Zoeken in deze blog
Verhalen over wonen en leven in Frankrijk, midden op het rustige platteland van de Haute-Saône. Vanuit ons oude huis in Montcourt schrijf ik over het dagelijks leven, de tuin, de natuur, het Franse dorpsleven en de cultuur. Over wat we meemaken, ontdekken en beleven, van kleine alledaagse momenten tot bijzondere gebeurtenissen. Een persoonlijke kijk op het leven in een klein Frans dorp, waar de seizoenen en het ritme van het platteland nog duidelijk voelbaar zijn.
Uitgelicht
- Link ophalen
- X
- Andere apps
Van koude ochtend naar pruimenlikeur: een dag vol gevoel
Een koude rilling in een huis dat nog slaapt
Ik word vanzelf wakker. Niet omdat de wekker afgaat, niet omdat er iets moet, maar gewoon omdat mijn lichaam besluit dat de nacht lang genoeg heeft geduurd. Buiten is het nog donker. Zo donker dat de dag zich blijkbaar nog even verstopt houdt en de wereld binnen handbereik alleen uit schaduwen en stilte lijkt te bestaan.
Ik blijf liggen.
Er hangt een vreemde kilte in huis. Niet de gewone ochtendkou die je soms voelt wanneer je uit bed stapt, maar een kou die zich ergens tussen de muren lijkt te hebben verzameld. Ik trek mijn dekbed nog wat hoger op en denk bij mezelf: zou dit dan een voorbode van de herfst kunnen zijn?
Overdag bijna vijfendertig graden.
En dan 's avonds ineens afkoelen richting nul, soms zelfs daaronder.
Het zijn van die dagen waarop de natuur lijkt te vergeten welk seizoen het eigenlijk is.
Ik besluit nog even te blijven liggen.
Waarom ook niet?
Ik hoef nergens heen. Er staat niets op me te wachten dat nu onmiddellijk mijn aandacht nodig heeft. Ik ben zelf wakker geworden en dat is misschien wel een van de prettigste manieren om een dag te beginnen.
Maar dan...
Beneden begint het leven zich te roeren.
De honden lopen heen en weer.
Piep.
Stapjes.
Nog een piep.
Ik doe mijn ogen dicht alsof daarmee de werkelijkheid misschien weer verdwijnt.
Tevergeefs.
Ze hebben mij gehoord. Of misschien hebben zij besloten dat ik lang genoeg heb uitgeslapen.
"Ja ja, ik kom al."
De dag begint zonder haast
Even snel iets aantrekken, naar beneden en de honden naar buiten laten voor hun eerste behoefte. Daarna vlug weer naar binnen.
En ineens vraag ik mezelf af waarom ik eigenlijk zo haast.
Waarvoor?
Ik hoef helemaal nergens naartoe.
Dus laat ik de haast los.
De ochtend ontvouwt zich vervolgens zoals ochtenden dat doen. De gebruikelijke dingen. Een paar kleine handelingen die je bijna automatisch uitvoert. Dingen waar je normaal nauwelijks bij stilstaat, maar die samen het begin van een dag vormen.
En daarna ga ik naar buiten.
Een stoeltje voor in de zon.
Meer hoeft het even niet te zijn.
De zon voelt heerlijk warm op mijn huid. Alsof hij me wil laten weten dat de zomer nog niet van plan is zich zonder slag of stoot gewonnen te geven aan de herfst.
Ik zak wat onderuit in mijn stoel.
Niet om daar de hele dag te blijven zitten. Zeker niet.
Maar gewoon even.
Even aanwezig zijn.
Even niets hoeven.
Dat soort momenten hebben soms meer waarde dan je vooraf beseft.
De wereld hoeft even niet vooruit.
Ik ook niet.
Een groene waas over de velden
Na een tijdje krijg ik trek.
Niet eens echt honger, meer zo'n lekkere trek die ineens in je hoofd verschijnt en vervolgens niet meer weggaat.
Een croissant.
Dat lijkt me wel wat.
Dus stap ik op en ga richting supermarkt.
En zoals dat zo vaak gaat wanneer je eigenlijk alleen maar even iets te eten wilt halen, kijk je onderweg toch om je heen.
Misschien omdat je niet hoeft te haasten.
Misschien omdat je hoofd nog rustig is.
Of misschien omdat de wereld buiten iets laat zien wat je eerder niet had opgemerkt.
De natuur begint langzaam te herstellen.
Over de velden ligt een groene waas.
Geen felgroen, geen uitbundig groen, maar dat tere groen van iets dat terugkomt. Alsof de aarde voorzichtig haar kleur terugvindt.
Ik kijk ernaar.
En het raakt me.
Waarom?
Dat weet ik eigenlijk niet precies.
Het is niet één bepaald ding. Het is eerder alsof allerlei kleine dingen zich op hetzelfde moment bij elkaar voegen. De koude ochtend. De warme zon. De honden. Het stille begin van de dag. De velden. Het groen.
Misschien ook het besef dat de natuur gewoon doorgaat.
Dat ze zich niet druk maakt om onze agenda's, onze haast of onze zorgen.
Ze herstelt.
Langzaam.
Stil.
Bijna onmerkbaar.
En juist daardoor is het zo indrukwekkend.
Ik kijk naar die groene waas en voel iets wat ik moeilijk onder woorden kan brengen.
Emotie, misschien.
Verwondering.
Dankbaarheid.
Een beetje ontroering.
Het is in ieder geval mooi.
Echt mooi.
En voor een moment voelt het alsof ik niet onderweg ben naar de supermarkt, maar door een schilderij loop waarvan de kleuren langzaam worden aangezet.
Croissant met "pak jam"
Thuisgekomen heb ik mijn croissant.
En natuurlijk hoort daar iets bij.
Zelfgemaakte jam.
Niet zomaar jam, maar mijn eigen "pak jam".
Soms ontstaan afkortingen of benamingen die eigenlijk nergens op slaan, maar die binnen je eigen wereld ineens volkomen logisch zijn.
Pak jam.
De pot gaat open.
Een geur komt je tegemoet.
Pruim.
Appel.
Kaneel.
Ik smeer een royale laag op de croissant.
De eerste hap.
En dan gebeurt er iets prachtigs.
Eerst komt het zoete van de pruim.
Daarna schuift de appel naar voren.
En vervolgens komt de warmte van de kaneel.
Niet overdreven.
Niet schreeuwerig.
Gewoon precies genoeg om alles bij elkaar te brengen.
Ik neem nog een hap.
"Tjonge, wat is dat lekker."
Dat zijn van die momenten waarop je jezelf even afvraagt waarom je ooit nog jam uit een winkel-pot zou eten.
Want dit is iets anders.
Dit is fruit dat je kent.
Smaak die je zelf hebt opgebouwd.
Een pot waarin tijd, aandacht en een beetje geduld zitten.
En dan ontdek ik iets.
Er staan nog pruimen.
En mirabellen.
Kijk.
Daar sta je dan met je croissant en je zelfgemaakte jam en ineens verandert het plan van de dag.
Geen nieuwe jam.
Even niet.
We gaan iets anders maken.
Likeur.
Van fruit naar vloeibaar geduld
De pruimen krijgen een nieuwe bestemming.
De mirabellen ook.
Pruimenlikeur.
Mirabellenlikeur.
Het fruit gaat in de potten.
Daar komt de alcohol bij.
En dan begint het proces.
Vandaag is het nog maar het begin.
De potten staan klaar en moeten vanaf nu regelmatig worden geschud, zodat de alcohol ieder vruchtje goed kan bereiken.
Alsof ieder stukje fruit persoonlijk moet worden bezocht.
Geen pruim mag worden overgeslagen.
Geen mirabel blijft buiten beeld.
Alles doet mee.
En daarna begint het wachten.
Twee maanden.
Twee maanden waarin er niets spectaculairs lijkt te gebeuren, maar waarin onder het oppervlak van de pot van alles plaatsvindt.
Kleuren veranderen.
Smaken trekken uit het fruit.
De alcohol neemt langzaam aroma's mee.
En beetje bij beetje ontstaat iets nieuws.
Dat vind ik misschien nog wel het mooiste aan dit soort dingen.
Je kunt het proces niet forceren.
Je kunt niet tegen de pot zeggen: "Schiet eens een beetje op."
Hij trekt zich daar niets van aan.
Hij doet gewoon wat hij moet doen.
Dag na dag.
Week na week.
Zeven maanden later is de tijd de maker
Na ongeveer twee maanden komt het volgende moment.
Zeven maanden.
Dan wordt er gebotteld.
Maar zelfs daarna is het nog niet klaar.
Eigenlijk zou de likeur daarna nog langer moeten staan.
Want hoe langer hij rust, hoe mooier de smaak naar verwachting kan worden.
En daar zit iets bijzonders in.
We leven in een wereld waarin bijna alles sneller moet.
Sneller klaar.
Sneller geleverd.
Sneller resultaat.
Maar een goede likeur trekt zich daar niets van aan.
Die heeft tijd nodig.
Maanden.
Misschien nog langer.
De tijd wordt onderdeel van het recept.
Niet als ingrediënt dat je kunt afwegen, maar als iets wat simpelweg zijn werk doet.
En dus staan daar nu twee potten.
Pruimen.
Mirabellen.
Alcohol.
En vooral: geduld.
Misschien is dat wel het mooiste van deze zaterdag
Als ik aan het einde van de dag terugkijk, is het eigenlijk helemaal geen spectaculaire dag geweest.
Er is niets groots gebeurd.
Geen verre reis.
Geen bijzondere gebeurtenis.
Geen agenda vol afspraken.
Het begon met wakker worden in het donker en een koude kilte in huis.
Een dekbed dat iets hoger werd getrokken.
Honden die vonden dat het tijd was om op te staan.
Een stoeltje in de zon.
Een supermarkt.
Een groene waas over de velden.
Een croissant.
Een pot zelfgemaakte pruimen-appel-kaneeljam.
En twee glazen potten waarin een nieuw avontuur langzaam begint.
En toch voelt deze zaterdag rijk.
Misschien zelfs bijzonder.
Omdat je soms pas achteraf merkt hoeveel er eigenlijk in een gewone dag zit.
De natuur die zich herstelt.
De zon die nog warmte geeft.
De eerste tekenen van een seizoen dat zich voorzichtig aandient.
De smaak van pruim die plaatsmaakt voor appel en daarna wordt afgerond door kaneel.
En ergens in de keuken twee potten die zwijgend staan te wachten.
Ik zal ze regelmatig schudden.
Ik zal kijken hoe de kleur verandert.
Ik zal wachten.
En rond de kerst?
Dan komen de eerste echte proeven.
Dan gaat de fles open.
Dan wordt er geschonken.
En dan weten we of al dat wachten zijn geheimen heeft prijsgegeven.
Tot die tijd hebben de pruimen en mirabellen alle tijd.
En misschien geldt dat vandaag ook een beetje voor mij.
Niet alles hoeft meteen.
Sommige dingen mogen gewoon langzaam ontstaan.
Zoals de natuur.
Zoals smaak.
Zoals herinneringen.
En zoals een mooie zaterdag die begon in het donker, maar eindigde met zonlicht, groen over de velden en twee potten vol belofte.
- Link ophalen
- X
- Andere apps
Populaire posts
Waterbeperking in Frankrijk: de droogte wordt steeds serieuzer, dit zijn de nieuwe regels én de hoge boetes
- Link ophalen
- X
- Andere apps
Montcourt en het wachten op regen: hitte, stilte en een dorp dat naar water verlangt
- Link ophalen
- X
- Andere apps
Reacties
Een reactie posten