Doorgaan naar hoofdcontent

Uitgelicht

De verdwijning van mijn witte Volkswagen Kever

De verdwijning van mijn witte Volkswagen Kever Een auto, een oom en een nogal bijzondere afwikkeling Een Kever met karakter In mijn vorige verhaal vertelde ik over mijn eerste auto, een witte Volkswagen Kever. Een auto die mij in mijn jonge jaren de vrijheid gaf om naar de Grafische MTS in Amsterdam te rijden, op zaterdag naar mijn baantje in Zaandam te gaan en zo nu en dan zonder enige bestemming achter het stuur te kruipen. Het was een Volkswagen Kever uit 1968, uitgerust met een elektrisch systeem van zes volt. Tegenwoordig klinkt dat misschien alsof je een museumstuk probeert te starten, maar destijds was het gewoon mijn auto. En daar was ik best trots op. Ik had er heel wat aan gesleuteld. Want een auto van die leeftijd heeft zo zijn gebruiksaanwijzingen, al staan die niet altijd in een boekje. Soms ontdek je ze vanzelf, meestal op een moment dat het je helemaal niet uitkomt. Ook mijn Kever ontkwam niet aan de tand des tijds. De slijtage begon zich te manifesteren en op een gegeve...

De naweeën van gisteren: strijd tussen lijf en geest

 De naweeën van gisteren

Vanochtend werd ik wakker en nog voordat mijn ogen fatsoenlijk hadden besloten of ze vandaag überhaupt wilden meewerken, wist ik het al.

Nee.

Dit voelt niet goed.

Dat is natuurlijk een buitengewoon wetenschappelijke conclusie voor iemand die nog half onder zijn dekbed ligt, maar mijn lichaam had inmiddels een rapportage ingediend waar geen speld tussen te krijgen was.

Ik werd geconfronteerd met mijn leeftijd.

En nee, dat is helemaal niet goed.

Want in mijn hoofd ben ik namelijk nog steeds achttien.

Niet ongeveer achttien. Gewoon achttien.

Daarbij hoort een lichaam dat zonder overleg op een steiger springt, van een trap af dendert, iets zwaars optilt omdat het toevallig in de weg staat en vervolgens denkt: dat was een mooi begin van de dag.

Mijn hoofd functioneert nog steeds volgens dat bedrijfsmodel.

Mijn lichaam heeft inmiddels een ondernemingsraad.

En die vergadert over alles.

Ik hoef maar een bepaalde beweging te maken of ergens op te stappen en ergens diep vanbinnen klinkt een stemmetje: Zeg, zullen we dat misschien eerst even bespreken?

Gisteren had ik blijkbaar weer eens vergeten dat er inmiddels een verschil bestaat tussen wat ik denk te kunnen en wat mijn lijf verstandig vindt.

Dat verschil is niet groot.

Maar het is er.

En dat is irritant.

Heel irritant.

Neem die kleine kamersteiger.

Een prachtig ding. Niet overdreven groot, geen bouwsteiger waar je een lunchpauze op moet inplannen. Gewoon een bescheiden kamersteiger, bedoeld om het leven van een mens die iets hoger dan twee meter wil komen aanzienlijk gemakkelijker te maken.

Vroeger stapte ik daar gewoon vanaf de grond op.

Hop.

En weer eraf.

Hop.

Daar dacht je niet over na.

Dat was geen prestatie. Dat was een voetnoot in je dag.

Dus gisteren dacht ik: dat doe ik gewoon.

De eerste paar keer ging het ook nog.

Kijk mij eens.

Achttien.

Probleemloos.

Soepel.

Bijna elegant.

Nou ja, dat laatste laat ik misschien maar aan de verbeelding over.

Maar na verloop van tijd begon mijn lichaam voorzichtig bezwaar te maken.

Niet met sirenes.

Niet met zwaailichten.

Nee, veel subtieler.

Een soort interne brief van de afdeling Beheer en Onderhoud.

Geachte heer,

Wij constateren dat u wederom werkzaamheden uitvoert alsof u "veertig jaar" jonger bent. Wij verzoeken u dringend uw beleid te herzien.

Met vriendelijke groet,
Uw knieën.

Dus pakte ik uiteindelijk toch maar een opstapje.

En natuurlijk had ik daar een volkomen logische verklaring voor.

Ik wilde de steiger gemakkelijker kunnen verplaatsen.

Dat was het.

Niets met leeftijd te maken.

Absoluut niet.

Als je op een steiger staat, is het bovendien verstandig om meteen al je gereedschap mee te nemen. Dan hoef je niet steeds heen en weer.

Vooruitdenken.

Dat is het.

Vooruitdenken.

Dat ik vroeger zonder opstapje op die steiger klom en nu een opstapje gebruik, heeft dus niets met mijn leeftijd te maken.

Het is puur logistiek.

Strategisch zelfs.

Ik ben niet trager geworden.

Ik ben efficiënter.

Dat is een heel ander verhaal.

En mezelf voor de gek houden kan ik blijkbaar ook nog uitstekend.

Daar ben ik dan weer verrassend jong in.

Maar vanochtend werd het iets lastiger om die theorie vol te houden.

Ik stond op en mijn lichaam voelde alsof het gisteren een geheime vergadering had gehouden zonder mij uit te nodigen.

Alles deed mee.

Niet noodzakelijkerwijs pijn.

Dat zou nog overzichtelijk zijn.

Nee, het was meer een algemene mededeling.

Wij zijn aanwezig.

Mijn lichaam had zich als een oude buurtbewoner opgesteld die achter het gordijn staat te kijken wat ik allemaal van plan ben.

Een knie hier.

Een spier daar.

Een rug die zegt: Weet je zeker dat je dit wilt?

En mijn hoofd?

Mijn hoofd riep ondertussen:

Kom op! Aan de slag!

Dat is het probleem.

Mijn hoofd leeft nog steeds alsof ik achttien ben.

Mijn hoofd ziet een lijstje en denkt:

Mooi. Dat gaan we vandaag allemaal doen.

Mijn lichaam kijkt naar hetzelfde lijstje en vraagt:

Is dit lijstje verzekerd?

Dus zit ik nu maar even.

Met een kop koffie.

Dat is tegenwoordig ook een belangrijk onderdeel van het werkproces.

Koffie drinken.

Niet omdat ik moe ben.

Nee.

Omdat ik strategisch aan het plannen ben.

Dat klinkt veel professioneler.

Ik zit niet bij te komen.

Ik ben de operatie aan het voorbereiden.

Het koffiezetapparaat is mijn commandocentrum.

De mok is mijn briefing.

De honden zijn mijn staf.

Al moet ik eerlijk zeggen dat die twee weinig belangstelling hebben voor mijn strategische planning.

Die willen naar buiten.

Dus daar ga ik dan.

Koffie in de hand.

Honden mee.

De tuin in.

Het is fris.

Pfff.

Wat ben je ook een zeur, zeg ik tegen mezelf.

Vijf hittegolven achter de rug en nu is het frisjes.

Mijn lichaam heeft maandenlang lopen klagen dat het te warm was.

Nu krijgt het eindelijk een normale ochtendtemperatuur en begint het weer te protesteren.

Je kunt het ook nooit goed doen.

Ik trek mijn jas wat dichter.

De honden lopen vrolijk rond alsof zij geen enkel probleem hebben met de temperatuur.

Natuurlijk niet.

Die hebben vier poten.

Dat is valsspelen.

Ik neem een slok koffie en kijk om me heen.

En dan moet ik toch glimlachen.

Want uiteindelijk is het natuurlijk allemaal betrekkelijk.

Ja, mijn lichaam is niet meer achttien.

Dat blijkt soms op een nogal confronterende manier.

Maar mijn hoofd is dat blijkbaar nog wel.

En misschien is dat helemaal niet zo slecht.

Want dat jonge stuk in mijn hoofd zorgt er ook voor dat ik nog steeds dingen wil doen.

Dat ik naar een steiger kijk en denk: Dat kunnen we wel even.

Dat ik een lijstje maak.

Dat ik begin.

Dat ik oplossingen verzin.

Dat ik mezelf wijsmaak dat een opstapje eigenlijk gewoon een professionele keuze is.

En dat ik vervolgens met een kop koffie en vier honden in de tuin sta terwijl ik mezelf streng toespreek omdat ik het buiten fris vind.

Er zit kennelijk nog voldoende leven in.

Alleen moet ik tegenwoordig iets beter onderhandelen met de directie.

Mijn lichaam heeft namelijk inmiddels stemrecht.

Dat is even wennen.

Vroeger gaf mijn hoofd opdrachten en voerde de rest ze uit.

Tegenwoordig vindt er overleg plaats.

Hoofd: We gaan dit doen.

Rug: Rustig aan.

Hoofd: We doen het gewoon.

Knie: Opstapje.

Hoofd: Nee.

Knie: Opstapje.

Hoofd: Vooruitdenken.

Knie: Opstapje.

En uiteindelijk wint de knie.

Niet omdat hij gelijk heeft.

Dat zou ik nooit zomaar toegeven.

Maar omdat hij blijkbaar over een veto beschikt.

Dus zit ik nu met mijn koffie.

De honden hebben hun ronde gehad.

De tuin staat er nog.

De steiger staat nog.

Het lijstje ligt er nog.

En ik ook.

Dat laatste is misschien wel het belangrijkste.

Straks ga ik weer beginnen.

Niet omdat ik moet bewijzen dat ik achttien ben.

Dat bewijs heb ik inmiddels wel geleverd.

Ik ga beginnen omdat er dingen gedaan moeten worden en omdat ik het nog steeds leuk vind om bezig te zijn.

Alleen misschien met iets meer beleid.

Iets meer vooruitdenken.

En hier en daar een opstapje.

Dat noemen we geen ouder worden.

Dat noemen we ervaring met hoogteverschillen.

En als iemand daar iets anders van zegt, dan luister ik niet.

Ik ben tenslotte achttien.

In mijn hoofd.

Mijn knieën hebben daar alleen nog geen toestemming voor gegeven.

Ik neem nog een slok koffie.

Kijk naar de honden.

Kijk naar het lijstje.

Kijk naar de steiger.

En denk:

Kom op jongen.

Dan hoor ik mijn lichaam bijna antwoorden:

Prima. Maar doe een beetje normaal.

Ik glimlach.

Misschien heeft dat oude lichaam van mij zo gek veel verstand nog niet.

Straks ga ik beginnen.

Rustig aan.

Alles wat ik nodig heb op de steiger.

Niet onnodig heen en weer.

Vooruitdenken.

En als ik weer van de steiger af moet?

Dan staat daar dat opstapje.

Puur uit praktische overwegingen natuurlijk.

Niks met leeftijd te maken.

Absoluut niet.

Ik ben achttien.

Alleen met een iets uitgebreider assortiment aan reserveonderdelen.


Reacties