Doorgaan naar hoofdcontent

Uitgelicht

De verdwijning van mijn witte Volkswagen Kever

De verdwijning van mijn witte Volkswagen Kever Een auto, een oom en een nogal bijzondere afwikkeling Een Kever met karakter In mijn vorige verhaal vertelde ik over mijn eerste auto, een witte Volkswagen Kever. Een auto die mij in mijn jonge jaren de vrijheid gaf om naar de Grafische MTS in Amsterdam te rijden, op zaterdag naar mijn baantje in Zaandam te gaan en zo nu en dan zonder enige bestemming achter het stuur te kruipen. Het was een Volkswagen Kever uit 1968, uitgerust met een elektrisch systeem van zes volt. Tegenwoordig klinkt dat misschien alsof je een museumstuk probeert te starten, maar destijds was het gewoon mijn auto. En daar was ik best trots op. Ik had er heel wat aan gesleuteld. Want een auto van die leeftijd heeft zo zijn gebruiksaanwijzingen, al staan die niet altijd in een boekje. Soms ontdek je ze vanzelf, meestal op een moment dat het je helemaal niet uitkomt. Ook mijn Kever ontkwam niet aan de tand des tijds. De slijtage begon zich te manifesteren en op een gegeve...

Verbouwing deel 3: grandeur, scheve muren en zomerhitte

 Verbouwing deel 3: Grandeur, geometrie en Franse logica

De verbouwing gaat haar eigen gang

De verbouwing gaat z’n gangetje. Niet met de snelheid van een TGV, maar eerder met de ontspannen cadans van een Franse stoptrein die onderweg nog even overweegt of hij vandaag eigenlijk wel zin heeft om te vertrekken.

Maar goed, er zit beweging in. En bij een verbouwing is beweging uiteindelijk het belangrijkste. Zolang er maar iets verandert, kun je jezelf wijsmaken dat je vooruitgaat.

Over waterpassen en Franse grandeur

Wij Nederlanders zijn opgevoed met de waterpas.

Een muur moet recht zijn. Een hoek moet negentig graden zijn. Een vloer hoort horizontaal te liggen. Dat zijn geen meningen, dat zijn bijna religieuze uitgangspunten.

Hier ligt dat kennelijk wat genuanceerder.

De muren staan niet loodrecht op elkaar. Het eerste stuk loopt hol, daarna wordt het bol en vervolgens hangt het geheel ook nog eens achterover. Je zou bijna denken dat de architect destijds niet met een waterpas werkte, maar met een fles wijn en een filosofische overtuiging.

Misschien is dat wel de Franse versie van bouwkunde.

Waar wij zeggen: “Dit staat scheef”, zegt men hier wellicht: “C’est le caractère.”

En eerlijk gezegd begint die gedachte me steeds meer aan te spreken.

Gelukkig hebben we maar vier dimensies

Bij het aanpassen van de muren ben ik blij dat het heelal overzichtelijk is ingericht.

We hebben lengte, breedte en hoogte. En dan nog de tijd.

Meer dimensies zouden bij deze verbouwing ronduit onpraktisch zijn.

Stel je voor dat een muur ook nog ergens de vijfde dimensie in zou verdwijnen. Dan ben je helemaal de draad kwijt.

Dus pas ik me maar aan.

De ene muur een beetje rechter, de andere een beetje minder scheef en vooral zorgen dat het eindresultaat er straks uitziet alsof het allemaal zo bedoeld was.

Dat laatste is misschien wel de belangrijkste bouwregel.

De zomer regeert

Buiten heeft ondertussen niemand boodschap aan mijn planning.

Het is zomer en dat zal ik weten ook.

’s Ochtends is het warm. ’s Middags is het zeer warm. Dat lijkt op papier een klein verschil, maar in de praktijk is het verschil ongeveer dat je ’s ochtends nog denkt dat je prima kunt werken en ’s middags serieus overweegt of je werkzaamheden niet beter kunnen worden overgenomen door iemand die toevallig uit de Sahara komt.

Dus heb ik mijn dagritme aangepast.

In de ochtend zoveel mogelijk doen. Zodra de zon begint te winnen, tempo eruit en zorgen dat alles voor de volgende ochtend klaarligt.

Een soort bouwkundige ochtendspits, gevolgd door een siësta met gereedschap.

De planning heeft andere plannen

Qua planning loop ik inmiddels achter.

Dat klinkt ernstiger dan het is.

De planning en ik hebben simpelweg besloten dat we voorlopig ieder onze eigen weg gaan.

Ik had een bepaald tempo in mijn hoofd. De werkelijkheid heeft daar vriendelijk, maar beslist, een streep door gezet.

Soms kijk ik naar mijn oorspronkelijke planning en denk ik: wat wist ik toen eigenlijk nog weinig.

Maar vervolgens denk ik ook: maak je niet druk, je hebt de tijd.

En dat is waar.

Eigenlijk was dit een winterklus

Het aardige is dat deze klus oorspronkelijk helemaal niet voor de zomer bedoeld was.

Dit was eigenlijk iets voor de winter.

Maar het warme weer heeft ervoor gezorgd dat ik dacht: waarom wachten?

Een gedachte die op een koele ochtend bijzonder verstandig klinkt.

Een paar weken later, wanneer je in de zomerhitte met bouwmateriaal staat te sjouwen, krijgt diezelfde gedachte een iets andere betekenis.

Maar gelukkig hoef ik niet bang te zijn dat ik in de winter zonder werk kom te zitten.

Integendeel.

Er zijn nog genoeg klussen om mij tijdens de donkere maanden bezig te houden.

Help Cees de winter door

Onder het inmiddels bekende motto “Help Cees de winter door” ligt er dus nog een indrukwekkend programma aan werkzaamheden klaar.

De winter hoeft zich geen zorgen te maken.

Ik ook niet.

Er is voldoende te doen om de komende koude maanden comfortabel door te brengen. Misschien zelfs zoveel dat ik tegen die tijd met weemoed terugdenk aan deze warme zomer.

Dat is het wonderlijke van verbouwen: wat vandaag een ellende lijkt, kan over een paar maanden ineens een romantische herinnering zijn.

Grandeur vraagt geduld

Dus ja, het gaat allemaal wat langzamer dan verwacht.

De muren zijn niet recht, de planning is niet strak en de temperatuur werkt bepaald niet mee.

Maar misschien past dat juist wel bij Frankrijk.

Een beetje grandeur, een beetje improvisatie, een vleugje architectonische vrijheid en vooral het vermogen om rustig te blijven wanneer iets niet helemaal loopt zoals je had bedacht.

De verbouwing wordt geen klinisch rechte Nederlandse doos.

Het wordt iets met karakter.

En als straks alles klaar is, zal ik waarschijnlijk vol overtuiging vertellen dat die holle muur, die bolle muur en dat achteroverhangende stuk allemaal bewust zijn ontworpen.

Franse grandeur.

Niet alles hoeft recht te zijn om mooi te worden.

En zolang er beweging in zit, komt het uiteindelijk wel goed.

Met een beetje geduld.

En een waterpas.

Voor de zekerheid.

Reacties