Doorgaan naar hoofdcontent

Uitgelicht

De verdwijning van mijn witte Volkswagen Kever

De verdwijning van mijn witte Volkswagen Kever Een auto, een oom en een nogal bijzondere afwikkeling Een Kever met karakter In mijn vorige verhaal vertelde ik over mijn eerste auto, een witte Volkswagen Kever. Een auto die mij in mijn jonge jaren de vrijheid gaf om naar de Grafische MTS in Amsterdam te rijden, op zaterdag naar mijn baantje in Zaandam te gaan en zo nu en dan zonder enige bestemming achter het stuur te kruipen. Het was een Volkswagen Kever uit 1968, uitgerust met een elektrisch systeem van zes volt. Tegenwoordig klinkt dat misschien alsof je een museumstuk probeert te starten, maar destijds was het gewoon mijn auto. En daar was ik best trots op. Ik had er heel wat aan gesleuteld. Want een auto van die leeftijd heeft zo zijn gebruiksaanwijzingen, al staan die niet altijd in een boekje. Soms ontdek je ze vanzelf, meestal op een moment dat het je helemaal niet uitkomt. Ook mijn Kever ontkwam niet aan de tand des tijds. De slijtage begon zich te manifesteren en op een gegeve...

Mijn moestuin: wieden tijdens hitte en droogte in Frankrijk

De strijd begint opnieuw

In mijn eerdere verhaal 'Poten en zaaien in onze moestuin' schreef ik al over het begin van een nieuw moestuinseizoen. Toen draaide alles om hoop, jonge plantjes en de verwachting van een rijke oogst. Inmiddels zijn we een paar weken verder en heeft de werkelijkheid zich weer van haar meest eigenwijze kant laten zien. Het is tijd om te wieden.

Drie weken lang is er geen regen van betekenis gevallen. De grond is kurkdroog en hard geworden. Alsof de natuur besloten heeft om de tuinier nog eens extra op de proef te stellen. Ondertussen schieten de distels onverstoorbaar omhoog en kruipen lange ranken van onkruid over de grond. Sommige slieren zijn inmiddels ruim een meter lang. Het is bijna bewonderenswaardig hoe planten die je niet wilt hebben juist onder de zwaarste omstandigheden lijken te floreren. De gewassen waar je met liefde voor hebt gezorgd, kijken er soms wat minder enthousiast bij.

De zon als onverbiddelijke regisseur

Alsof de droogte nog niet voldoende uitdaging biedt, werkt de zon ook enthousiast mee. Overdag loopt de temperatuur al weken op richting de dertig graden of zelfs iets daarboven. De middagzon verandert de moestuin in een openluchtoven waarin zelfs de schoffel begint te verlangen naar vakantie.

Gelukkig zijn de ochtenden nog aangenaam. Met temperaturen tussen de elf en twaalf graden is het heerlijk werken. Dat zijn de uren waarop je de moed verzamelt om de strijd met het onkruid aan te gaan. Want noodzakelijk is het zeker. Laat je het een week liggen, dan lijkt het alsof de natuur een inhaalslag maakt waar iedere projectmanager jaloers op zou zijn.

Een onverwacht compliment

Afgelopen week liep onze Franse buurvrouw met ons door de moestuin. Ze keek aandachtig rond en gaf ons een compliment. Volgens haar lag de tuin er netjes bij. Natuurlijk zag ze hier en daar wat onkruid, maar dat stelde volgens haar weinig voor.

Dat compliment verraste me eerlijk gezegd. Ik zag vooral de distels, de droge grond en de kruipplanten die zich overal tussen de gewassen door wurmden. Mijn eerste gedachte was dat ze misschien haar bril was vergeten. Later realiseerde ik me dat haar oordeel waarschijnlijk veel realistischer was dan het mijne.

Verwend door het Nederlandse groen

Toen ik er later over nadacht, begon ik de verschillen tussen Nederland en Frankrijk beter te begrijpen.

In Nederland zijn we gewend aan uitgestrekte groene akkers. Water lijkt er bijna vanzelfsprekend aanwezig. Regent het twee dagen niet, dan draaien de beregeningsinstallaties alweer volop. De gewassen blijven frisgroen en een droge periode voelt vaak als een tijdelijke onderbreking.

Hier ligt dat heel anders. De landbouwpercelen zijn vele malen groter en water is niet onbeperkt beschikbaar. Wanneer de droogte aanhoudt en er vervolgens ook nog een tweede hittegolf overheen komt, grijpt de overheid in. Beregenen wordt simpelweg verboden om de watervoorraad te beschermen. Dat is geen aanbeveling, maar een maatregel waar iedereen zich aan moet houden.

Dan kijk je ineens met andere ogen naar een moestuin. Een paar distels of wat onkruid tussen de gewassen zijn opeens geen teken van nalatigheid meer, maar bijna een bewijs dat de tuin ondanks alles nog leeft. Perfectie blijkt vooral een luxe te zijn die voldoende regen nodig heeft.

Misschien ligt de lat gewoon te hoog

Misschien ben ik jarenlang verwend geweest in Nederland. Misschien heb ik mezelf onbewust aangeleerd dat een moestuin er altijd strak en onberispelijk uit moet zien, alsof iedere plant netjes in het gelid staat voor de jaarlijkse inspectie van de groente-inspecteur.

De werkelijkheid is gelukkig een stuk minder streng. Een moestuin leeft, groeit en vecht iedere dag tegen de omstandigheden. Soms win jij, soms wint het onkruid en meestal eindigt het ergens in het midden.

Dus blijf ik gewoon wieden. Niet omdat de tuin perfect moet zijn, maar omdat iedere verwijderde distel weer wat meer ruimte geeft aan de planten die er wél horen te staan. En als onze Franse buurvrouw straks opnieuw zegt dat de moestuin er netjes bij ligt, neem ik dat compliment dit keer zonder discussie aan.

Al zal ik stiekem eerst nog even kijken of er niet ergens een distel achter mijn rug staat te grijnzen. Dat zou namelijk precies passen bij de grootse humor van de natuur: drie weken geen regen, dertig graden hitte en toch is juist het onkruid degene die zich gedraagt alsof het een all-inclusive vakantie heeft geboekt.

Reacties