Zoeken in deze blog
Verhalen over wonen en leven in Frankrijk, midden op het rustige platteland van de Haute-Saône. Vanuit ons oude huis in Montcourt schrijf ik over het dagelijks leven, de tuin, de natuur, het Franse dorpsleven en de cultuur. Over wat we meemaken, ontdekken en beleven, van kleine alledaagse momenten tot bijzondere gebeurtenissen. Een persoonlijke kijk op het leven in een klein Frans dorp, waar de seizoenen en het ritme van het platteland nog duidelijk voelbaar zijn.
Uitgelicht
- Link ophalen
- X
- Andere apps
Zondag vol lekkers: saté, gehaktballetjes en nasi
Vandaag wordt zo’n zondag waarop eten niet zomaar eten is. Het begint als een gedachte, ergens tussen de koffie en het moment waarop je beseft dat je eigenlijk best trek hebt, en voor je het weet staat je hoofd vol met geuren, pannen, sauzen en plannen voor vanmiddag én vanavond. Een dag waarop de keuken langzaam verandert in het hart van het huis.
Een zondag waarop de keuken de hoofdrol speelt
Er zijn van die zondagen waarop je nog helemaal niet hoeft te weten wat je gaat eten, maar waarop je maag alvast begint mee te denken.
Vandaag is zo’n dag.
Het begon eigenlijk heel eenvoudig. De gedachte aan saté met pindasaus kwam voorbij. Niet zomaar saté, maar van die stukjes vlees die langzaam mooi bruin worden, met hier en daar zo’n donker randje waar de hitte precies heeft gedaan wat je hoopte. Daar hoort natuurlijk pindasaus bij. Romig, hartig, een tikje zoet, lekker dik zodat hij aan het vlees blijft hangen.
En dan een stuk stokbrood.
Vers afgebakken, krokant aan de buitenkant en zacht vanbinnen. Gewoon om in die pindasaus te dopen. Dat ene stukje stokbrood dat je eigenlijk alleen maar gebruikt om de saus van je bord te halen, maar waarbij je vervolgens denkt: nog eentje dan.
En misschien een klein beetje nasi.
Niet overdreven. Gewoon een bescheiden portie, omdat er tenslotte ook saté en stokbrood op tafel staan. Maar die nasi hoort erbij. Een beetje rijst, wat groenten, kruiden, alles even gebakken zodat de geur uit de pan opstijgt en door de keuken trekt.
Dan weet je het al.
Vanavond wordt geen maaltijd die toevallig op tafel verschijnt.
Vanavond wordt er gegeten.
Eerst nog even rustig beginnen
Het mooie van zelf koken is dat het eten al begint voordat je daadwerkelijk aan tafel zit.
Je snijdt.
Je roert.
Je bakt.
Je proeft.
Je doet er iets bij.
Je proeft opnieuw.
En ergens tussen al die handelingen door begint de middag sneller te lopen.
De saté moet worden voorbereid. De pindasaus moet worden gemaakt. De nasi vraagt zijn eigen moment in de pan. Misschien moet er nog een stokbrood de oven in.
Het zijn geen ingewikkelde dingen, maar samen vormen ze een klein culinair project.
En juist dat maakt het leuk.
Want wanneer je uiteindelijk aan tafel zit, proef je niet alleen het eten. Je proeft ook een beetje van de tijd die erin is gegaan.
Saté met pindasaus, de ster van de avond
Stel je voor dat de saté straks op tafel staat.
Een schaal vol goudbruine stukjes vlees, de geur van kruiden nog warm om het gerecht heen. De buitenkant licht gekaramelliseerd, de binnenkant sappig.
Daarnaast een kom pindasaus.
Warm.
Dik.
Glanzend.
Zo’n saus waarbij je al weet dat een lepeltje eigenlijk niet genoeg is.
Je schept een beetje over de saté en ziet hoe de saus langzaam tussen de stukjes vlees zakt. Een beetje nasi erbij. Een stukje stokbrood aan de zijkant.
En dan die eerste hap.
Het hartige vlees.
De romige pindasaus.
De zachte rijst.
De krokante korst van het stokbrood.
Dat is precies het soort eten waarbij een gesprek aan tafel vanzelf even stilvalt.
Niet omdat er niets te zeggen is.
Maar omdat iedereen eerst even moet eten.
En dan zijn er nog de gehaktballetjes
Alsof de zondag nog niet genoeg plannen heeft, liggen er ook gehaktballetjes in tomatensaus in het verschiet.
Zelfgemaakt.
Dat maakt toch verschil.
Geen ingewikkelde constructie, geen gerecht waar je een handleiding bij nodig hebt. Gewoon gehakt, goed gekruid, gevormd tot stevige balletjes en vervolgens langzaam opgenomen door een rijke tomatensaus.
En daar zit misschien wel het gevaar van vandaag.
Want zodra die balletjes in de pan liggen en de tomatensaus begint te pruttelen, ontstaat er een geur waar je moeilijk vanaf blijft.
Je kent dat moment.
Je denkt: ik neem er straks wel eentje.
Dan neem je er eentje.
Warm uit de saus.
Misschien rechtstreeks uit de pan.
Je blaast even.
Hap.
En dan denk je: dit is eigenlijk wel heel erg lekker.
Dus neem je er nog eentje.
Voor je het weet, staat er een pan met minder balletjes dan je oorspronkelijk had gepland.
Maar ach.
Dat hoort bij zelfgemaakt eten.
De saus krijgt alle tijd
Een goede tomatensaus hoeft niet te schreeuwen.
Die mag rustig pruttelen.
De smaken krijgen de tijd om samen te komen. De tomaat wordt voller, de kruiden verspreiden zich door de saus en de gehaktballetjes geven ondertussen hun eigen smaak af.
De keuken ruikt inmiddels alsof er een klein Italiaans restaurant in huis is neergestreken.
En daar komt de volgende gedachte.
Pasta.
Natuurlijk.
Want als er morgen nog gehaktballetjes en tomatensaus over zijn, is de keuze eigenlijk al gemaakt.
Pasta erbij.
Misschien wat kaas.
Misschien nog een beetje extra saus.
En klaar.
Maar er is natuurlijk één klein probleem.
Je weet niet of er morgen nog iets over is.
Morgen? Daar wordt nu al over nagedacht
Dat is het grappige aan een goede maaltijd.
Nog voordat je de eerste hap van vandaag hebt genomen, ben je alweer bezig met morgen.
Als er vanavond voldoende overblijft, heb je morgen een tweede feestmaal.
De gehaktballetjes kunnen opnieuw worden opgewarmd. De tomatensaus wordt misschien zelfs nog lekkerder. Pasta erbij en je hebt een maaltijd waarvoor je nauwelijks opnieuw hoeft te beginnen.
Maar als alles opgaat?
Ook prima.
Dan begint morgen gewoon met een nieuw idee.
Misschien kleine, krokante kippenpootjes.
Van die exemplaren met een velletje dat knispert wanneer je erin bijt. Wat erbij komt, hoeft vandaag nog helemaal niet vast te staan.
Dat is juist het leuke.
De koelkast en de voorraadkast mogen morgen hun eigen voorstel doen.
De gedachten gaan steeds sneller
En daar zit je dan.
Je begon met saté.
Toen kwam pindasaus.
Toen stokbrood.
Toen een beetje nasi.
Daarna kwamen de gehaktballetjes.
Tomatensaus.
Pasta.
Morgen misschien kippenpootjes.
En ineens heb je in gedachten al een halve week aan maaltijden samengesteld.
Het is bijna komisch hoe snel dat kan gaan.
Een beetje trek is blijkbaar voldoende om de hersenen om te bouwen tot een complete menukaart.
Maar eerlijk gezegd is dat helemaal niet erg.
Want eten is niet alleen het moment waarop je je bord leeg eet.
Het is ook het vooruitkijken.
Het bedenken.
Het ruiken terwijl iets staat te bakken.
Het proeven van de saus.
Het wachten tot het stokbrood klaar is.
Het openen van de oven.
Het geluid van een pan waarin iets zachtjes staat te pruttelen.
Dat allemaal hoort erbij.
Vanmiddag alvast een balletje
En dan is er vanmiddag.
Gewoon even een gehaktballetje uit het vuistje.
Geen bord nodig.
Geen ceremonie.
Misschien even met een vork uit de pan, misschien gewoon zo uit de hand.
Warm, sappig, bedekt met tomatensaus.
Daar kan geen ingewikkelde snack tegenop.
En natuurlijk is het verstandig om er maar een paar te nemen.
Zodat er nog wat overblijft.
Althans, dat is het plan.
Want plannen en gehaktballetjes hebben niet altijd de beste verstandhouding.
Vanmiddag duurt ineens veel te lang
Wanneer je eenmaal weet wat er later gegeten gaat worden, kan de tijd merkwaardig langzaam gaan.
Je kijkt op de klok.
Nog even.
Je doet iets anders.
Je kijkt weer.
Nog steeds even.
Maar uiteindelijk komt dat moment.
De keuken wordt warm.
De pannen komen op het fornuis.
De ingrediënten verschijnen op het aanrecht.
En langzaam begint het huis te ruiken naar wat er straks op tafel komt.
Dat is misschien wel een van de mooiste onderdelen van een zondag.
Niet alleen het eten zelf, maar de aanloop ernaartoe.
En dan eindelijk: avond
Wanneer de saté klaar is, de pindasaus warm staat, de nasi dampend uit de pan komt en het stokbrood knapperig op tafel ligt, is het wachten voorbij.
Alles staat klaar.
De gehaktballetjes kunnen misschien nog ergens naast de pasta verdwijnen, voor wie zich niet kan beheersen.
Er wordt opgeschept.
Een beetje nasi.
Een paar stukjes saté.
Een royale lepel pindasaus.
Een stuk stokbrood.
Misschien nog een gehaktballetje.
En dan is er dat moment waarop je gaat zitten en naar je bord kijkt.
Niet grootdoenerig.
Niet ingewikkeld.
Gewoon goed eten.
Zelfgemaakt.
Met aandacht klaargemaakt.
En met precies genoeg trek om er maximaal van te genieten.
De eerste hap is warm.
De pindasaus is rijk.
De saté heeft die heerlijke geroosterde smaak.
Het stokbrood kraakt.
De nasi vult het bord aan.
En ergens op de achtergrond staat misschien nog die pan met gehaktballetjes in tomatensaus.
Voor later.
Of voor morgen.
Of misschien helemaal niet.
Want dat is het risico van een zondag waarop alles lekker ruikt.
Er kan zomaar niets overblijven.
En eigenlijk is dat misschien wel het mooiste compliment dat je een maaltijd kunt geven.
- Link ophalen
- X
- Andere apps
Reacties
Populaire posts
Waterbeperking in Frankrijk: de droogte wordt steeds serieuzer, dit zijn de nieuwe regels én de hoge boetes
- Link ophalen
- X
- Andere apps
Montcourt en het wachten op regen: hitte, stilte en een dorp dat naar water verlangt
- Link ophalen
- X
- Andere apps
Ergens in een hoekje zit ik op een klein bankje met een ietwat gammele leuning, die de zwaarlijvigheid van de medemens kennelijk niet aankon. Dat bankje staat op de (overigens schitterende) luchthaven van Osaka. We wachten geduldig onze vlucht naar Hong Kong af.
BeantwoordenVerwijderenEn dan lees ik dit ‘zeer smakelijke’ verhaal van Cees. Wederom prachtig beschreven! Als je dan vervolgens je ogen even dicht doet, dan ruik je en proef je de heerlijke saté en de saté saus, die wij kennen… Kennelijk zijn geschreven woorden voldoende input voor jouw hersenen om levensechte lucht- en smaakassociaties te genereren…