesloten deur hebt gestaan.

Een nieuwe Franse werkelijkheid

Dus als ik tegenwoordig aan een klus begin, kijk ik eerst eens rustig om me heen.

Heb ik alles?

Gereedschap?

Materiaal?

Onderdelen?

En dan misschien wel de belangrijkste vraag van allemaal:

Is de winkel open?

Pas als ik op al die vragen volmondig ja kan antwoorden, begin ik.

Want wonen op het Franse platteland heeft me inmiddels iets geleerd wat ik vroeger nooit had kunnen bedenken.

Een klus begint hier niet wanneer je je gereedschap uit de kast haalt.

Een klus begint niet wanneer je de eerste schroef losdraait.

Een klus begint zelfs niet wanneer je besluit dat je vandaag eindelijk eens aan de slag gaat.

Nee.

Een klus begint hier met het controleren van de openingstijden.

En als je dat vergeet, kan het zomaar gebeuren dat je vijfentwintig minuten later voor een gesloten deur staat.

Je kijkt naar het bordje.

FERMÉ.

Je kijkt op je horloge.

C'est midi.

Je zucht.

Je draait je om.

En je loopt terug naar de auto.

Op weg naar huis.

Waar je gereedschap nog altijd geduldig op je ligt te wachten.

En waar je, eenmaal thuisgekomen, misschien maar besluit om eerst een kop koffie te zetten.

Want de klus?

Die komt morgen wel.

Of overmorgen.

In Frankrijk heeft de tijd tenslotte alle tijd.

Reacties