Zondag in Montcourt: leven in een klein Frans dorp

Zondagmorgen in Montcourt. Het dorp ligt nog in een weldadige stilte, alsof het zich heeft voorgenomen de dag pas te beginnen wanneer de zon hoog genoeg staat om de natuurstenen gevels te verwarmen. De kerkklok slaat haar uren over een landschap van velden, boomgaarden en oude boerderijen. Verder gebeurt er weinig.

Iedereen slaapt uit. En met uitslapen bedoel ik dat rond negen uur de eerste tekenen van leven zichtbaar worden. Een luik gaat open. Een deur zwaait naar buiten. Iemand veegt het erf aan. Langzaam ontvouwt het dorp zich, zoals een bloem die geen enkele reden ziet om zich te haasten.

De temperatuur is gestegen. Na dagen van fris weer heeft de zon het heft weer in handen genomen. Op terrassen verschijnen kopjes koffie. Tuinstoelen worden naar een zonnige plek verplaatst. De Fransen nemen de tijd, zoals alleen Fransen dat kunnen. Eerst een ontbijt, dan nog een gesprek, misschien nog een tweede kop koffie.

Maar terwijl Montcourt rustig ontwaakt, stroomt buiten het dorp al een andere wereld voorbij.

Over de departementale wegen trekken onafgebroken auto's met gele kentekenplaten. Nederlanders. Veel Nederlanders. Campers, SUV's, stationwagens vol proviand en fietsen op de trekhaak. Ze rijden langs het dorp, op weg naar vide-greniers, brocantes en markten in de wijde omgeving. Sommigen hebben een lijstje bij zich van dorpen die vandaag iets organiseren. Anderen volgen eenvoudig de handgeschreven borden langs de weg waarop in grote letters staat: VIDE-GRENIER.

De Nederlanders lijken daarbij een bijzondere gave te hebben ontwikkeld. Waar Fransen nog twijfelen of een afslag de moeite waard is, ziet de Nederlandse vakantieganger al van verre de mogelijkheid van een verborgen schat. Bij ieder parkeerterrein wordt afgeremd. Bij ieder bordje wordt overleg gepleegd. Soms staat een hele colonne auto's met Nederlandse kentekens langs de kant van de weg alsof er een nationale bijeenkomst is uitgeroepen.

In Montcourt kijkt men er glimlachend naar. Men kent het verschijnsel inmiddels. Zodra de zomer begint, verschijnen ze weer. De Nederlanders met hun enthousiasme voor oude luiken, emaillen reclameborden, brocantekasten en verweerde wijnflessen. Voorwerpen waar een Fransman soms schouderophalend aan voorbijloopt, worden door een Nederlander bewonderd alsof het museumstukken zijn.

Tegen tienen komt ook het dorp zelf volledig op gang. Auto's verlaten de erven. De bewoners trekken eropuit, niet gehaast maar doelgericht. Misschien naar een vide-grenier een paar dorpen verderop. Misschien alleen voor een rit door het landschap. De zondag ligt open als een uitnodiging.

De zon klimt hoger. Op de weg naar Vesoul en de omliggende dorpen blijft de stroom Nederlandse auto's voorbijtrekken. Hun gele kentekens lichten op in het zonlicht als kleine vlaggen van een volk dat zijn vakantie serieus neemt.

En Montcourt? Dat blijft onverstoorbaar zichzelf. Een dorp dat weet dat de dag lang genoeg is, dat een goede zondag geen planning nodig heeft en dat het leven soms bestaat uit niets meer dan een open raam, een warme ochtend en het kijken naar de wereld die voorbijrijdt. Terwijl de Nederlanders op jacht gaan naar hun volgende vondst, geniet Montcourt van iets dat veel zeldzamer is: de kunst om nergens heen te hoeven.

Reacties

Populaire posts van deze blog

de geschiedenis van de kerk van Montcourt in Frankrijk

Montcourt: een dorp op het platteland in Frankrijk