Doorgaan naar hoofdcontent

Uitgelicht

De verdwijning van mijn witte Volkswagen Kever

De verdwijning van mijn witte Volkswagen Kever Een auto, een oom en een nogal bijzondere afwikkeling Een Kever met karakter In mijn vorige verhaal vertelde ik over mijn eerste auto, een witte Volkswagen Kever. Een auto die mij in mijn jonge jaren de vrijheid gaf om naar de Grafische MTS in Amsterdam te rijden, op zaterdag naar mijn baantje in Zaandam te gaan en zo nu en dan zonder enige bestemming achter het stuur te kruipen. Het was een Volkswagen Kever uit 1968, uitgerust met een elektrisch systeem van zes volt. Tegenwoordig klinkt dat misschien alsof je een museumstuk probeert te starten, maar destijds was het gewoon mijn auto. En daar was ik best trots op. Ik had er heel wat aan gesleuteld. Want een auto van die leeftijd heeft zo zijn gebruiksaanwijzingen, al staan die niet altijd in een boekje. Soms ontdek je ze vanzelf, meestal op een moment dat het je helemaal niet uitkomt. Ook mijn Kever ontkwam niet aan de tand des tijds. De slijtage begon zich te manifesteren en op een gegeve...

Hout voor de winter: het werk, de warmte en de weg ernaartoe

Het hout dat al een jaar ligt te wachten

Achter in de tuin, op het betonnen gedeelte, ligt het hout. Tien kuub. Een enorme hoeveelheid, wanneer je ernaar kijkt als naar een berg werk. Maar ook een voorraad vol belofte, want ergens in die stapel ligt de warmte van de komende winter verborgen.

Het hout ligt er inmiddels al sinds vorig jaar. De tijd heeft zijn werk gedaan. Door de warmte en de lange periode waarin het buiten heeft gelegen, is het droger geworden. De oorspronkelijke kleur is langzaam verdwenen en heeft plaatsgemaakt voor een grijzige tint. Het hout draagt de sporen van de seizoenen, alsof ieder stuk een klein verhaal vertelt over regen, wind, zon en tijd.

Maar één ding is duidelijk: het werk is nog niet klaar.

Het hout moet nog gezaagd worden.

Op papier lijkt het eenvoudig. Normaal gesproken zaag je ongeveer één kuub hout in een uur. Tien kuub betekent dan, theoretisch gezien, tien uur werk. Tien dagen misschien, als je iedere dag een uur zaagt. Je zou bijna kunnen denken: een kwestie van beginnen en volhouden, en voor je het weet is alles klaar.

Maar zo werkt het leven zelden.

Want zagen begint voordat de zaag draait

Voordat het eerste stuk hout door de machine gaat, moet er eerst van alles worden geregeld. De plek moet worden voorbereid. De zaagmachine moet worden klaargezet. Er moet worden nagedacht over waar de stukken terechtkomen.

Want je kunt het hout zagen op de plek waar het uiteindelijk moet komen te liggen. Dan zaag je, pak je het stuk op en leg je het meteen op zijn bestemming. Opstapelen, netjes maken, ruimte creëren voor het volgende stuk.

Maar er is ook een andere mogelijkheid.

Je zet de zaagmachine gewoon bij de houtvoorraad.

En dan doe je niets anders dan zagen.

Geen gesjouw. Geen kilometers lopen met hout in je armen. Geen stukken die eerst hierheen moeten en daarna weer daarheen. Alleen de machine, het hout en het ritme van het werk.

Zaag voor zaag.

Stuk voor stuk.

Tot de grote stapel langzaam kleiner wordt.

Dat klinkt misschien als de snelste manier. En misschien is dat het ook. Maar het werk dat daarna komt, blijft wachten.

Want gezaagd hout heeft nog geen bestemming.

De weg van de stapel naar de warmte

Wanneer het laatste stuk is gezaagd en de zaagmachine tot rust komt, begint het volgende hoofdstuk.

Dan moet het hout naar zijn plek.

Misschien naar de schuur, waar het verder kan drogen. Misschien naar een andere plaats waar het netjes wordt opgeslagen. En uiteindelijk zal het zijn weg vinden naar de houtkachel.

Daar, op koude winteravonden, wanneer de dagen kort zijn en de duisternis vroeg over het land valt, zal niemand meer denken aan de uren waarin het hout werd gezaagd. Dan zie je alleen nog het vuur.

De vlammen.

De gloed.

De warmte die langzaam door het huis trekt.

Maar voordat het zover is, moet het werk worden afgemaakt. Alles moet worden opgeruimd. Alles moet op zijn plaats liggen. De tuin moet weer overzichtelijk worden.

En pas wanneer die tien kuub verdwenen zijn van het beton en veranderd zijn in een georganiseerde voorraad, ontstaat er ruimte voor het volgende hoofdstuk.

Want dan komt er opnieuw hout.

Minimaal veertien kuub.

En afhankelijk van hoe vol de schuur inmiddels staat, zal er misschien nog een deel van die nieuwe voorraad worden gezaagd.

Het werk lijkt daarmee eindeloos.

Maar misschien is dat juist het mooie ervan.

Hout verwarmt je twee keer

Er wordt wel gezegd dat hout je twee keer verwarmt.

De eerste keer wanneer je ervoor werkt.

De tweede keer wanneer je het in de kachel legt en het vuur zijn warmte vrijgeeft.

Dat is letterlijk waar, maar misschien zit er nog een diepere betekenis in.

Het hout verwarmt je namelijk niet alleen door de inspanning van het zagen, tillen en stapelen. Het verwarmt je ook door alles wat er onderweg gebeurt.

Je bent buiten.

Je bent bezig.

Je gedachten krijgen ruimte.

Terwijl de zaag zijn monotone ritme laat horen en de stapel langzaam kleiner wordt, kan je hoofd zich vullen met gedachten die anders misschien geen plek krijgen. Soms denk je na over wat geweest is. Soms over wat nog moet komen. Soms denk je helemaal nergens aan.

Je doet gewoon.

En misschien is dat wel een van de grootste geschenken van lichamelijk werk.

De wereld wordt even eenvoudig.

Er is hout.

Er is een zaag.

Er is een stapel die kleiner wordt.

En ergens aan het einde wacht de winter.

Niet alleen de bestemming telt

Misschien is dat uiteindelijk de mooiste betekenis van de uitdrukking dat hout je twee keer verwarmt.

Het gaat niet alleen om de warmte die uiteindelijk uit de kachel komt. Het gaat ook om de weg die je aflegt voordat het zover is.

Wanneer je ergens naartoe werkt, is het verleidelijk om alleen naar het eindpunt te kijken. Naar de volle schuur. Naar de wintervoorraad. Naar het moment waarop je op een koude avond een blok hout op het vuur legt en geniet van de warmte.

Maar onderweg gebeurt er iets.

Je hebt tijd.

Tijd om te werken.

Tijd om na te denken.

Tijd om de seizoenen te voelen veranderen.

De zon op je rug. De kou in je handen. De geur van vers gezaagd hout. Het geluid van de machine. De vermoeidheid aan het einde van de dag.

En misschien is juist die weg de moeite waard.

Tien kuub ligt er nu nog.

Tien kuub die wachten op de zaag.

Daarna komt er veertien kuub bij.

En misschien nog meer.

Het is veel werk. Dat valt niet te ontkennen. Maar wanneer straks de winter komt en de eerste koude avond zich aandient, ligt daar een voorraad die niet zomaar uit de lucht is komen vallen.

Elke stapel heeft zijn eigen geschiedenis.

Elke plank, elk blok, ieder stuk hout heeft een weg afgelegd.

Van boom naar stam.

Van stam naar stapel.

Van stapel naar zaag.

Van zaag naar schuur.

En uiteindelijk van schuur naar vuur.

Dan, wanneer de vlammen dansen en de kamer zich langzaam vult met warmte, wordt misschien pas echt duidelijk wat die oude uitspraak betekent.

Hout verwarmt je twee keer.

Eerst terwijl je ervoor werkt.

En daarna wanneer je ervan geniet.

Maar misschien verwarmt het je onderweg al die tijd ook een beetje.

Reacties