Doorgaan naar hoofdcontent

Uitgelicht

De verdwijning van mijn witte Volkswagen Kever

De verdwijning van mijn witte Volkswagen Kever Een auto, een oom en een nogal bijzondere afwikkeling Een Kever met karakter In mijn vorige verhaal vertelde ik over mijn eerste auto, een witte Volkswagen Kever. Een auto die mij in mijn jonge jaren de vrijheid gaf om naar de Grafische MTS in Amsterdam te rijden, op zaterdag naar mijn baantje in Zaandam te gaan en zo nu en dan zonder enige bestemming achter het stuur te kruipen. Het was een Volkswagen Kever uit 1968, uitgerust met een elektrisch systeem van zes volt. Tegenwoordig klinkt dat misschien alsof je een museumstuk probeert te starten, maar destijds was het gewoon mijn auto. En daar was ik best trots op. Ik had er heel wat aan gesleuteld. Want een auto van die leeftijd heeft zo zijn gebruiksaanwijzingen, al staan die niet altijd in een boekje. Soms ontdek je ze vanzelf, meestal op een moment dat het je helemaal niet uitkomt. Ook mijn Kever ontkwam niet aan de tand des tijds. De slijtage begon zich te manifesteren en op een gegeve...

Een dag vol hout, mirabellen, zonlicht en dankbaarheid in de boomgaard

 

Een dag die begon met een zeer oog en eindigde met drie potjes jam

Sommige dagen beginnen alsof ze nergens naartoe gaan.

Je wordt wakker, doet één oog open en ontdekt onmiddellijk dat dat geen goed idee was. Het doet pijn. Niet een beetje, maar genoeg om dat oog meteen weer dicht te doen. Buiten is het nog donker. Je kijkt even om je heen, constateert dat de wereld blijkbaar nog niet aan de beurt is en draait je nog maar eens om.

Verder slapen.

Dat was tenminste het plan.

Voor mijn gevoel hoorde ik vijf minuten later een hond blaffen. Een geluid ergens uit de verte, zo’n geluid dat je half bewust opvangt en vervolgens weer probeert weg te duwen. Alleen bleek de werkelijkheid een andere klok te hanteren. Geen vijf minuten waren verstreken, maar ruim een half uur.

Goedemorgen dan maar.

Uit bed.

En ergens tijdens dat wakker worden schiet het ineens door mijn hoofd: zeven Sterre hout.

Dat zou vandaag komen.

Balken van een meter lang

Buiten blijkt al snel dat er weinig reden is om lang na te denken over waar het hout moet komen te liggen. Even naar buiten lopen, kijken en dan volgt die eenvoudige ontdekking: daar achter ligt een prima plek.

Mooi.

Probleem opgelost.

Niet veel later komt de tractor eraan.

Dan kun je natuurlijk blijven staan kijken, maar dat zit blijkbaar niet in mijn systeem. Dus maar even helpen met lossen. Balk voor balk. Stuk voor stuk ongeveer een meter lang. Geen wereldschokkende klus, zou je denken.

Op dat moment gaat het ook nog prima.

Je tilt.

Je loopt.

Je legt neer.

Je tilt weer.

En omdat je midden in zo’n klus zit, denk je nauwelijks na over wat je lichaam daar eigenlijk van vindt.

Dat komt later wel.

En inderdaad.

Een paar uur later begint het lichaam zijn eigen evaluatie te geven.

De spierpijn meldt zich.

Niet aangekondigd, maar wel heel duidelijk.

Dan naar de boomgaard

Alsof de dag nog niet genoeg had gebracht, komt vervolgens het idee om naar de boomgaard te gaan.

En daar verandert de sfeer van de dag.

Want zodra je tussen de bomen staat, blijkt dat de mirabellenbomen zich niets hebben aangetrokken van de vraag of iemand eigenlijk wel tijd had om al die vruchten te plukken.

De bomen hangen vol.

Niet een beetje vol.

Echt vol.

De takken buigen onder het gewicht van de vruchten. Overal waar je kijkt, hangen kleine, goudgele mirabellen tussen het blad. Trossen vruchten, dicht op elkaar, alsof de zomer zichzelf heeft uitgestort over de takken.

Je begint aan de eerste boom.

Plukken.

Nog een.

En nog een.

En voor je het goed en wel beseft, ligt er ongeveer 6,5 kilo mirabellen in de krat.

Zes en een halve kilo.

Van één boom.

Dan staat daar nog een tweede boom.

Ook die blijkt nauwelijks van plan te zijn om zuinig met zijn oogst om te springen. Ook daar worden kilo's mirabellen geplukt. Hoeveel precies moet nog worden gewogen.

En alsof dat nog niet genoeg is, staan er ook pruimenbomen.

Twee kleine kratjes met pruimen komen erbij.

En dan kijk je omhoog.

Nog twee pruimenbomen.

Ook die hangen vol.

De boomgaard heeft blijkbaar besloten dat vandaag geen gewone pluk-dag wordt.

Vandaag is oogstdag.

Tussen de takken, onder de zon

Maar het mooiste van zo’n boomgaard laat zich niet wegen.

Niet in kilo's.

Niet in kratjes.

Niet in potjes jam.

Het gebeurt ergens tussen het plukken door.

Je staat daar.

Tussen de takken.

Soms beweegt een blad boven je hoofd en valt er een druppel water naar beneden, rechtstreeks op je gezicht. Je kijkt even omhoog, maar ziet vooral bladeren, licht en de eindeloze hoeveelheid vruchten die boven je hangen.

En dan voel je de zon.

Niet alleen op je gezicht of je armen.

Je voelt de warmte in je rug.

De zon staat achter je en verwarmt je alsof ze even wil laten weten dat ze er ook bij hoort. Het licht valt tussen de bladeren door en maakt van kleine stukjes boomgaard bijna afzonderlijke werelden.

Je staat daar met je handen tussen de takken.

Je ruikt het groen.

Je ruikt het fruit.

Je hoort de omgeving.

Misschien een vogel.

Misschien de wind die door de bladeren trekt.

Misschien alleen maar de stilte die ontstaat wanneer je even niet hoeft te praten.

En dan kijk je om je heen.

Niet alleen naar de boom waar je op dat moment staat, maar verder.

Over de boomgaard.

Over het landschap.

Naar het uitzicht.

En opeens gebeurt er iets waar je niet echt een naam voor hebt.

Je wordt stil.

Heel stil.

Voor een moment lijkt alles groter te worden en jij juist kleiner.

Niet op een verdrietige manier.

Integendeel.

Het is juist een soort ontzag.

Je staat daar als mens tussen de bomen, terwijl de natuur om je heen gewoon doorgaat. De bomen dragen hun vruchten. De zon staat aan de hemel. De bladeren bewegen. De aarde ligt onder je voeten.

En ineens voel je hoe bijzonder het eigenlijk is dat je hier mag staan.

Dat er vruchten hangen.

Dat je ze mag plukken.

Dat je handen iets kunnen doen.

Dat je kunt kijken.

Dat je kunt ruiken.

Dat je de warmte van de zon op je rug kunt voelen.

Dankbaarheid komt niet altijd netjes binnen.

Soms komt het als een golf.

Door je hele lichaam.

Een emotie die nergens om vraagt en zich ook niet laat uitleggen. Je kunt haar niet even in een doosje stoppen en later rustig bekijken. Ze is er gewoon.

En misschien is dat precies waarom het zo indrukwekkend is.

Je voelt je klein.

Maar tegelijkertijd voel je je ongelooflijk rijk.

Niet vanwege bezit.

Maar vanwege het moment.

En dan moet je toch weer verder.

Want die mirabellen wachten niet.

Dus parkeer je het gevoel ergens achter in je hoofd en ga je weer plukken.

Nog een tak.

Nog een handvol.

Nog een krat.

Van boomgaard naar keuken

Thuis verandert de sfeer opnieuw.

De boomgaard is achter de rug, maar de oogst staat nu op tafel.

En dan begint een ander soort werk.

Ontpitten.

Mirabel na mirabel.

Steeds weer dat kleine pitje eruit.

Terwijl je daarmee bezig bent, begint het gesprek over wat je met al dat fruit kunt maken.

Want gewone jam maken kan natuurlijk.

Maar waarom zou je het eenvoudig houden als er ook andere mogelijkheden zijn?

Na wat nadenken komen we uit op drie soorten.

Mirabellen met limonchello.

Mirabellen met steranijs.

Mirabellen met vanille.

Van iedere variant gaat een kilo mirabellen apart.

De ingrediënten erbij.

En dan begint het volgende hoofdstuk van deze lange dag.

De keuken vult zich langzaam met geuren.

Fruit.

Suiker.

De bijzondere geur van de gekozen ingrediënten.

Het is bijna alsof de boomgaard nog steeds aanwezig is, maar nu in een andere vorm.

Wat vanmorgen nog aan een tak hing, begint nu langzaam te veranderen in iets dat straks op een boterham kan.

Dat is misschien wel een van de mooiste dingen aan zelf jam maken.

Je begint met fruit.

Je eindigt met herinnering.

Want iedere pot bevat niet alleen mirabellen.

Er zit een ochtend in.

Een boom in.

Een zonnige middag in.

Een druppel water op je gezicht.

Warmte in je rug.

Een uitzicht waar je even stil van werd.

Drie potjes per kilo

Van een kilo mirabellen blijven uiteindelijk drie potjes jam over.

Drie potjes.

Dat klinkt misschien niet als een enorme hoeveelheid.

Maar na zo'n dag kijk je er anders naar.

Want je weet waar ze vandaan komen.

Je hebt de vruchten zelf geplukt.

Zelf ontpit.

Zelf gekozen wat ermee moest gebeuren.

En nu staan ze daar.

Drie kleine potjes mirabellenjam.

Drie verschillende smaken.

Drie kleine beloften voor morgenochtend.

Want daar kijk ik nu eigenlijk het meest naar uit.

Versgebakken brood.

Een mes.

En de drie potjes op tafel.

Welke zal het lekkerst zijn?

De frisse, bijzondere combinatie van mirabellen met limonchello?

De kruidige warmte van steranijs?

Of juist de zachte, bijna romige geur van vanille?

Morgen weten we het.

En als één van de drie er met kop en schouders bovenuit steekt, dan weten we ook wat ons te doen staat.

Dan gaan we gewoon nog meer maken.

En dan is de batterij leeg

Als uiteindelijk de laatste potjes zijn gemaakt en de keuken weer enigszins tot rust komt, gebeurt er iets merkwaardigs.

De vermoeidheid.

Die zat blijkbaar al die tijd ergens te wachten.

Terwijl je bezig bent, merk je haar nauwelijks. Er is hout. Er is een tractor. Er zijn balken. Er zijn bomen. Er zijn mirabellen. Er moeten pruimen worden geplukt. Er moet worden ontpit. Er moet jam worden gemaakt.

Doorgaan dus.

Maar zodra het klaar is, komt de vermoeidheid naar boven.

Inmiddels is het half acht.

En we moeten nog eten.

Dus eten maken.

Nog even zitten.

Het verhaal van deze dag schrijven.

En dan naar bed.

Even alles uit.

Even bijtanken.

Ik weet alleen niet precies wat voor batterij ik eigenlijk heb.

Misschien is het inderdaad een soort Duracell-batterij die tijdens het slapen vanzelf weer oplaadt.

Dat zou mooi zijn.

Want morgen staat er waarschijnlijk weer een nieuwe dag klaar.

Misschien met spierpijn.

Misschien met nog meer pruimen.

Misschien met nieuwe plannen.

Maar eerst slapen.

En morgen ochtend wacht het verse brood.

Met daarnaast drie potjes jam.

Drie smaken.

Drie kleine stukjes van deze bijzondere dag.

En misschien, als ik mijn brood in de jam steek, proef ik niet alleen limonchello, steranijs of vanille.

Misschien proef ik ook een beetje van die boomgaard.

Van de zon.

Van het fruit.

Van de stilte.

En van dat ene moment waarop ik tussen de bomen stond, om me heen keek en even helemaal niets anders kon voelen dan:

wat is het leven soms ongelooflijk mooi.

Reacties