Uitgelicht

Verbouwing bijna klaar, maar mijn hoofd bouwt alweer

Verbouwing bijna klaar, maar mijn hoofd bouwt alweer

Er zijn van die momenten waarop je op de bouwplaats staat, om je heen kijkt en ineens beseft dat het einde daadwerkelijk in zicht komt. Niet het soort einde waarbij je denkt: we zijn er bijna, maar er moet nog ongeveer een halve wereld gebeuren. Nee, dit keer begint het er echt op te lijken.

Het metselwerk is bijna klaar.

Dat klinkt eenvoudig, maar achter die paar woorden zit een behoorlijk landschap van stenen, specie, gereedschap, stof, spierpijn en ontelbare momenten waarop je denkt: waarom ben ik hier eigenlijk aan begonnen? En toch staat het er. Rij voor rij. Steen voor steen. Een muur die eerst alleen nog bestond in mijn hoofd, heeft inmiddels gewoon een fysieke aanwezigheid gekregen.

Alleen moeten de deuren nog geplaatst worden. Daarna wacht het stuken. Dan schilderen. En alsof dat nog niet genoeg is, moeten de muren ook nog behandeld worden tegen vocht.

Dus ja, technisch gezien zijn we bijna klaar.

Maar in bouwtaal betekent "bijna klaar" natuurlijk vooral dat het einde van het ene hoofdstuk nadert en er nog een paar pagina's moeten worden geschreven voordat het boek dicht kan.

En terwijl ik daar naar kijk, gebeurt er iets merkwaardigs.

Mijn hoofd is alweer ergens anders.

Dat is misschien wel een van mijn grootste zwakke punten als het om bouwen gaat. Zodra een project vorm begint te krijgen, begint mijn hoofd alweer plannen te maken voor het volgende. Alsof er ergens boven mijn hersenen een kleine bouwcommissie vergadert die voortdurend nieuwe projecten op de agenda zet.

Wat als we daar nu eens...

En voor je het weet staat er in gedachten alweer een compleet nieuw bouwwerk.

Het volgende project wordt namelijk iets groter.

Daar komt alles bij kijken. Metselen, houtwerk, elektra en waarschijnlijk nog een flinke verzameling werkzaamheden waarvan ik nu denk dat ze "wel mee zullen vallen". Dat laatste is een gevaarlijke gedachte. Iedereen die ooit serieus heeft verbouwd, weet dat woorden als valt wel mee meestal de voorbode zijn van weken extra werk.

Maar goed, daar ben ik voorlopig nog niet.

Eerst dit project afmaken.

Dat klinkt ontzettend verstandig.

En dus moet ik mezelf daar vandaag ook maar even aan herinneren.

Want voordat ik mezelf verlies in tekeningen, afmetingen, houtmaten, kabels, stenen en andere bouwkundige hersenspinsels, moet ik zorgen dat het huidige bouwwerk gewoon netjes wordt afgerond.

En dan komt er nog een interessant hoofdstuk bij: de bouwmaterialen voor het volgende project.

Die moeten namelijk eerst allemaal op hun plek komen.

Dat klinkt opnieuw eenvoudiger dan het in werkelijkheid is.

Niet alles wordt namelijk aan huis geleverd. En wanneer een leverancier dat wel wil doen, kan de rekening voor het transport soms behoorlijk oplopen. Sommige bezorgkosten zijn van het soort waarbij je na het zien van het bedrag even naar je scherm kijkt om te controleren of je niet per ongeluk een complete vrachtwagen met chauffeur, bijrijder en overnachting hebt besteld.

Dus waarschijnlijk wordt het zelf ophalen.

Dat betekent laden, rijden, lossen en weer terug.

En waarschijnlijk nog een keer.

En misschien nog een keer.

En dan komt het moment waarop je jezelf afvraagt of het goedkoper was geweest om gewoon de bezorgkosten te betalen.

Dat is het prachtige economische raadsel van bouwen.

Je kunt geld besparen door zelf te rijden, maar vervolgens betaal je met tijd, brandstof, moeite en een auto die na een paar ritten begint te kijken alsof hij ook aan een verbouwing toe is.

Aan de andere kant is het ook wel iets moois.

Zelf je materialen ophalen.

Je rijdt naar de bouwmaterialenhandel, loopt tussen de pallets en stapels materiaal door, maakt je keuze en begint vervolgens alles in te laden. Bakstenen, hout, platen, kabels, bevestigingsmateriaal, noem maar op.

Het heeft iets tastbaars.

Een project begint niet pas wanneer de eerste steen wordt gelegd. Het begint eigenlijk al wanneer je de materialen bij elkaar verzamelt.

Maar ook daar moet ik mezelf een beetje afremmen.

Want ik loop veel te hard van stapel.

Mijn hoofd is al bezig met het volgende gebouw terwijl het huidige gebouw nog niet eens helemaal klaar is.

De muren staan.

De deuren moeten er nog in.

Er moet nog gestuukt worden.

Er moet geschilderd worden.

De vochtbehandeling moet nog gebeuren.

En waarschijnlijk ligt er ergens ook nog een lijstje met kleine dingen die ik op dit moment liever niet te aandachtig bekijk.

Dus nee.

Eerst dit.

Rustig.

Stap voor stap.

Een bouwproject vraagt nu eenmaal om een zekere volgorde. Je kunt niet eeuwig vooruit springen omdat je hoofd sneller is dan je handen. Hoe enthousiast je ook bent, een muur wordt niet sneller droog omdat je ondertussen al een ander bouwwerk hebt bedacht.

En misschien is dat juist het mooie aan bouwen.

Het dwingt je om terug te keren naar het moment.

Naar die ene muur.

Die ene deur.

Die ene klus die vandaag moet gebeuren.

Niet naar het project van volgende maand. Niet naar het materiaal dat straks opgehaald moet worden. Niet naar de elektra die nog aangelegd moet worden in een gebouw dat op dit moment alleen nog bestaat in mijn gedachten.

Vandaag is er maar één opdracht.

Het bestaande project afmaken.

En daarmee begint de volgende etappe.

Ik trek mijn werkkleding aan, verzamel wat ik nodig heb en maak me klaar om naar de bouwplaats te vertrekken.

Daar ligt de werkelijkheid te wachten.

Geen mooie plannen op papier. Geen denkbeeldige muren. Geen theoretische berekeningen.

Gewoon steen.

Mortel.

Gereedschap.

Stof.

Werk.

En natuurlijk dat onvermijdelijke moment waarop je denkt dat je "even snel" iets gaat doen en twee uur later nog steeds met hetzelfde bezig bent.

Maar dat hoort erbij.

Bouwen is tenslotte geen computerspel waarin je op een knop drukt en een gebouw verschijnt. Het is een langzaam proces waarin materiaal, tijd en energie uiteindelijk samenkomen in iets dat blijft staan.

En wanneer ik straks op de bouwplaats sta en naar het bijna voltooide metselwerk kijk, weet ik waarschijnlijk alweer precies hoe het gaat.

Ik kijk naar het huidige resultaat.

Ik ben tevreden.

Ik zie wat er nog moet gebeuren.

En ergens achterin mijn hoofd verschijnt alweer dat volgende project.

Een groter bouwwerk.

Meer werk.

Meer materiaal.

Metselen.

Hout.

Elektra.

En waarschijnlijk een hele reeks nieuwe uitdagingen.

Maar daar denken we later wel weer over na.

Nu eerst de laatste meters.

De deuren.

Het stucwerk.

De verf.

De vochtbehandeling.

Afmaken wat begonnen is.

Want hoe verleidelijk het ook is om alweer aan de volgende bouwdroom te beginnen, een project verdient het om eerst netjes afgesloten te worden.

Dus vooruit.

Genoeg gedacht.

Genoeg gepland.

Genoeg vooruitgelopen.

Tijd om de handen uit de mouwen te steken.

Op naar de bouwplaats.

Hahahaha.

Daar gaan we dan. 🧱🔨

Reacties