Doorgaan naar hoofdcontent

Uitgelicht

De verdwijning van mijn witte Volkswagen Kever

De verdwijning van mijn witte Volkswagen Kever Een auto, een oom en een nogal bijzondere afwikkeling Een Kever met karakter In mijn vorige verhaal vertelde ik over mijn eerste auto, een witte Volkswagen Kever. Een auto die mij in mijn jonge jaren de vrijheid gaf om naar de Grafische MTS in Amsterdam te rijden, op zaterdag naar mijn baantje in Zaandam te gaan en zo nu en dan zonder enige bestemming achter het stuur te kruipen. Het was een Volkswagen Kever uit 1968, uitgerust met een elektrisch systeem van zes volt. Tegenwoordig klinkt dat misschien alsof je een museumstuk probeert te starten, maar destijds was het gewoon mijn auto. En daar was ik best trots op. Ik had er heel wat aan gesleuteld. Want een auto van die leeftijd heeft zo zijn gebruiksaanwijzingen, al staan die niet altijd in een boekje. Soms ontdek je ze vanzelf, meestal op een moment dat het je helemaal niet uitkomt. Ook mijn Kever ontkwam niet aan de tand des tijds. De slijtage begon zich te manifesteren en op een gegeve...

Een zware metseldag, spierpijn en toch tevreden naar huis

Een ochtend die zich niet zomaar gewonnen gaf

Dinsdagmorgen.

Normaal gesproken begint de dag hier volgens een vast ritueel. Uit bed, voeten op de vloer, naar beneden, een kop koffie en dan langzaam de wereld in. Geen ingewikkelde ceremonie, gewoon koffie en gaan.

Maar vanochtend liep het anders.

Ik stond op, maar er ontbrak iets. Geen trek in koffie. Dat alleen al was opmerkelijk. Een mens kan tenslotte aan veel dingen twijfelen, maar aan een eerste kop koffie meestal niet.

Ik ging zitten.

Het was koud.

En ik had even geen zin.

Niet dat ik dacht: vandaag blijf ik lekker thuis. Nee, het was meer alsof mijn lichaam even overleg wilde voeren met mijn hoofd. Alsof het zei: moeten we dit vandaag echt allemaal gaan doen?

Maar ja, de stenen lagen te wachten.

En stenen hebben weinig geduld.

Dus uiteindelijk toch maar opgestaan en aan de slag gegaan.

Vijftien stenen die groter werden naarmate de ochtend vorderde

Bij de twee hokken moesten nog een aantal stenen worden gemetseld. Een stuk of vijftien.

Vijftien.

Op papier stelt het eigenlijk niets voor.

Je zou bijna kunnen denken dat je ze even snel in de muur legt en daarna rustig je handen afklopt.

Maar de werkelijkheid had vanochtend andere plannen.

De meeste stenen lieten zich gelukkig zonder al te veel protest plaatsen. Specie erop, steen pakken, goed leggen, controleren en door.

Maar een paar exemplaren hadden blijkbaar besloten dat ze vandaag een eigen karakter zouden ontwikkelen.

Die paar stenen...

Daar heb ik toch behoorlijk op zitten klooien.

Een steen ligt net niet goed. Dus weer omhoog. Wat specie erbij. Opnieuw proberen. Dan blijkt hij aan de andere kant weer iets te hoog te liggen. Weer corrigeren.

En zo kan één steen ineens uitgroeien tot een klein bouwkundig drama.

Je staat ernaar te kijken en vraagt je af waarom zo'n rechthoekig stuk steen zoveel problemen kan veroorzaken.

Maar uiteindelijk geef je natuurlijk niet op.

De ene na de andere steen verdwijnt op zijn plaats.

En langzaam begint het geheel weer ergens op te lijken.

Uiteindelijk waren ze alle vijftien gemetseld.

Klaar.

Niet vanzelf, niet zonder gevloek en gemopper, maar wel klaar.

Want een metselaar is pas klaar als de rommel weg is

Alleen houdt het werk niet op wanneer de laatste steen op zijn plaats ligt.

Dat zou mooi zijn.

Nee, daarna begint het tweede bedrijf van de voorstelling: opruimen.

De metselkuip moest schoon.

Het gereedschap moest schoon.

En op de grond lag hier en daar natuurlijk nog specie.

Want specie heeft een merkwaardige eigenschap. Waar je het ook probeert te houden, uiteindelijk weet het altijd een weg naar de grond te vinden.

Dus alles bij elkaar verzamelen, schoonmaken, schrapen, vegen.

Net zolang tot de plek er weer uitzag alsof er geen halve bouwplaats was geweest.

Toen ik uiteindelijk alles schoon had, kon ik pas echt zeggen dat het werk van vandaag erop zat.

En toen voelde ik het.

Dit had energie gekost.

Meer dan ik vanochtend had gedacht.

De isolatie zit erin

Daarna ben ik bij mijn vrouw gaan kijken.

Zij was bezig met de isolatie in de wand en ook daar was weer een belangrijke stap gezet.

De isolatie zit erin.

Dat lijkt misschien een klein detail, maar bij een verbouwing zijn juist die kleine stappen de momenten waarop je langzaam ziet dat er iets ontstaat.

Een open wand wordt een echte wand.

Een ruimte krijgt vorm.

En wat eerst alleen maar een idee was, wordt stukje bij beetje werkelijkheid.

Morgen gaan we de wand dichtmaken.

Daarna kunnen we verder.

De andere muur wacht al

Want de volgende klus staat alweer klaar.

De andere muur moet nog gemetseld worden.

De stenen zijn aanwezig.

Het cement staat klaar.

Het gereedschap is er.

Dus wat let je?

Dat is uiteindelijk misschien wel de hele filosofie van zo'n verbouwing.

Je hoeft niet het hele project vandaag af te krijgen.

Je hoeft alleen maar het volgende stuk te doen.

Eerst de wand dicht.

Daarna de andere muur.

En vervolgens zien we wel weer.

De twee hokken moeten uiteindelijk ook nog een kleurtje krijgen. Maar dat hoeft niet vandaag. Dat kan de komende dagen.

Eerst het metselwerk goed laten drogen.

Daarna komt de verf.

Ook dat hoort bij bouwen: weten wanneer je moet doorgaan en wanneer je het werk even met rust moet laten.

Nasi met een gebakken ei

Gelukkig had ik vandaag nog een klein culinair wonder in de koelkast staan.

Nasi van gisteren.

Even opwarmen.

Een gebakken ei erover.

En klaar.

Soms hoeft geluk niet ingewikkeld te zijn.

Na een ochtend sjouwen, tillen, metselen, schoonmaken en aanvegen smaakt zo'n bord nasi ineens alsof er een sterrenrestaurant in de achtertuin is geopend.

Het was weer heerlijk.

En misschien smaakte het juist zo goed omdat ik er inmiddels wel eentje verdiend had.

De onvermijdelijke komst van de spierpijn

Vanmiddag toch maar even douchen.

Want na zo'n dag weet je eigenlijk al wat eraan komt.

De spierpijn heeft zich nog niet volledig laten zien, maar je voelt haar aanwezigheid al ergens aan de horizon.

Die komt.

Daar valt weinig tegen te beginnen.

Waarschijnlijk morgen wat strammer.

Overmorgen misschien nog wat meer.

En daarna zal het lichaam zich er weer bij neerleggen en verdwijnen de klachten langzaam naar de achtergrond.

Een dag of drie.

Zo gaat dat meestal.

Het lichaam protesteert even en gaat daarna gewoon weer verder.

Eerst koffie, de rest komt morgen

En nu zit de dag erop.

De vijftien stenen zitten op hun plek.

De rommel is opgeruimd.

De metselkuip is schoon.

De isolatie zit in de wand.

En morgen wacht alweer een nieuwe etappe.

Eerst de wand dichtmaken.

Daarna beginnen aan de andere muur.

De stenen liggen klaar.

Het cement is er.

Dus wat let je?

Maar nu eerst koffie.

Dat is misschien wel de enige planning die voor vanavond nog belangrijk is.

Een kop koffie, even zitten en de benen laten bijkomen.

En dan zien we morgen wel weer.

Volgens mij was het Tita Tovenaar die ooit iets in die richting zei of zong. Ik weet niet eens meer precies hoe het ging.

Maar eigenlijk maakt dat niet zoveel uit.

Want soms hoef je niet precies te weten wat morgen brengt.

Je hoeft alleen maar te weten wat vandaag gebracht heeft.

En vandaag heeft weer een paar stenen gebracht.

Een hoop specie.

Een schone metselkuip.

Een geïsoleerde wand.

Een bord nasi met een gebakken ei.

En straks misschien een beetje spierpijn.

Niet slecht voor een dinsdag.

Reacties