Doorgaan naar hoofdcontent

Uitgelicht

De verdwijning van mijn witte Volkswagen Kever

De verdwijning van mijn witte Volkswagen Kever Een auto, een oom en een nogal bijzondere afwikkeling Een Kever met karakter In mijn vorige verhaal vertelde ik over mijn eerste auto, een witte Volkswagen Kever. Een auto die mij in mijn jonge jaren de vrijheid gaf om naar de Grafische MTS in Amsterdam te rijden, op zaterdag naar mijn baantje in Zaandam te gaan en zo nu en dan zonder enige bestemming achter het stuur te kruipen. Het was een Volkswagen Kever uit 1968, uitgerust met een elektrisch systeem van zes volt. Tegenwoordig klinkt dat misschien alsof je een museumstuk probeert te starten, maar destijds was het gewoon mijn auto. En daar was ik best trots op. Ik had er heel wat aan gesleuteld. Want een auto van die leeftijd heeft zo zijn gebruiksaanwijzingen, al staan die niet altijd in een boekje. Soms ontdek je ze vanzelf, meestal op een moment dat het je helemaal niet uitkomt. Ook mijn Kever ontkwam niet aan de tand des tijds. De slijtage begon zich te manifesteren en op een gegeve...

Mirabellenlikeur en pruimenlikeur: een glaasje Frankrijk


Een glaasje Frankrijk uit de voorraadkast

Gisteren was het zover.

Het moment waar je wekenlang een beetje nieuwsgierig naar hebt uitgekeken, zonder precies te weten wat je uiteindelijk in je glas zou aantreffen.

In de voorraadkast stonden de potten met zelfgemaakte likeur rustig te wachten. Niet opvallend, niet luidruchtig, geen etiketten die schreeuwden om aandacht. Gewoon een paar glazen potten met fruit, kruiden en drank, ergens tussen de andere voorraad.

Maar ik wist wat erin zat.

Ik had de data erop geschreven. Wanneer de pot was gevuld, wanneer het proces was begonnen. Alles netjes bijgehouden. Want bij het maken van likeur leer je al snel dat geduld een van de belangrijkste ingrediënten is. Je kunt suiker toevoegen, fruit kiezen, kruiden gebruiken en een mooie drank als basis nemen, maar uiteindelijk moet je wachten.

En wachten is soms verrassend moeilijk.

Ik liep de voorraadkast in om even bij de potten te kijken. Eigenlijk was het de bedoeling om ze alleen maar te bekijken en misschien voorzichtig even te schudden.

Maar toen zag ik de data.

Twee potten hadden de zes weken bereikt.

Zes weken.

Dat getal bleef even hangen.

En ergens in mijn hoofd ontstond meteen het idee:

Die gaan we straks proeven.

Het moment van openen

De twee potten gingen mee naar de keuken.

Voorzichtig zette ik ze neer. Er zit iets bijzonders in het openen van een pot waarin wekenlang een geur en smaak zich hebben ontwikkeld. Je weet ongeveer wat je hebt gebruikt, maar je weet nog niet wat de tijd ermee heeft gedaan.

De eerste pot was de mirabellenlikeur.

Het deksel ging los.

En toen kwam de geur.

Niet zomaar een fruitgeur.

Mirabel.

Het was alsof het fruit zich onmiddellijk meldde. Zacht, rijp, zonnig. Een geur die niet alleen aan fruit doet denken, maar aan een hele zomer.

Ik moest zoeken naar een goede omschrijving.

Fruitig was te simpel.

Zoet was te beperkt.

Zacht kwam in de buurt, maar vertelde nog steeds niet het hele verhaal.

Wat ik rook was eigenlijk...

zonlicht.

Alsof je een warme zomerdag in Frankrijk opent en die warmte zich ineens door de keuken verspreidt.

Er zat iets rijps in. Iets goud-achtigs. Een geur van boomgaard, rijpend fruit en een middag waarop de zon al uren hoog heeft gestaan.

En ergens achter dat fruit zat kaneel.

Niet overheersend.

Geen kaneel die onmiddellijk roept: hier ben ik!

Nee, de kaneel kwam later.

Een klein beetje.

Warm.

Rond.

Als een zachte gloed achter het fruit.

De eerste slok

Ik schonk een klein glaasje in.

Geen groot glas. Dit was geen drankje om gedachteloos achterover te slaan. Dit was iets om rustig te ontdekken.

Het glas ging naar mijn neus.

Nog een keer die geur.

Mirabel.

Zomer.

Zon.

En daarachter die subtiele warmte van kaneel.

Toen nam ik een slok.

En daar gebeurde iets wat ik vooraf niet had verwacht.

De keuken verdween.

Niet letterlijk natuurlijk.

Maar voor een paar seconden was mijn omgeving er niet meer.

De smaak van de mirabel kwam eerst. Vol, zacht en fruitig. Niet scherp. Niet overdreven zoet. Het was een rijpe fruitsmaak, alsof je een mirabel rechtstreeks van de boom had geplukt op een warme zomerdag.

Daarna kwam de warmte.

De kaneel.

Heel voorzichtig.

Niet als een overheersende specerij, maar als een hand die even op je schouder wordt gelegd. Een kleine herinnering dat er meer gebeurt dan alleen fruit.

En ineens zag ik een andere omgeving voor me.

Een terras in Frankrijk

De wind giert om het huis.

Buiten is het guur.

De bomen bewegen in de wind en tegen de ramen tikt het weer van een Nederlandse herfstdag.

Binnen staat de kachel te snorren op vier.

Je komt net thuis.

Jas uit.

Schoenen uit.

Even niets.

Dan loop je naar de kast.

Daar staat de fles.

Je pakt een klein glaasje en schenkt voorzichtig een beetje in.

Je gaat op de bank zitten, dicht bij de kachel.

Het glaasje tussen je vingers.

Een klein slokje.

En ineens...

Frankrijk.

Een terras.

Zon op je gezicht.

Een tafel voor je.

Misschien ergens op de achtergrond het geluid van bestek, stemmen en een deur die open en dicht gaat.

De wereld is warm.

De lucht ruikt naar zomer.

En die ene slok mirabellenlikeur heeft de afstand tussen de voorraadkast en Frankrijk volledig opgeheven.

Tot je hem doorslikt.

Dan is de keuken er weer.

De kachel is verdwenen.

Het Franse terras ook.

Je kijkt even voor je uit.

En denkt:

Ik moet nog een slok nemen.

Een herinnering in een glaasje

Het bijzondere aan smaak is dat het niet alleen je tong aanspreekt.

Soms opent smaak een deur.

Een deur naar een herinnering.

Een vakantie.

Een avond.

Een moment waarvan je niet eens wist dat je het nog zo scherp kon herinneren.

Terwijl ik daar stond met dat glaasje mirabellenlikeur, moest ik ineens lachen.

Ik herinnerde me mijn laatste vakantie.

Het moment waarop ik voor het eerst een likeurtje dronk.

Niet omdat het zo bijzonder moest zijn.

Het was gewoon zo'n moment.

Maar blijkbaar had mijn geheugen ergens besloten dat deze combinatie van fruit, warmte en alcohol bij die herinnering hoorde.

En nu, jaren later, zat die herinnering ineens opnieuw in een glaasje.

Dat vind ik misschien wel het mooiste aan zelf iets maken.

Je maakt niet alleen een drank.

Je maakt een moment dat later weer opnieuw kan worden geopend.

Dan de pruimenlikeur

Maar goed.

Ik was nog steeds in de keuken.

En naast de mirabellenlikeur stond de tweede pot.

De pruimenlikeur.

Ook die mocht worden geopend.

De geur was meteen herkenbaar als pruim. Donkerder dan de mirabel. Dieper. Rijker. Minder licht en zonnig, maar met een vollere, bijna fluwelige indruk.

Waar de mirabel meteen naar buiten leek te willen, richting zomer en zon, voelde de pruim meer alsof hij je uitnodigde om rustig te gaan zitten.

Ik schonk ook hiervan een klein glaasje in.

Een slok.

Lekker.

Heel lekker zelfs.

De pruim heeft iets ronds. Iets voller. Een zachtere, diepere fruitsmaak. Waar de mirabel bijna sprankelend overkomt, heeft de pruim meer gewicht.

Er zit iets rijps in.

Iets warms.

Iets dat zich langzaam over je tong verspreidt.

Maar...

Ik merkte dat ik met mijn gedachten nog steeds bij de mirabellenlikeur zat.

Dat eerste glaasje had me verrast.

Niet omdat de pruimenlikeur minder lekker was. Integendeel.

Maar de mirabel had iets gedaan wat ik niet had verwacht.

Die had een landschap geopend.

Nog twee weken geduld

En daarom gaat de pruimenlikeur nog niet meteen de fles in.

Ik laat hem nog twee weken staan.

Nog even de tijd geven.

Nog wat meer smaak laten ontwikkelen.

Misschien verandert er nog iets.

Misschien wordt de pruim nog ronder, dieper en zachter. Misschien komen bepaalde smaken meer naar voren. Misschien gebeurt er juist iets subtiels dat je pas merkt wanneer je later opnieuw proeft.

Dat is het mooie van zelf likeur maken.

Je hebt niet alles volledig in de hand.

Je begint het proces.

Daarna neemt de tijd het over.

Na die twee weken wordt de likeur gezeefd. Het fruit eruit, de drank helder en klaar om in een fles te gaan.

Maar daarmee is het verhaal nog niet afgelopen.

Dan begint het volgende hoofdstuk.

Rijpen op fles.

Een fles voor bijzondere momenten

Ik weet nu al dat deze pruimenlikeur niet zomaar iedere avond uit de kast wordt gehaald.

Deze fles krijgt een andere bestemming.

Dit wordt een fles voor bijzondere gelegenheden.

Voor vrienden die komen logeren.

Voor een verjaardag.

Voor een avond waarop er iets te vieren valt.

Voor die momenten waarop je niet zomaar een drankje wilt inschenken, maar iets wilt neerzetten met een verhaal.

Misschien staat de fles maandenlang rustig te wachten.

Misschien wordt hij pas geopend wanneer er bezoek is en iemand vraagt:

"Heb je nog iets bijzonders staan?"

Dan komt de fles tevoorschijn.

En misschien vertel ik dan dat de pruimen wekenlang in de likeur hebben gelegen. Dat de fles daarna nog verder heeft mogen rijpen. Dat hij niet bedoeld is om haastig leeg te drinken.

Maar vooral dat hij tijd heeft gekregen.

Want dat proef je.

In ieder geval hoop ik dat.

En de mirabellen?

Die heeft inmiddels een bijzonder plekje gekregen.

Niet alleen omdat hij lekker is.

Maar omdat hij iets teweegbracht.

Een geur die begon met mirabel.

Een smaak die verderging met zon.

Een vleugje kaneel dat warmte bracht.

En uiteindelijk een klein Frans terras dat even midden in de Nederlandse keuken verscheen.

Dat is nogal wat voor een zelfgemaakte likeur.

Misschien is dat wel waarom ik zo enthousiast ben over dit soort experimenten.

Je begint met fruit.

Je voegt drank toe.

Je voegt suiker toe.

Misschien een kruid.

Je schrijft een datum op de pot.

En dan wacht je.

Zes weken later draai je een deksel open.

En plotseling heb je niet alleen een drankje.

Je hebt een herinnering.

Een sfeer.

Een verhaal.

En soms zelfs een klein stukje Frankrijk in een glaasje.

De pruimenlikeur krijgt nog twee weken.

Daarna wordt hij gezeefd en gebotteld.

En dan mag ook die fles rustig verder rijpen.

Tot het moment waarop hij nodig is.

Niet zomaar.

Maar wanneer er iets te vieren valt.

Wanneer vrienden aan tafel zitten.

Wanneer de avond net iets langer mag duren.

Wanneer buiten de wind om het huis giert en binnen de kachel staat te snorren.

Dan gaat misschien de fles open.

Een klein glaasje.

Een rustige slok.

En wie weet...

verdwijnt de omgeving dan opnieuw even.

Misschien staat er weer een terras in Frankrijk.

De zon op je gezicht.

De geur van rijp fruit in de lucht.

En ergens heel ver weg staat een Nederlandse voorraadkast geduldig te wachten.

Tot je weer thuiskomt.


Reacties