Doorgaan naar hoofdcontent

Uitgelicht

De verdwijning van mijn witte Volkswagen Kever

De verdwijning van mijn witte Volkswagen Kever Een auto, een oom en een nogal bijzondere afwikkeling Een Kever met karakter In mijn vorige verhaal vertelde ik over mijn eerste auto, een witte Volkswagen Kever. Een auto die mij in mijn jonge jaren de vrijheid gaf om naar de Grafische MTS in Amsterdam te rijden, op zaterdag naar mijn baantje in Zaandam te gaan en zo nu en dan zonder enige bestemming achter het stuur te kruipen. Het was een Volkswagen Kever uit 1968, uitgerust met een elektrisch systeem van zes volt. Tegenwoordig klinkt dat misschien alsof je een museumstuk probeert te starten, maar destijds was het gewoon mijn auto. En daar was ik best trots op. Ik had er heel wat aan gesleuteld. Want een auto van die leeftijd heeft zo zijn gebruiksaanwijzingen, al staan die niet altijd in een boekje. Soms ontdek je ze vanzelf, meestal op een moment dat het je helemaal niet uitkomt. Ook mijn Kever ontkwam niet aan de tand des tijds. De slijtage begon zich te manifesteren en op een gegeve...

Bosbrand in Frankrijk: ineens lijkt 52 kilometer niet ver meer

Bosbrand in Frankrijk: ineens lijkt 52 kilometer niet ver meer

In het eerdere verhaal over de bosbranden in Frankrijk schreven we over het moment waarop een bosbrand ineens niet meer alleen een nieuwsbericht was. 

(lees het verhaal :Bosbranden in Frankrijk: als het vuur ineens wel heel dichtbij komt")

Tot die tijd lees je over branden in de krant of zie je beelden op televisie. Je hoort over evacuaties, brandweerlieden die dagenlang in de hitte werken en vliegtuigen die water boven de vlammen laten vallen.

Je kijkt.

Je leest.

Je denkt: wat verschrikkelijk.

En daarna ga je verder met je dag.

Totdat je ineens een plaatsnaam ziet die je kent.

Of een melding krijgt over een brand die dichterbij is dan je had verwacht.

Bij ons was dat moment er toen we hoorden dat er op ongeveer 52 kilometer van Montcourt een bosbrand woedde.

Tweeënvijftig kilometer.

Dat klinkt nog steeds als een behoorlijke afstand.

Maar sinds het eerdere verhaal weten we dat afstand soms een vreemd begrip wordt wanneer er vuur in het spel is.

Je kijkt niet meer alleen naar de weg.

Je kijkt naar de wind.

Je kijkt naar het landschap.

Je kijkt naar de richting waarin het vuur zich zou kunnen verplaatsen.

En opeens voelt 52 kilometer helemaal niet meer als 52 kilometer.

De ochtend na het nieuws

De volgende ochtend is er eigenlijk niets veranderd.

Dat is misschien nog wel het vreemdste.

De zon komt op.

De vogels beginnen te zingen.

De koffie smaakt hetzelfde.

De wereld lijkt gewoon door te gaan.

Alleen wij kijken anders naar buiten.

Ik loop naar buiten en blijf even staan.

De lucht is helder.

Geen rook.

Geen sirenes.

Geen helikopters.

Niets dat erop wijst dat er ergens, op 52 kilometer afstand, een bosbrand woedt.

Toch pak ik mijn telefoon.

Het is inmiddels een gewoonte geworden.

Sinds het eerdere verhaal over de bosbrand kijk ik vaker op de kaart. Niet voortdurend, maar wel vaker dan ik ooit had gedacht.

Ik zoek de locatie op.

Daar is het.

Een symbooltje.

Een plek op de kaart.

Een brand.

52 kilometer.

Ik zoom uit.

Dan weer in.

En ineens vraag ik mezelf af waarom ik dat eigenlijk doe.

Wat hoop ik te ontdekken?

Dat het vuur niet dichterbij komt?

Dat de wind de goede kant op staat?

Dat iemand ergens heeft besloten dat alles onder controle is?

Waarschijnlijk wil ik vooral zekerheid.

Maar die bestaat bij een bosbrand nauwelijks.

De wind begint te draaien

In de middag verandert de sfeer.

De temperatuur loopt verder op en de wind trekt aan.

Eerst is het aangenaam.

Een warme bries die door de bomen gaat.

Maar naarmate de middag vordert, wordt de wind sterker.

Ik kijk naar de bladeren.

Ze bewegen allemaal dezelfde kant op.

Onbewust probeer ik de richting te bepalen.

Dan denk ik terug aan het eerdere verhaal.

Aan die 52 kilometer.

Aan hoe we toen schreven dat je ineens anders naar de wind gaat kijken.

Nu begrijp ik precies wat daarmee werd bedoeld.

Een paar weken geleden had ik waarschijnlijk niet eens opgelet.

Nu denk ik:

Waar komt de wind vandaan?

Waar gaat hij naartoe?

En vooral:

Wat betekent dat voor een brand die ergens verderop woedt?

De app gaat open

We zitten binnen wanneer ik mijn telefoon opnieuw pak.

De app met informatie over de bosbranden staat inmiddels bijna vanzelf op het scherm.

Ik kijk naar de kaart.

Nieuwe meldingen.

Nieuwe brandhaarden.

Andere gebieden.

Ik zoom in op de omgeving van Montcourt.

De brand van 52 kilometer afstand staat er nog.

Geen directe dreiging.

Geen evacuatie.

Geen reden tot paniek.

Dat weet ik.

Toch blijft mijn blik hangen bij dat kleine symbooltje.

Want zo'n kaart laat iets zien wat je normaal gesproken niet ziet.

Hoe kwetsbaar een landschap kan zijn.

Een brand die op het scherm misschien niet groter is dan een klein icoontje, kan in werkelijkheid tientallen hectares bos aantasten.

Er kunnen mensen hun huizen verlaten.

Er kunnen dieren vluchten.

Er kunnen wegen worden afgesloten.

En ondertussen zit jij thuis naar een kaart te kijken.

We praten over wat als

Die avond begint het gesprek opnieuw.

Wat zouden we doen als er hier brand uitbreekt?

Waar gaan we heen?

Welke weg nemen we?

Wat nemen we mee?

Het zijn geen vragen die je graag stelt.

Toch is het beter om ze een keer rustig te bespreken dan pas na te denken wanneer er paniek ontstaat.

Sinds het eerdere verhaal staat er daarom een tas klaar.

Niet groot.

Niet dramatisch.

Gewoon een tas met een paar belangrijke spullen.

Documenten.

Opladers.

Water.

Een paar noodzakelijke dingen.

De tas staat bij de deur.

Soms kijk ik ernaar en denk ik dat het overdreven is.

Andere keren denk ik juist dat het verstandig is.

Want voorbereiding betekent niet dat je verwacht dat er iets misgaat.

Het betekent dat je jezelf de mogelijkheid geeft om rustig te blijven als er wel iets gebeurt.

En dan zie ik rook

De volgende dag is de lucht anders.

Ik sta buiten wanneer ik iets aan de horizon zie.

Een grijze waas.

Ik blijf staan.

Mijn eerste gedachte is meteen vuur.

Rook.

De brand.

Ik kijk opnieuw.

Mijn hartslag gaat iets omhoog.

Heel even.

Dan probeer ik mezelf tot rust te brengen.

Misschien is het stof.

Misschien mist.

Misschien gewoon de warmte die boven het land hangt.

Maar het beeld blijft.

Ik pak mijn telefoon.

Geen waarschuwing.

Geen nieuwe melding.

Ik kijk naar de kaart.

De brand op 52 kilometer afstand lijkt zich niet in onze richting te ontwikkelen.

Toch voelt het anders.

Misschien omdat ik inmiddels weet dat het landschap niet zo voorspelbaar is als het lijkt.

De wind kan veranderen.

Een brand kan oplaaien.

Een nieuwe brand kan ontstaan.

En voor het eerst denk ik:

Misschien is het niet de afstand waar we bang voor moeten zijn.

Misschien is het de onzekerheid.

We kijken later opnieuw naar het nieuws.

De situatie bij de brand op 52 kilometer afstand lijkt stabiel.

Geen nieuwe evacuaties.

Geen directe dreiging.

Voorlopig.

Dat woord kennen we inmiddels maar al te goed.

Want de volgende ochtend is er een nieuwe melding

De volgende ochtend word ik wakker van mijn telefoon.

Een melding.

Deze keer kijk ik niet meteen.

Ik blijf even liggen.

Een paar seconden maar.

Dan pak ik het toestel.

Mijn hart begint sneller te kloppen.

Ik open het bericht.

Lees het.

En lees het nog een keer.

Er is een nieuwe brand ontstaan.

Niet bij de brand waarover we in het eerdere verhaal schreven.

Niet op 52 kilometer afstand.

Maar ergens anders.

Een nieuwe plek.

Een nieuwe rookpluim.

Een nieuwe melding.

Ik kijk naar de kaart.

Dan naar buiten.

De lucht is helder.

De zon schijnt.

Alles lijkt normaal.

Maar ineens voelt die normale zomerochtend anders.

Want sinds het eerdere verhaal weten we inmiddels hoe snel een brand van een nieuwsbericht kan veranderen in iets waar je zelf over nadenkt.

En dan zie ik de locatie van de nieuwe brand.

Ik zoom in.

Mijn vinger blijft boven het scherm hangen.

Want deze keer is de afstand...

een stuk kleiner.

En plotseling voelt die tas bij de deur niet meer zo overdreven.

Reacties