Doorgaan naar hoofdcontent

Uitgelicht

De verdwijning van mijn witte Volkswagen Kever

De verdwijning van mijn witte Volkswagen Kever Een auto, een oom en een nogal bijzondere afwikkeling Een Kever met karakter In mijn vorige verhaal vertelde ik over mijn eerste auto, een witte Volkswagen Kever. Een auto die mij in mijn jonge jaren de vrijheid gaf om naar de Grafische MTS in Amsterdam te rijden, op zaterdag naar mijn baantje in Zaandam te gaan en zo nu en dan zonder enige bestemming achter het stuur te kruipen. Het was een Volkswagen Kever uit 1968, uitgerust met een elektrisch systeem van zes volt. Tegenwoordig klinkt dat misschien alsof je een museumstuk probeert te starten, maar destijds was het gewoon mijn auto. En daar was ik best trots op. Ik had er heel wat aan gesleuteld. Want een auto van die leeftijd heeft zo zijn gebruiksaanwijzingen, al staan die niet altijd in een boekje. Soms ontdek je ze vanzelf, meestal op een moment dat het je helemaal niet uitkomt. Ook mijn Kever ontkwam niet aan de tand des tijds. De slijtage begon zich te manifesteren en op een gegeve...

Paracord kamer: eerste wand klaar en meer werk dan verwacht

 De Paracord kamer: het project dat groter bleek dan gedacht

Het is zover. Het nieuwe project ‘Paracord kamer’ is officieel van start gegaan. En zoals dat met grote projecten gaat, begon het allemaal heel overzichtelijk.

Een kamer.

Een plan.

Een paar werkzaamheden.

Wat verf.

Een paar stellingen verplaatsen.

En waarschijnlijk, zo dacht ik optimistisch, een paar dagen later een prachtig ingerichte ruimte waar alles keurig op zijn plaats staat.

Een mens mag dromen.

Want inmiddels weten we beter.

De eerste wand staat. Dat klinkt bijna alsof we zojuist een nieuwe vleugel aan een paleis hebben toegevoegd, maar in werkelijkheid gaat het om een muur die inmiddels van een nieuwe laag verf is voorzien. Toch moet je de kleine overwinningen vieren. Zeker bij een verbouwing, want voordat je het weet sta je tussen drie dozen, een halve stelling en een verzameling spullen waarvan niemand meer weet waarom ze ooit zijn bewaard.

Maar goed, de eerste wand staat.

Het rijk is begonnen.

De kamer moest eerst worden ontruimd

Vandaag stond vooral in het teken van de grote ontruiming.

Alle spullen die in de kamer stonden, moesten eruit en naar hun nieuwe bestemming worden gebracht. Dat klinkt eenvoudig, totdat je daadwerkelijk begint.

Een kamer blijkt namelijk altijd meer spullen te bevatten dan je denkt.

Dat is een natuurwet.

Je kunt vooraf rustig rondkijken en denken: Dat valt allemaal wel mee.

Totdat je begint te sjouwen.

Dan blijkt ineens dat er spullen achter spullen staan, spullen onder spullen liggen en dat sommige voorwerpen blijkbaar al jaren een zelfstandig bestaan leiden zonder dat je er nog naar omkijkt.

Maar uiteindelijk werd de kamer steeds leger.

En hoe leger de kamer werd, hoe duidelijker het werd wat er allemaal moest gebeuren.

En daar kwam het eerste verrassende hoofdstuk van dit grootse bouwkundige epos.

Het herstelwerk heeft zich verkiesbaar gesteld

Natuurlijk wist ik dat er herstelwerkzaamheden nodig zouden zijn.

Ik ben niet compleet naïef.

Een kamer leeghalen, opnieuw schilderen en opnieuw inrichten zonder dat er ergens iets gerepareerd hoeft te worden, is ongeveer net zo waarschijnlijk als een bouwmarkt verlaten met alleen dat ene ding waarvoor je kwam.

Je weet dat het niet gaat gebeuren.

Dus met enig realisme had ik rekening gehouden met herstelwerk.

Alleen had ik blijkbaar niet rekening gehouden met zoveel herstelwerk.

Daar kwam het ineens tevoorschijn.

Alsof de kamer had gewacht totdat alle spullen eruit waren om vervolgens te zeggen:

"Mooi. Nu je toch bezig bent, heb ik nog wat voor je."

En bedankt.

Het is niet anders. Het moet gebeuren en dus gaan we het gewoon oplossen. Uiteindelijk is een project nu eenmaal een project. Je begint met een plan en ergens halverwege neemt het project zelf de leiding over.

De eerste wand krijgt een metamorfose

Mijn vrouw heeft vandaag de eerste wand geschilderd.

En daarmee gebeurde iets wonderlijks.

Waar eerst een muur stond die vooral onderdeel was van de bestaande situatie, begon ineens de toekomstige Paracord kamer zichtbaar te worden.

Verf heeft dat effect.

Je kunt uren spullen verplaatsen en nadenken over indeling, maar zodra er een nieuwe kleur op de muur verschijnt, denk je ineens:

Ja, hier gaat het op lijken.

De eerste wand is dus klaar.

Niet dat we daarmee ineens aan het einde van het project zijn. Integendeel.

Maar elk groot rijk begint ergens met een eerste steen.

In dit geval met een verfroller.

Ook de stellingen moesten eraan geloven

Daarna waren de stellingen aan de beurt.

Die moesten naar hun nieuwe plek.

Dat betekende vanzelfsprekend eerst alles eruit halen. Want een volle stelling verplaats je natuurlijk niet even alsof het een lichtgewicht bijzettafeltje is.

Daarna de stelling verplaatsen.

Vervolgens alles weer terugzetten.

Een prachtig systeem.

Je haalt alles eruit om het daarna weer terug te zetten.

Je zou bijna denken dat je daarmee niets opschiet.

Maar schijn bedriegt.

De stellingen staan nu op hun nieuwe plek en een groot deel van de spullen staat alweer terug. Bovendien kun je nu eindelijk zien hoe de ruimte gaat functioneren.

En dat is precies de bedoeling.

De chaos heeft plaatsgemaakt voor een georganiseerde chaos.

Een belangrijke stap vooruit.

Ondertussen ligt er nog een andere klus te wachten

Alsof de Paracord kamer nog niet genoeg werk oplevert, ligt er ook nog een andere klus te wachten.

Die moet nog worden afgemaakt.

Daarvoor moeten spullen worden gehaald.

En aangezien ik toch met de bus op pad moet, kwam het briljante idee op tafel om dan maar meteen spullen voor meerdere klussen mee te nemen.

Klus één: afmaken.

Klus twee: net begonnen.

Klus drie: staat ook alweer op de planning.

De bus kan het hebben.

Dat is het probleem niet.

De bus kan waarschijnlijk genoeg meenemen om een halve bouwmarkt leeg te kopen.

Maar ergens tijdens mijn overpeinzingen kwam het besef dat kunnen en verstandig zijn twee compleet verschillende dingen zijn.

Drie klussen tegelijk? Misschien toch niet

Mijn oorspronkelijke gedachte was simpel.

Als ik toch spullen ga halen, dan haal ik meteen alles.

Efficiënt.

Slim.

Economisch verantwoord.

Een logistiek meesterplan.

Totdat ik besefte dat ik dan niet alleen materiaal voor drie klussen in de bus zou hebben liggen, maar ook drie klussen in mijn hoofd.

En daar begint het gevaar.

Want voordat je het weet ben je bezig met klus één, ondertussen denk je aan klus twee, kijk je alvast naar klus drie en ben je vervolgens vergeten waar je de spullen van klus één ook alweer hebt neergelegd.

Dus heb ik een staatskundig verantwoord besluit genomen.

We gaan voor twee.

De derde klus komt later.

Die heeft pech gehad.

Die kan voorlopig rustig wachten.

De bus is gelukkig onze mobiele voorraadschuur

Online bestellen zou natuurlijk een stuk gemakkelijker zijn.

Klikken.

Bestellen.

Wachten.

Deur open.

Doos aannemen.

Klaar.

Alleen hebben die dozen tegenwoordig soms een klein financieel staartje: de afleverkosten.

En die kunnen behoorlijk oplopen.

Voor één klein pakketje is het al niet altijd aantrekkelijk. Als je vervolgens voor meerdere klussen spullen gaat bestellen, begint de bezorgdienst zich bijna als mede-uitvoerder van het project te gedragen.

Daarom maar zelf halen.

Gelukkig heb ik een bus.

En een bus is bij dit soort projecten geen overbodige luxe. Je kunt er behoorlijk wat materiaal in kwijt en dus is één rit vaak een stuk verstandiger dan voor iedere klus afzonderlijk heen en weer rijden.

Maar drie klussen tegelijk bevoorraden?

Nee.

We houden nog een beetje overzicht.

Mijn rug dient een officieel bezwaar in

Aan het einde van de dag was er nog wat werk over.

Er staan nog wat spullen in de kamer.

Er moet nog het nodige gebeuren.

Er zijn herstelwerkzaamheden.

Er moeten materialen worden gehaald.

En er liggen nog voldoende plannen klaar om de komende tijd bezig te blijven.

Maar toen besloot mijn rug zich ook met de planning te bemoeien.

En eerlijk gezegd had die daar een punt.

De rug gaf ongeveer aan dat het bouwbedrijf voor vandaag maar even gesloten moest worden.

Dus geen heroïsche poging om nog snel alles af te maken.

Geen nachtelijke wederopbouw.

Geen nationale noodtoestand.

Gewoon een tandje lager.

Morgen is er weer een dag

En eigenlijk is dat helemaal niet verkeerd.

Vandaag is er genoeg gebeurd.

De eerste wand is geschilderd.

De afwerklijsten zijn geplaatst.

De stellingen zijn verplaatst.

Een groot deel van de spullen staat weer op zijn nieuwe plek.

De kamer is grotendeels leeg geweest, waardoor nu eindelijk goed zichtbaar is wat er allemaal moet gebeuren.

En ja, dat blijkt meer te zijn dan verwacht.

Maar goed.

Het project heeft blijkbaar besloten dat het iets ambitieuzer wordt dan oorspronkelijk gepland.

Prima.

Dan geven we het die grandeur.

De Paracord kamer wordt geen eenvoudig kamertje waar toevallig wat spullen staan.

Nee, dit wordt een project.

Een project met herstelwerk, logistiek, schilderwerk, stellingen, materiaaltransport, planning en uiteraard een rug die af en toe een motie van wantrouwen indient.

En zo hoort het blijkbaar.

Stap voor stap.

Klus voor klus.

Niet alles tegelijk.

Voor vandaag gaat de deur dicht.

De gereedschappen mogen rusten.

De verf mag drogen.

De rug krijgt verlof.

En morgen?

Morgen zien we wel weer.

Want één ding is inmiddels duidelijk geworden:

Ik ben misschien begonnen aan de Paracord kamer, maar de Paracord kamer is inmiddels ook aan mij begonnen.

Reacties