Doorgaan naar hoofdcontent

Uitgelicht

De verdwijning van mijn witte Volkswagen Kever

De verdwijning van mijn witte Volkswagen Kever Een auto, een oom en een nogal bijzondere afwikkeling Een Kever met karakter In mijn vorige verhaal vertelde ik over mijn eerste auto, een witte Volkswagen Kever. Een auto die mij in mijn jonge jaren de vrijheid gaf om naar de Grafische MTS in Amsterdam te rijden, op zaterdag naar mijn baantje in Zaandam te gaan en zo nu en dan zonder enige bestemming achter het stuur te kruipen. Het was een Volkswagen Kever uit 1968, uitgerust met een elektrisch systeem van zes volt. Tegenwoordig klinkt dat misschien alsof je een museumstuk probeert te starten, maar destijds was het gewoon mijn auto. En daar was ik best trots op. Ik had er heel wat aan gesleuteld. Want een auto van die leeftijd heeft zo zijn gebruiksaanwijzingen, al staan die niet altijd in een boekje. Soms ontdek je ze vanzelf, meestal op een moment dat het je helemaal niet uitkomt. Ook mijn Kever ontkwam niet aan de tand des tijds. De slijtage begon zich te manifesteren en op een gegeve...

Een vroege ochtend in Montcourt, mijn plek in Frankrijk

Mijn Montcourt

Wakker worden met de geur van brood

Vanochtend werd ik wakker met de geur van versgebakken brood.

Nou, dan heb je wat mij betreft al een aardige voorsprong op de dag. Ik bleef nog even liggen, gewoon omdat het kon, en rook die geur. Vers brood heeft iets waar je eigenlijk niet tegenop kunt. Je kunt jezelf nog zo voornemen om eerst rustig wakker te worden, maar uiteindelijk zit je toch rechtop.

Dus eruit.

Beneden is het nog stil. De honden slapen nog. Die hebben blijkbaar een beter gevoel voor tijd dan ik, want die vinden het helemaal niet nodig om zo vroeg aan de dag te beginnen.

Eentje tilt zijn kop op als ik binnenkom.

Hij kijkt me aan met een blik die volgens mij heel duidelijk zegt: Wat kom jij hier doen? Het is veel te vroeg.

Ik zeg maar niets.

Hij legt zijn kop weer neer.

Gelijk heeft hij.

Ik loop naar de keuken en zet koffie. Dat is hier toch wel een soort ochtendritueel geworden. Eerst koffie, daarna zien we wel. Ik heb inmiddels geleerd dat je niet alles meteen hoeft te plannen. Zeker niet op het platteland.

Buiten heeft het vannacht geregend

Met mijn koffie loop ik naar de deur en kijk naar buiten.

Alles is nat.

Het heeft vannacht behoorlijk geregend. Het erf, de stenen, het gras, alles glimt een beetje. De bomen zien er donkerder uit en op sommige bladeren liggen nog dikke druppels.

Het is niet bepaald zo'n ochtend waarvan je denkt: Kom, we gaan er eens lekker tegenaan.

Een beetje zielig ziet het er eerlijk gezegd wel uit.

Maar ik vind het ook mooi.

Na regen heeft het landschap hier iets. De kleuren worden dieper en de lucht ruikt anders. Je ruikt de grond, het gras en de bomen. Alles is even vochtig en stil.

Ik sta daar met mijn koffie en kijk een tijdje.

En dan denk ik ineens: Ik zit hier eigenlijk gewoon op mijn plek.

Dat klinkt misschien heel eenvoudig, maar dat is precies hoe het voelt.

Ik heb hier niet het gevoel dat ik ergens naartoe moet. Er hoeft op dit moment niets. De dag hoeft zich nog niet te bewijzen.

Ik hoef alleen maar met mijn koffie in de deuropening te staan.

Dat is genoeg.

Het dorp wordt langzaam wakker

Natuurlijk blijft het niet stil.

Het dorp begint langzaam op gang te komen.

Dat gaat hier gelukkig niet met veel lawaai. Eerst hoor je ergens een deur opengaan. Even later gaat er ergens een deur weer dicht. Waarschijnlijk omdat iemand naar buiten kijkt en denkt: Nee, toch maar niet. Veel te koud.

Ik ken dat gevoel.

Verderop komt de boer alweer langs met zijn aanhanger en de koeien. Dat is zo'n beeld dat inmiddels gewoon bij mijn ochtend hoort. Als je hier een tijdje woont, raak je eraan gewend. Je kijkt er nauwelijks nog van op.

Toch vind ik het iedere keer weer mooi.

Die tractor die langzaam voorbij komt, de koeien erachter, het geluid dat even door het dorp trekt en daarna weer verdwijnt.

De buurman verderop is inmiddels ook wakker. Die loopt naar zijn kippen om de deur van het hok open te maken.

De kippen zullen ongetwijfeld al veel langer wakker zijn dan wij allemaal.

Die hebben daar weinig boodschap aan.

En zo komt Montcourt langzaam tot leven.

Niet allemaal tegelijk. Gewoon stukje bij beetje.

Een deur hier.

Een tractor daar.

Een hond die ergens begint te blaffen.

Iemand die naar buiten loopt en na een paar minuten toch weer naar binnen gaat omdat het blijkbaar nog steeds te koud is.

En eigenlijk vind ik dat wel prettig.

Het dorp start weer op zoals het iedere dag doet.

Je kunt niet altijd overal bij wegblijven

Natuurlijk gebeurt er hier ook wel eens wat.

Het is tenslotte een dorp. Mensen hebben hun eigen leven, hun eigen ideeën en soms ook hun eigen gedoe.

Daar proberen we zo veel mogelijk bij weg te blijven.

Dat lukt natuurlijk niet altijd.

Je kunt moeilijk zeggen: Ik woon hier wel, maar verder doe ik niet mee.

Zo werkt het niet.

Als je ergens woont, maak je er onderdeel van uit. Soms wil je dat en soms zou je liever even een deur dichttrekken en doen alsof je niemand gehoord hebt.

Maar uiteindelijk gaat het meestal zoals het gaat.

En misschien is dat ook wel waarom ik zo blij ben met de rust die ik hier gevonden heb.

Niet omdat er hier nooit iets gebeurt.

Juist omdat ik heb geleerd dat niet alles wat gebeurt ook meteen mijn probleem hoeft te worden.

Dat is een verschil.

Vroeger zou ik misschien langer ergens over nadenken. Nu denk ik steeds vaker: we zien wel.

Wat morgen komt, komt morgen.

Vandaag is nog van mij.

De stilte is er nog steeds

Want ondanks alles is er hier iets wat ik niet zomaar ergens anders zou kunnen vinden.

De stilte.

Niet de absolute stilte, want die bestaat natuurlijk helemaal niet.

Er zijn altijd geluiden.

De tractor.

Een vogel.

Een deur.

Een hond.

Misschien ergens een auto.

Maar tussen die geluiden zit zoveel ruimte.

En juist die ruimte vind ik heerlijk.

Ik kan hier gewoon zitten zonder dat er iets van me wordt verwacht.

Dat is misschien wel het grootste verschil.

De rust die ik hier gevonden heb, is op dit moment gewoon van mij.

Ik hoef er niets mee.

Ik hoef hem niet te delen.

Ik hoef hem niet uit te leggen.

Ik kan er gewoon in zitten.

Met mijn koffie.

En met een hond die waarschijnlijk nog steeds vindt dat ik veel te vroeg ben opgestaan.

Misschien toch maar even naar de moestuin

Langzaam begin ik na te denken over wat ik vandaag ga doen.

Misschien moet ik eens naar de moestuin gaan kijken.

Na al die regen ben ik eigenlijk wel benieuwd hoe het ervoor staat.

De kans is groot dat het er allemaal wat treurig bij ligt. De grond nat, de paden vol plassen en hier en daar waarschijnlijk een plant die besloten heeft dat rechtop staan toch zwaar overschat wordt.

Maar goed, daar is een moestuin voor.

Het hoeft er niet iedere dag uit te zien alsof hij in een tijdschrift staat.

Ik loop er straks wel even heen.

Kijken wat er gebeurd is.

Misschien valt het mee.

Misschien valt het tegen.

En als het tegenvalt, dan zie ik morgen wel wat ik eraan kan doen.

Ook dat heb ik inmiddels geleerd.

Niet alles hoeft vandaag.

Of toch maar naar de boomgaard

Aan de andere kant kan ik natuurlijk ook naar de boomgaard.

De mirabellen en pruimen hangen er nog.

Nou ja, een deel ervan dan.

Een ander deel zal inmiddels wel op de grond liggen. Dat hoort erbij.

Ik vind het altijd leuk om daar tussen de bomen te lopen en gewoon te kijken wat er hangt. Soms denk je dat er weinig aan zit en kom je thuis met een mand vol. En soms denk je dat de boom helemaal vol hangt en blijkt het allemaal tegen te vallen.

Je weet het pas als je gaat kijken.

Misschien pluk ik wat mirabellen.

Misschien wat pruimen.

Misschien neem ik me voor om maar een klein beetje te plukken en kom ik vervolgens met veel te veel fruit terug.

Dat zou ook niet de eerste keer zijn.

Maar goed, daar vinden we later wel weer iets op.

Jam bijvoorbeeld.

Of we eten ze gewoon op.

Dat lijkt me eigenlijk een uitstekend plan.

Eerst koffie, dan zien we wel

Maar voorlopig doe ik helemaal niets.

Mijn koffie is bijna op en ik sta nog steeds in de deuropening.

De honden zijn inmiddels wat wakkerder geworden, hoewel ik niet de indruk heb dat ze daar bijzonder enthousiast over zijn.

Buiten gaat het dorp verder.

De boer is alweer een stukje verderop.

De buurman is bij zijn kippen.

Er gaat ergens opnieuw een deur open.

En dicht.

Het is nog steeds wat grijs buiten.

Maar ik vind het eigenlijk prima.

Misschien klaart het straks op.

Misschien gaat het opnieuw regenen.

Misschien wordt het een prachtige dag.

We zien het wel.

Dat is tegenwoordig misschien wel een van de dingen die ik hier het meest waardeer. Ik hoef niet altijd te weten wat er over een uur gaat gebeuren.

Vandaag misschien even naar de moestuin.

Of naar de boomgaard.

Wat mirabellen en pruimen plukken.

Misschien wat opruimen.

Misschien helemaal niets.

Voorlopig is er koffie.

Er is brood.

Er zijn slapende honden.

Er is regen gevallen.

En er is Montcourt.

Mijn Montcourt.

En terwijl ik daar zo sta, denk ik nog een keer: ja, ik zit hier op mijn plek.

Voor vandaag is dat genoeg.

Morgen zien we wel weer.

Vandaag eerst nog een koffie.

Reacties