Doorgaan naar hoofdcontent

Uitgelicht

De verdwijning van mijn witte Volkswagen Kever

De verdwijning van mijn witte Volkswagen Kever Een auto, een oom en een nogal bijzondere afwikkeling Een Kever met karakter In mijn vorige verhaal vertelde ik over mijn eerste auto, een witte Volkswagen Kever. Een auto die mij in mijn jonge jaren de vrijheid gaf om naar de Grafische MTS in Amsterdam te rijden, op zaterdag naar mijn baantje in Zaandam te gaan en zo nu en dan zonder enige bestemming achter het stuur te kruipen. Het was een Volkswagen Kever uit 1968, uitgerust met een elektrisch systeem van zes volt. Tegenwoordig klinkt dat misschien alsof je een museumstuk probeert te starten, maar destijds was het gewoon mijn auto. En daar was ik best trots op. Ik had er heel wat aan gesleuteld. Want een auto van die leeftijd heeft zo zijn gebruiksaanwijzingen, al staan die niet altijd in een boekje. Soms ontdek je ze vanzelf, meestal op een moment dat het je helemaal niet uitkomt. Ook mijn Kever ontkwam niet aan de tand des tijds. De slijtage begon zich te manifesteren en op een gegeve...

Een weekje niets: stilte, honden en de rust van Montcourt

 Een weekje niets

Gisteren was de laatste dag van een klusperiode.

Hoe lang die klusperiode precies heeft geduurd, weet ik eigenlijk niet meer. Drie weken? Vier? Misschien nog wat langer. Het zijn van die periodes waarin de dagen langzaam in elkaar overvloeien. Je staat op, doet je werkkleren aan, begint aan waar je gebleven was, schuift wat met spullen, zaagt, timmert, sjouwt, ruimt op en denkt ondertussen alweer na over wat er morgen moet gebeuren.

En voor je het weet is het morgen.

En daarna weer morgen.

Tot ineens die laatste dag daar is.

Gisteren dus.

De klusperiode zit erop.

Voor even dan.

Want een mens die aan het klussen is, weet natuurlijk dat een klus zelden echt klaar is. Er is altijd nog iets. Een plank die beter kan. Een hoek die nog moet worden afgewerkt. Een schroef die ergens ontbreekt. Een deur die eigenlijk nog een keer geschilderd moet worden. Een lijstje in je hoofd dat nooit helemaal leeg raakt.

Maar toch.

Vandaag is het anders.

Vandaag hoef ik niet naar de schuur om daar verder te gaan waar ik gisteren ben gestopt.

Vandaag mag het even blijven zoals het is.

Een weekje niets.

Niet letterlijk natuurlijk.

Dat zou waarschijnlijk ook niet eens kunnen.

Maar een weekje niet klussen. Een weekje niet voortdurend bezig zijn met wat er nog moet gebeuren. Een weekje waarin de tijd niet iedere ochtend al een bestemming heeft.

En juist dat merk ik vanochtend.

Nog donker

Ik was weer vroeg wakker.

Dat gebeurt hier wel vaker. Het lichaam heeft soms zijn eigen klok en trekt zich weinig aan van wat je zelf van plan was.

Half acht.

Buiten is het nog donker.

Niet dat grijze, bijna-lichte donker van een ochtend waarop de zon ieder moment boven de horizon kan verschijnen.

Nee.

Gewoon donker.

Echt donker.

De zon komt hier pas rond half acht op, en als je iets eerder beneden bent, lijkt de wereld nog even nergens aan begonnen.

Ik loop naar beneden.

De honden zijn natuurlijk meteen wakker.

Er komt iemand naar beneden, dus dan moet er iets gebeuren. Zo werkt dat nu eenmaal. Je kunt als hond heerlijk diep liggen slapen, maar zodra er ergens beneden een deur opengaat, is de kans groot dat er iets interessants staat te gebeuren.

Een paar ogen kijken me aan.

Beweging.

Staarten.

Een beetje slaperige bedrijvigheid.

Even vlug naar buiten.

De tuin in.

Ik besluit mee te gaan.

Niet omdat het moet.

Niet omdat er iets te controleren valt.

Niet omdat er een klus wacht.

Gewoon omdat ik daar zin in heb.

Ik ga op een stoel zitten.

In het donker.

En ineens merk ik hoe stil het eigenlijk is.

De stilte die ik gemist heb

In eerste instantie hoor ik helemaal niets.

Of misschien hoor ik het wel, maar moet ik eerst weer leren luisteren.

Dat klinkt misschien vreemd, maar stilte is niet hetzelfde als helemaal niets horen.

Stilte bestaat uit kleine geluiden.

Heel kleine geluiden.

Je moet er alleen even ruimte voor maken.

In de verte hoor ik de snelweg.

Niet voortdurend, maar in vlagen.

Een vrachtwagen komt aanzetten.

Eerst nauwelijks hoorbaar.

Dan zwelt het geluid langzaam aan.

Een zwaar, laag gedreun dat vanuit de verte dichterbij lijkt te rollen.

En dan is hij er.

Een paar seconden maar.

Daarna verdwijnt het geluid weer over de andere kant van de ochtend.

Weg.

Alsof iemand een volumeknop langzaam terugdraait.

Daarna hoor ik de mussen.

Kleine druktemakers.

Ze zitten ergens waar ik ze niet kan zien en hebben blijkbaar belangrijke zaken te bespreken. Het ene kwettertje volgt het andere op. Een klein gesprek tussen vogels dat nergens haast mee lijkt te hebben.

Verderop klinkt het geluid van een tractor die start.

Even dat herkenbare motorgeluid.

Een paar seconden mechanische bedrijvigheid in een wereld die verder nog slaapt.

Ook ergens honden.

Blaffend.

Een antwoord uit de verte.

Misschien een hond die iets gehoord heeft.

Misschien gewoon een hond die vindt dat de ochtend wel wat meer geluid kan gebruiken.

En daarna...

weer stilte.

Montcourt slaapt nog

Ik kijk om me heen.

Montcourt slaapt nog.

Dat vind ik misschien wel een van de mooiste momenten van de dag.

Niet omdat er niets gebeurt, maar juist omdat nog bijna niemand iets van de dag verlangt.

Er hoeft nog nergens heen te worden gereden.

Er hoeft nog niets te worden geregeld.

De huizen houden hun warmte vast.

De gordijnen zijn dicht.

Achter sommige ramen brandt misschien al een lichtje, maar voor het grootste deel lijkt het dorp nog onder een deken te liggen.

En ik zit daar.

Buiten.

Op een stoel.

Met de honden in de buurt.

Het is fris.

Vier, misschien vijf graden.

Zo'n temperatuur waarbij je na een paar minuten denkt dat een jas eigenlijk helemaal geen overbodige luxe zou zijn geweest.

Maar het heeft ook iets prettigs.

Die koude lucht maakt je wakker.

Je voelt hem in je gezicht.

Je handen worden langzaam kouder.

Je ademt diep in en merkt dat de lucht fris en helder binnenkomt.

Geen drukte.

Geen machines.

Geen stof.

Geen zaag die door hout heen gaat.

Geen boormachine.

Geen gedoe.

Alleen de ochtend.

Even hoeft er niets

En misschien is dat precies wat ik nodig had.

De afgelopen weken ben ik vooral bezig geweest.

Bezig zijn is makkelijk.

Je hebt altijd een reden om op te staan.

Er is altijd een volgende handeling.

Nog even dit.

Dan dat.

Eerst dat afmaken.

Daarna opruimen.

En als je dan klaar bent, zie je alweer iets anders dat aandacht vraagt.

Het is een soort vanzelfsprekende beweging geworden.

Doorgaan.

Maar vanochtend hoef ik niet door.

Ik hoef nergens naartoe.

Ik hoef niets af te maken.

Ik hoef alleen maar te zitten.

Dat klinkt bijna te simpel.

En misschien is het dat ook.

Maar juist in die eenvoud zit iets bijzonders.

Je merkt ineens hoeveel tijd er overblijft wanneer je niet iedere minuut ergens voor gebruikt.

De ochtend hoeft niet productief te zijn.

Hij hoeft nergens naartoe.

De minuten mogen gewoon minuten zijn.

Het licht komt terug

Langzaam verandert het donker.

Niet ineens.

Het is meer alsof de nacht zich voorzichtig terugtrekt.

Eerst zie ik nauwelijks verschil.

Dan worden de contouren van de tuin iets duidelijker.

De bomen krijgen weer vorm.

De lucht wordt lichter.

Het donker wordt grijs.

En dat grijs wordt langzaam ochtend.

De wereld komt terug.

De dag begint zonder dat iemand hem hoeft aan te zetten.

Ik blijf nog even zitten.

De honden zijn ondertussen bezig met hun eigen kleine ochtendrituelen.

Snuffelen.

Rondlopen.

Kijken.

Weer terugkomen.

Alsof ook zij voelen dat er vandaag geen haast is.

Dat vind ik misschien nog wel het mooiste van deze ochtend.

Dat ik niet de enige ben die even niets hoeft.

Voor de honden is het ook gewoon een rustige ochtend.

Geen haast.

Geen lawaai.

Geen vreemde bewegingen.

Gewoon samen buiten zijn.

Meer tijd voor de honden

En daar heb ik de komende week misschien wel het meeste zin in.

Meer tijd voor de honden.

Niet alleen het praktische.

Niet alleen eten geven, naar buiten, weer naar binnen, deur open, deur dicht.

Maar echt even aandacht.

Erbij zitten.

Een aai over een kop.

Even kijken wat ze aan het doen zijn.

Misschien een extra wandeling.

Misschien gewoon samen op de bank.

Het zijn juist die kleine momenten die tijdens een klusperiode gemakkelijk verdwijnen.

Je bent er wel, maar je bent met je hoofd ergens anders.

Je lichaam staat misschien naast de hond, maar je gedachten zitten al bij de volgende plank, de volgende klus of het volgende probleem dat opgelost moet worden.

Nu hoeft dat even niet.

Nu kan ik er zijn.

Echt zijn.

Koffie

Na een tijdje wordt het tijd om naar binnen te gaan.

De kou begint toch langzaam door mijn jas heen te kruipen.

Ik loop naar binnen.

De honden volgen.

En dan komt het moment waarop een rustige ochtend eigenlijk pas echt compleet wordt.

Koffie.

Een kop koffie aan tafel.

Geen haast.

Geen telefoon die meteen iets van me moet.

Geen gereedschap dat klaarligt.

Geen lijstje dat afgewerkt moet worden.

Gewoon koffie.

De honden zoeken ondertussen hun eigen plek.

Eentje gaat hier liggen.

Een andere schuift wat verderop neer.

De rest zoekt een plekje in de buurt.

Het lijkt bijna alsof ze denken: prima, als jij gaat zitten, gaan wij ook liggen.

En zo zitten we daar.

Aan tafel.

De koffie voor me.

De honden om me heen.

Buiten wordt het steeds lichter.

Binnen is het rustig.

Een diepe zucht

En dan gebeurt er iets kleins.

Een van de honden zucht.

Een diepe, lange zucht.

Zo'n zucht die bijna een complete zin bevat.

Alsof er gezegd wordt:

Het is goed.

We hoeven even nergens heen.

We hoeven niets.

We zitten hier gewoon.

En misschien projecteer ik er van alles op.

Waarschijnlijk wel.

Maar toch klinkt die zucht vanochtend precies goed.

Het is alsof hij bevestigt wat ik zelf al een tijdje voel.

Het is goed.

Even niets.

Even geen klus.

Even geen moeten.

Even geen volgende stap.

Een weekje de tijd

Gisteren was de laatste dag.

Vandaag begint er iets anders.

Geen vakantie in de klassieke betekenis van het woord.

Want er zullen genoeg dingen gebeuren.

Er moeten boodschappen worden gedaan.

Er moet worden gegeten.

De honden moeten naar buiten.

Er zal ongetwijfeld ergens iets liggen dat eigenlijk opgeruimd moet worden.

En waarschijnlijk kijk ik morgen alweer even naar de schuur.

Maar dat hoeft niet vandaag.

Vandaag mag het wachten.

De komende week mag de tijd wat losser worden.

Een weekje waarin ik niet voortdurend vooruit hoef te kijken.

Een weekje waarin ik wat meer tijd heb voor de honden.

Een weekje waarin een vroege ochtend gewoon een vroege ochtend mag zijn.

Waarin vier of vijf graden niet alleen koud is, maar ook fris.

Waarin een vrachtwagen op de snelweg geen storend geluid is, maar onderdeel wordt van het landschap.

Waarin mussen een gesprek voeren.

Waarin ergens een tractor wakker wordt.

Waarin een paar honden elkaar op afstand laten weten dat ze er zijn.

En waarin daarna weer die prachtige stilte valt.

Die stilte heb ik gemist.

Dat besef ik nu pas.

Ik zit nog steeds aan tafel.

Mijn koffie wordt langzaam kouder.

De honden liggen om me heen.

Buiten is het inmiddels licht.

De dag is begonnen.

Maar voor mijn gevoel hoeft hij nog nergens naartoe.

En misschien is dat wel precies de bedoeling.

Een weekje niets.

Niet omdat er niets te doen is.

Maar omdat niet alles meteen gedaan hoeft te worden.

Vandaag laat ik de tijd gewoon gaan.

En ergens naast me ligt een hond die nog één keer diep zucht.

Het is goed.

Inderdaad.

Het is goed.

Reacties