Doorgaan naar hoofdcontent

Uitgelicht

De verdwijning van mijn witte Volkswagen Kever

De verdwijning van mijn witte Volkswagen Kever Een auto, een oom en een nogal bijzondere afwikkeling Een Kever met karakter In mijn vorige verhaal vertelde ik over mijn eerste auto, een witte Volkswagen Kever. Een auto die mij in mijn jonge jaren de vrijheid gaf om naar de Grafische MTS in Amsterdam te rijden, op zaterdag naar mijn baantje in Zaandam te gaan en zo nu en dan zonder enige bestemming achter het stuur te kruipen. Het was een Volkswagen Kever uit 1968, uitgerust met een elektrisch systeem van zes volt. Tegenwoordig klinkt dat misschien alsof je een museumstuk probeert te starten, maar destijds was het gewoon mijn auto. En daar was ik best trots op. Ik had er heel wat aan gesleuteld. Want een auto van die leeftijd heeft zo zijn gebruiksaanwijzingen, al staan die niet altijd in een boekje. Soms ontdek je ze vanzelf, meestal op een moment dat het je helemaal niet uitkomt. Ook mijn Kever ontkwam niet aan de tand des tijds. De slijtage begon zich te manifesteren en op een gegeve...

Van moeten naar leven: mijn tempo in Frankrijk

Het hoeft niet allemaal vandaag

Als je met een klus bezig bent, verdwijnen er ongemerkt een heleboel dingen naar de achtergrond.

Om het maar even heel oneerbiedig te zeggen: de rest van de wereld bestaat tijdelijk wat minder.

Het huishouden bijvoorbeeld.

Familie.

Vrienden.

Afspraken.

Boodschappen.

Dat ene berichtje waarop je nog moet reageren.

Alles schuift een stukje opzij, want er is een klus.

En een klus heeft prioriteit.

Dat is het mooie woord dat we daarvoor hebben bedacht.

Prioriteit.

Alsof het leven een soort ranglijst is waarop voortdurend bepaald moet worden wat er bovenaan staat.

Ik heb daar de laatste tijd tijdens het klussen nogal eens over nagedacht.

Want wanneer is iets eigenlijk belangrijk genoeg om prioriteit te krijgen?

En wie heeft ooit bepaald dat iets wat vandaag niet afkomt, morgen een probleem is?

Twee dagen

Toen ik nog in Nederland woonde, was het eigenlijk heel simpel.

Je werkte vijf dagen.

En als je thuis een klus had, deed je die in het weekend.

Twee dagen.

Zaterdag en zondag.

Dan begon je ergens aan en het moest zondagavond klaar zijn.

Punt.

Je had niet eens veel keuze.

Maandagochtend stond de wekker weer en begon het gewone leven opnieuw.

Dus als er een kamer geschilderd moest worden, schilderde je die kamer.

Moest er iets worden opgeknapt, dan werd het opgeknapt.

Je begon zaterdagochtend met goede moed en zondagmiddag begon de vermoeidheid langzaam toe te slaan. Maar je ging door.

Want het moest af.

Ik deed dat vroeger ook.

Twee dagen en klaar.

Dat was mijn manier van denken.

Toen ik naar Frankrijk verhuisde, nam ik die manier van denken gewoon mee.

Waarom zou ik dat niet doen?

Een klus is een klus.

Toch?

Nou...

Nee dus.

Een Franse muur trekt zich nergens iets van aan

Daar kwam ik vrij snel achter.

In Nederland is alles lekker recht.

Een muur is recht.

Een vloer is recht.

Een hoek is een hoek.

Als je iets opmeet en het is twee meter, dan kun je er redelijk op vertrouwen dat twee meter ook daadwerkelijk twee meter is.

In Frankrijk heb ik geleerd dat een muur soms een eigen karakter heeft.

Een vloer kan zomaar een beetje oplopen.

Een hoek hoeft helemaal geen negentig graden te zijn.

En als je denkt dat je iets precies hebt uitgemeten, blijkt het bij het plaatsen ineens toch anders te zijn.

Dus pas je het aan.

Je zaagt een stukje.

Je meet opnieuw.

Je haalt iets weer los.

Je probeert opnieuw.

En voor je het weet is het weekend voorbij.

De klus niet.

Die kijkt je bijna vrolijk aan en zegt:

Tot volgende week.

Daar moest ik aan wennen.

Mijn Nederlandse hoofd bleef maar roepen dat het af moest.

Mijn Franse omgeving leek daar weinig boodschap aan te hebben.

En langzaam begon ik te begrijpen dat ik mijn tempo misschien niet overal mee naartoe kon verhuizen.

Ook het huishouden ging anders

Dat merkte ik niet alleen met klussen.

Ook in het huishouden.

In Nederland had ik toch altijd het gevoel dat alles aan de kant moest zijn.

Alles netjes.

Alles opgeruimd.

Niet alleen schoon, maar ook alsof er ieder moment iemand onverwacht binnen kon komen.

Je huis moest er klaar voor zijn.

Hier in Frankrijk is dat anders.

Je doet de basis.

De dingen die echt moeten gebeuren.

En daarna is het klaar.

Nou ja, klaar...

Dat woord gebruik ik inmiddels ook wat gemakkelijker.

Want wat is klaar eigenlijk?

Als er een kopje op het aanrecht staat, is je huis dan niet klaar?

Als er een jas over een stoel hangt?

Als er ergens een stapel spullen ligt waarvan je precies weet dat je er morgen iets mee moet?

Vroeger zou ik het waarschijnlijk eerst hebben opgeruimd.

Nu kijk ik er soms naar en denk ik:

Dat komt wel.

En gek genoeg voelt dat helemaal niet slecht.

Familie, vrienden en de kalender

Met familie en vrienden is het hier ook anders.

In Nederland kon je bij wijze van spreken zo bij iemand binnenlopen.

Even langs.

Even koffie drinken.

Even bijpraten.

Hier gaat dat wat minder vanzelfsprekend.

Afspraken worden gemaakt.

En afspraken zet je natuurlijk op de kalender.

Dat klinkt georganiseerd.

En dat is het waarschijnlijk ook.

Alleen heb ik inmiddels ontdekt dat een afspraak op een kalender niet automatisch betekent dat ik hem ook daadwerkelijk onthoud.

Het zal niet de eerste afspraak zijn die ik niet meer actief in mijn hoofd heb staan.

Vroeger zou ik me daar druk om hebben gemaakt.

Hoe kon ik dat vergeten?

Dat had toch gemoeten?

Waarom heb ik dat niet beter bijgehouden?

Nu haal ik mijn schouders wat vaker op.

Niet omdat afspraken ineens niet belangrijk zijn.

Maar omdat ik mezelf niet meer voor ieder klein dingetje op de kop geef.

Vergeten is vervelend.

Maar het is geen ramp.

Het gekke is: ik ben minder gestrest

Dat is misschien nog wel het meest bijzondere.

Want als ik eerlijk ben, zou je kunnen denken dat ik hier juist veel minder georganiseerd ben geworden.

Ik heb klussen die langer duren.

Ik heb dingen die blijven liggen.

Ik heb niet altijd alles opgeruimd.

Afspraken verdwijnen soms uit mijn actieve geheugen.

En toch...

Ben ik minder gestrest.

Ik hoef niet meer voortdurend dat gevoel te hebben dat er iets achter me aan zit.

Dat gevoel van:

Dit moet nog.

Dat moet nog.

En daar moet ik ook nog aan beginnen.

Natuurlijk zijn er nog steeds dingen die moeten.

Ik ben niet ineens boven de wetten van het dagelijks leven uitgestegen.

Maar er zit iets tussen moeten en doen wat vroeger veel kleiner was.

Tijd.

Ruimte.

Een beetje lucht.

De honden begrijpen het beter

En misschien zie ik dat het duidelijkst als ik naar de honden kijk.

Ze liggen in de keuken.

Op hun zij.

Te slapen.

Diep te slapen.

Zo'n slaap waarbij hun poten af en toe een klein bewegingetje maken.

Waar dromen ze over?

Een wandeling?

Een stuk worst?

Een hond die ze gisteren ergens tegenkwamen?

Een konijn dat ze ooit hebben gezien?

Ik heb werkelijk geen idee.

Maar één ding weet ik wel.

Ze maken zich nergens druk om.

Ze liggen daar omdat ze moe zijn.

En omdat ze kunnen slapen.

Geen agenda.

Geen klus.

Geen huishouden.

Geen afspraak die over een halfuur begint.

Ik moet er soms om lachen.

Misschien hebben zij het allemaal allang begrepen.

Montcourt wordt wakker

Ik loop met mijn kop koffie naar de deuropening.

Ik blijf daar even staan.

Buiten begint Montcourt wakker te worden.

Niet spectaculair.

Niet met veel lawaai.

Gewoon langzaam.

Een deur die opengaat.

Een auto die voorbijgaat.

Een geluid ergens verderop.

Een beweging achter een raam.

Het dorp komt voorzichtig op gang.

En ik sta daar.

Met mijn koffie.

De honden achter me.

Een klus ergens in huis die nog steeds niet af is.

En ineens moet ik lachen.

Montcourt is aan het opstarten.

Hahaha. Net zoals ik.

Alleen start ik tegenwoordig wat langzamer op.

En misschien is dat helemaal niet verkeerd.

Ik hoef nergens naartoe

Dat is misschien wat het wonen in Frankrijk met me heeft gedaan.

Het heeft mijn gevoel voor tijd veranderd.

Niet in één grote ommekeer.

Het is langzaam gegaan.

Door alle kleine dingen.

Door muren die niet recht zijn.

Door klussen die niet in één weekend klaar zijn.

Door het huishouden dat niet iedere dag perfect hoeft.

Door afspraken die soms anders lopen.

Door familie en vrienden die niet meer om de hoek wonen.

Door ochtenden waarin je eerst gewoon koffie drinkt.

En misschien vooral door het besef dat niet alles wat blijft liggen, ook daadwerkelijk een probleem is.

Sommige dingen mogen wachten.

Een klus mag wachten.

De afwas mag soms wachten.

Een antwoord op een bericht mag wachten.

De wereld draait door.

Ook als jij even niets doet.

Dat was voor mij geen gemakkelijk inzicht.

Want jarenlang was doorgaan bijna vanzelfsprekend.

Doorgaan.

Afmaken.

Aanpakken.

Niet zeuren.

Maar ergens onderweg ben ik gaan ontdekken dat er ook een andere manier bestaat.

Je kunt iets doen zonder haast.

Je kunt ergens aan beginnen zonder te weten wanneer het precies klaar zal zijn.

Je kunt een dag hebben waarin je niet alles hebt afgevinkt en toch 's avonds denken:

wat was dit eigenlijk een goede dag.

En dus laat ik de klus even liggen

Mijn koffie is inmiddels bijna op.

De honden slapen nog steeds.

Buiten wordt Montcourt steeds wakkerder.

En ergens in huis wacht die klus nog op me.

Hij loopt niet weg.

Tenminste, dat hoop ik.

Misschien pak ik hem straks weer op.

Misschien morgen.

Misschien begin ik aan iets anders en wordt het volgende week.

Vroeger zou ik daar waarschijnlijk onrustig van zijn geworden.

Nu niet meer.

Ik kijk nog eens naar buiten.

En ineens voelt het allemaal heel eenvoudig.

Ik woon hier.

Ik ben hier.

Ik heb een huis waar altijd wel iets aan moet gebeuren.

Ik heb honden die slapen alsof ze de sleutel tot het universum hebben gevonden.

Er staat koffie in mijn hand.

Buiten begint een dorp aan een nieuwe dag.

En ik heb geen haast.

Misschien is dat wel het mooiste wat Frankrijk me heeft geleerd.

Dat een leven niet voortdurend af hoeft te zijn.

Dat niet iedere dag productief hoeft te zijn.

Dat niet alles een prioriteit hoeft te hebben.

En dat je soms, midden tussen alle dingen die nog moeten gebeuren, gewoon even in een deuropening kunt staan.

Kijken.

Ademen.

Koffie drinken.

En denken:

Het hoeft niet allemaal vandaag.

En eerlijk gezegd?

Dat voelt verdomd goed.

Reacties