Doorgaan naar hoofdcontent

Uitgelicht

De verdwijning van mijn witte Volkswagen Kever

De verdwijning van mijn witte Volkswagen Kever Een auto, een oom en een nogal bijzondere afwikkeling Een Kever met karakter In mijn vorige verhaal vertelde ik over mijn eerste auto, een witte Volkswagen Kever. Een auto die mij in mijn jonge jaren de vrijheid gaf om naar de Grafische MTS in Amsterdam te rijden, op zaterdag naar mijn baantje in Zaandam te gaan en zo nu en dan zonder enige bestemming achter het stuur te kruipen. Het was een Volkswagen Kever uit 1968, uitgerust met een elektrisch systeem van zes volt. Tegenwoordig klinkt dat misschien alsof je een museumstuk probeert te starten, maar destijds was het gewoon mijn auto. En daar was ik best trots op. Ik had er heel wat aan gesleuteld. Want een auto van die leeftijd heeft zo zijn gebruiksaanwijzingen, al staan die niet altijd in een boekje. Soms ontdek je ze vanzelf, meestal op een moment dat het je helemaal niet uitkomt. Ook mijn Kever ontkwam niet aan de tand des tijds. De slijtage begon zich te manifesteren en op een gegeve...

Donderdag in Montcourt: waar de eenvoud grandeur krijgt

Een dorp dat leeft op het ritme van de tijd

Donderdag in Montcourt is geen dag die zich opdringt. Hij komt niet met haast, volle agenda's of luidruchtige plannen. Hij ontvouwt zich langzaam, alsof de tijd hier nog precies weet hoe ze ooit bedoeld was. In een wereld waarin alles sneller lijkt te moeten, volgt dit kleine Franse dorp nog altijd het ritme van de seizoenen, de natuur en de mensen die er wonen.

Vers brood uit een regenpijp

Al om kwart over zeven verschijnt de bakker. Zonder toeters of bellen rijdt haar bestelwagen door de smalle straatjes, langs eeuwenoude natuurstenen huizen en verweerde schuren. Bij de vaste klanten verdwijnt het verse stokbrood in een houten broodhuisje of, heel verrassend, in een oude regenpijp die speciaal daarvoor is ingericht.

Toen ik dat voor het eerst zag, moest ik glimlachen. Een regenpijp als broodkast? Het leek een eigenaardigheid die alleen op het Franse platteland kon bestaan. Inmiddels voelt het volkomen vanzelfsprekend. In Montcourt heeft zelfs de eenvoudigste oplossing een eigen charme en een bijna tijdloze logica.

Niet lang daarna verschijnt de buurman. Een man van weinig woorden, maar met gewoonten die zo vastliggen als de zonsopkomst. Op weg naar zijn moestuin steekt hij kort zijn hand op. Meer is niet nodig. Dat ene gebaar zegt hier alles: bonjour, hoe gaat het, tot straks.

De moestuin, de tractor en de heilige middag

Even later vult het geluid van een tractor het dorp. De boer rijdt voorbij met zijn koeien, die rustig achter hem aan wandelen. Het geronk van de motor, het zachte geloei en het klingelen van de koeienbellen vormen een vertrouwd ochtendconcert. Zodra de stoet verdwenen is, neemt de stilte het dorp weer moeiteloos over.

Rond elf uur keert de buurman terug. Zijn tractor is al van verre te horen. Want in Frankrijk geldt nog altijd een ongeschreven wet: midi est midi. De middag is heilig. Er wordt gegeten, gerust en genoten van een moment waarop zelfs de klok lijkt te vertragen. Alsof de zon zelf begrijpt dat ook zij even niet hoeft te haasten.

Om twee uur rijdt de buurman opnieuw naar zijn moestuin. Daar wordt geplant, gewied en geoogst volgens een ritme dat al generaties lang nauwelijks veranderd is. De seizoenen wachten immers op niemand. Tegen het einde van de middag keert hij huiswaarts en niet veel later verschijnt ook de boer weer om zijn koeien terug naar de stal te brengen. Nog één keer vullen tractoren, hoeven en koeienbellen de straat, voordat de rust opnieuw bezit neemt van het dorp.

Wanneer de avond Montcourt in goud verandert

Langzaam zakt de avond over Montcourt. Het zonlicht kleurt de oude stenen muren goudgeel, de schaduwen worden langer en boven de heuvels krijgt de lucht zachte tinten van roze en blauw. Het is een decor dat geen regisseur mooier zou kunnen bedenken.

Opvallend genoeg verdwijnen de meeste Fransen dan naar binnen. Luiken sluiten, deuren gaan dicht en achter de gevels begint het avondleven.

Waarom Nederlanders langer buiten blijven

De Nederlanders doen precies het tegenovergestelde. Zij blijven nog uren buiten zitten, met een glas wijn, een kop koffie of gewoon in stilte op een stoel voor het huis.

"Les Hollandais sont fous," zeggen de Fransen lachend.

Misschien hebben ze gelijk.

Want terwijl de avond langzaam over de velden glijdt, de laatste tractor allang verdwenen is en alleen het gezang van vogels de stilte nog doorbreekt, voelt die Nederlandse gewoonte juist als een groot voorrecht. Buiten zitten wordt geen bezigheid, maar een manier van leven. Je kijkt niet naar een scherm, maar naar de lucht. Je hoort geen verkeer, maar zwaluwen die hun laatste rondjes vliegen.

De stille grandeur van het gewone leven

En misschien schuilt daarin wel de ware grandeur van Montcourt.

Niet in indrukwekkende monumenten, beroemde pleinen of drukbezochte bezienswaardigheden, maar in het gewone dat hier buitengewoon is gebleven. In een vers brood dat op je wacht in een oude regenpijp. In een buurman die met één handgebaar een complete begroeting uitspreekt. In koeien die iedere dag hetzelfde pad volgen. En vooral in een rust die nergens wordt opgezocht, maar vanzelf aanwezig is.

Een donderdag in Montcourt lijkt op het eerste gezicht misschien een lege bladzijde. Maar wie de tijd neemt om goed te kijken, ontdekt een verhaal dat niet geschreven wordt door grote gebeurtenissen, maar door kleine momenten die samen een rijkdom vormen die steeds zeldzamer wordt.

Misschien is dat wel de grootste luxe van allemaal: een dag waarop bijna niets gebeurt, en je aan het einde van de avond beseft dat je eigenlijk niets hebt gemist. Integendeel. Juist in die eenvoud openbaart zich de stille grandeur van Montcourt.

Reacties