Zoeken in deze blog
Verhalen over wonen en leven in Frankrijk, midden op het Franse platteland van de Haute-Saône. Persoonlijke verhalen over Montcourt, ons oude Franse huis, tuinieren, de Franse cultuur, natuur en het dagelijks leven in een klein Frans dorp.
Uitgelicht
- Link ophalen
- X
- Andere apps
De nacht waarin de sterrenhemel mijn wereld veranderde
De laatste straatlantaarn
De enige straatlantaarn die nog brandt, werpt een kleine, gelige cirkel licht op de straat. Alles daarbuiten lijkt langzaam op te lossen in het donker. De huizen staan stil en zwijgend langs de weg. Achter sommige ramen brandt nog licht, maar de meeste gordijnen zijn inmiddels gesloten.
Het is zo’n avond waarop de wereld lijkt te vertragen.
De temperatuur is merkbaar gedaald. Overdag voelde de lucht nog aangenaam, maar nu kruipt de kou langzaam onder je jas. Je trekt hem wat dichter om je heen en kijkt naar de twee honden die vrolijk voor je uitlopen.
Nog ff een rondje om de kerk.
Dat is het plan.
Meer niet.
Een laatste wandeling voordat de dag definitief plaatsmaakt voor de nacht. De honden hebben hun eigen ritme. Ze snuffelen aan paaltjes, struiken en bermen, alsof ze de gebeurtenissen van de hele dag nog even moeten doornemen. Jij loopt rustig achter ze aan.
De kerk ligt er donker en indrukwekkend bij.
De oude muren lijken in het weinige licht bijna nog ouder. De toren steekt hoog boven de omliggende huizen uit. Overdag loop je er misschien gedachteloos langs, maar ’s avonds, wanneer alles stil wordt, heeft zo’n kerk iets bijzonders.
Alsof de tijd er langer blijft hangen.
Half elf in de nacht
Dan hoor je in de verte een kerkklok.
Eén slag.
Even later nog één.
Je blijft automatisch een moment staan.
Half elf.
De klanken rollen door de stille straten en verdwijnen langzaam in de nacht. De honden lijken zich er niets van aan te trekken. Die hebben belangrijkere zaken aan hun hoofd. Ze lopen alweer een stukje verder en kijken even om, alsof ze willen zeggen dat je niet moet treuzelen.
Je glimlacht.
Half elf.
Eigenlijk is het nog helemaal niet zo laat. Toch voelt het alsof de dag voorbij is. Alsof de wereld zich klaarmaakt om te gaan slapen.
Je kijkt omhoog.
Maar veel zie je nog niet.
De straatlantaarn brandt nog steeds.
Je ziet een donkere hemel, maar de sterren verdwijnen bijna volledig in het kunstmatige licht. Misschien zijn ze er wel. Natuurlijk zijn ze er. Miljoenen, miljarden misschien.
Maar je kunt ze niet zien.
En dan gebeurt het.
Plotseling gaat het licht uit.
Zomaar.
De straatlantaarn dooft.
Je schrikt.
Heel even sta je daar, midden in het donker.
Alsof de hemel opengaat
Je ogen moeten wennen.
Een paar seconden zie je bijna niets.
Dan begin je langzaam vormen te onderscheiden. De kerk. De bomen. De silhouetten van de huizen.
En dan kijk je omhoog.
Je adem stokt.
Daar zijn ze.
De sterren.
Niet een paar.
Niet de handvol lichtpuntjes die je normaal gesproken tussen de straatverlichting door weet te ontdekken.
Nee.
De hele hemel lijkt ineens open te breken.
Een explosie van sterren verschijnt boven je hoofd.
Alsof iemand een gordijn heeft weggetrokken.
Je ziet er honderden. Misschien wel duizenden. Sterren die zo helder zijn dat je je afvraagt waarom je ze niet eerder hebt gezien. De hemel lijkt dieper dan je ooit hebt beseft. Donkerblauw, bijna zwart, bezaaid met ontelbaar veel kleine lichtjes.
Je blijft staan.
De honden wachten.
Voor één keer zijn zij niet het belangrijkste.
Je kijkt alleen maar omhoog.
Wat vreemd eigenlijk, denk je.
De sterren waren er al die tijd.
Ze waren nooit weggeweest.
Je kon ze alleen niet zien.
Het licht van de straatlantaarn had ze verborgen.
De roep van de uil
Dan hoor je een geluid.
Een uil.
Ergens in de verte.
Een korte roep die door de nacht klinkt.
Je kijkt om je heen, maar natuurlijk zie je hem niet. Hij is ergens daarbuiten. Misschien in een boom achter de kerk. Misschien verder weg, aan de rand van het dorp.
Je luistert.
De nacht is opeens niet meer stil.
Hij leeft.
Je hoort het zachte geluid van de wind door de bomen. De honden die over de koude grond stappen. In de verte misschien een auto die langzaam voorbijrijdt.
En dan weer die uil.
Je voelt hoe er iets in je verandert.
Misschien komt het doordat je net zo geschrokken bent van het plotselinge donker. Misschien omdat je normaal gesproken nooit echt stilstaat bij wat er boven je hoofd gebeurt.
Of misschien heb je gewoon even geluk.
Het soort geluk dat je niet kunt plannen.
Het soort moment dat zomaar op je pad komt.
Je kijkt nog eens omhoog.
De sterrenhemel lijkt eindeloos.
En ineens voel je hoe klein je eigenlijk bent.
Niet op een verdrietige manier.
Juist helemaal niet.
Je bent onderdeel van iets dat zoveel groter is dan jijzelf. Een wereld die doorgaat terwijl jij slaapt. Een hemel die er al was voordat jij werd geboren en die er waarschijnlijk nog steeds zal zijn wanneer niemand zich jouw naam meer herinnert.
En toch sta je hier.
Op dit moment.
Met je honden.
Bij de kerk.
Op een gewone avond.
En je mag dit zien.
Nog ff plassen
Je kijkt naar de honden.
Die zijn inmiddels duidelijk minder onder de indruk van het heelal dan jij.
De ene hond staat verwachtingsvol naar je te kijken. De andere is alweer druk bezig met een geur die kennelijk bijzonder belangrijk is.
Je schiet in de lach.
"Nou," zeg je tegen ze, "nog ff plassen, dan kunnen we weer naar binnen."
Alsof er niets bijzonders is gebeurd.
Alsof je niet zojuist naar een hemel hebt gekeken die je volledig stil kreeg.
Je loopt verder.
Rustig.
De honden voor je uit.
De kerk achter je.
Boven je die waanzinnige sterrenhemel.
Je voelt de koude lucht op je gezicht, maar je hebt het niet meer koud. Er is iets warms in je gekomen. Een soort dankbaarheid die moeilijk uit te leggen is.
Je denkt aan de dag die achter je ligt.
Aan alles wat moest.
Aan alles wat niet lukte.
Aan de kleine ergernissen.
Aan de dingen waar je je druk om maakte.
En ineens lijken ze allemaal een stuk kleiner.
Niet omdat ze niet belangrijk zijn.
Maar omdat je net hebt gezien hoe groot de wereld werkelijk is.
Je loopt verder en kijkt nog één keer omhoog.
Daar zijn de sterren nog steeds.
Helder.
Ontelbaar.
Stil.
Je denkt aan hoe bijzonder het is dat iets zo gewoons als een uitlaatronde opeens kan veranderen in een herinnering die je waarschijnlijk nog lang bijblijft.
Misschien moeten we vaker naar buiten.
Vaker even stoppen.
Vaker omhoogkijken.
Misschien moeten we soms letterlijk het licht uitdoen om weer te kunnen zien wat er altijd al was.
De honden lopen inmiddels richting huis.
Tijd om naar binnen te gaan.
Maar je loopt nog even langzaam door.
Onder die eindeloze hemel.
En ergens, tussen de kerkklok van half elf en de roep van de uil, tussen het donker van de straat en het licht van de sterren, denk je:
O, wat is mijn wereld toch mooi.
En terwijl je naar huis loopt, besef je dat je daar eigenlijk niets aan hoeft toe te voegen.
Je hoeft het alleen maar af en toe te zien.
- Link ophalen
- X
- Andere apps
Populaire posts
Waterbeperking in Frankrijk: de droogte wordt steeds serieuzer, dit zijn de nieuwe regels én de hoge boetes
- Link ophalen
- X
- Andere apps
Montcourt en het wachten op regen: hitte, stilte en een dorp dat naar water verlangt
- Link ophalen
- X
- Andere apps
Reacties