Doorgaan naar hoofdcontent

Uitgelicht

De verdwijning van mijn witte Volkswagen Kever

De verdwijning van mijn witte Volkswagen Kever Een auto, een oom en een nogal bijzondere afwikkeling Een Kever met karakter In mijn vorige verhaal vertelde ik over mijn eerste auto, een witte Volkswagen Kever. Een auto die mij in mijn jonge jaren de vrijheid gaf om naar de Grafische MTS in Amsterdam te rijden, op zaterdag naar mijn baantje in Zaandam te gaan en zo nu en dan zonder enige bestemming achter het stuur te kruipen. Het was een Volkswagen Kever uit 1968, uitgerust met een elektrisch systeem van zes volt. Tegenwoordig klinkt dat misschien alsof je een museumstuk probeert te starten, maar destijds was het gewoon mijn auto. En daar was ik best trots op. Ik had er heel wat aan gesleuteld. Want een auto van die leeftijd heeft zo zijn gebruiksaanwijzingen, al staan die niet altijd in een boekje. Soms ontdek je ze vanzelf, meestal op een moment dat het je helemaal niet uitkomt. Ook mijn Kever ontkwam niet aan de tand des tijds. De slijtage begon zich te manifesteren en op een gegeve...

Abrikozenjam proeven: een zonnig gevoel op een mistige dag


Een beetje zomer op een mistige ochtend

De wereld is nog niet wakker

Het is een uurtje of half acht als ik beneden kom. Buiten hangt een dikke laag mist. Zo'n mist die de wereld kleiner maakt, alsof iemand vannacht een gordijn over het landschap heeft getrokken en vergeten is het weer open te schuiven.

Ik kijk door het raam naar buiten. De bomen zijn nog maar vage silhouetten, het veld lijkt langzaam in het niets te verdwijnen en zelfs de vertrouwde omgeving ziet er ineens anders uit. Alles heeft een zachte, grijze waas gekregen.

Wanneer ik aan mist denk, ruik ik hem bijna vanzelf. Een frisse geur, een beetje vochtig, met iets muffigs dat moeilijk te omschrijven is. De geur van nat gras, koude aarde en de nacht die nog ergens tussen de bomen hangt.

Het is zo'n ochtend waarop je vanzelf wat rustiger wordt. Alsof de wereld je vraagt om even stil te staan.

De honden hebben daar zo hun eigen gedachten over. Zodra ik de deur open, lopen ze met me mee naar buiten. Hun neuzen gaan onmiddellijk aan het werk. Links snuffelen, rechts snuffelen, even stilstaan, nog een keer ruiken. Alsof ze hier nog nooit zijn geweest en vannacht stiekem een compleet nieuw landschap is aangelegd.

Ik moet er een beetje om glimlachen.

Voor hen is er blijkbaar genoeg te ontdekken, ook als ik alleen maar een grijze wereld zie.

Een stilte die bijna hoorbaar is

We lopen een stukje verder en dan valt het me pas echt op.

Het is stil.

Geen tractor in de verte, geen blaffende honden bij de buren, geen vogels die hun ochtendconcert beginnen. Zelfs de gebruikelijke geluiden van het buitenleven lijken vandaag besloten te hebben dat ze nog even in bed blijven liggen.

Er is alleen de mist.

En mijn eigen hartslag.

Ik hoor hem bijna letterlijk. Zo hard lijkt hij te klinken in deze stilte dat ik me afvraag of iemand die naast me zou staan hem ook zou kunnen horen.

Het is een vreemd gevoel. Niet direct angstig, maar wel een beetje beklemmend. De mist hangt niet alleen om me heen, maar lijkt ook iets met mijn gedachten te doen. Alles voelt trager, zwaarder en stiller dan normaal.

Ik loop verder, een beetje in gedachten verzonken.

De vier honden lopen allemaal bij me. Niet vooruit het veld in, zoals ze anders nog weleens doen wanneer er iets interessants te ontdekken valt, maar dicht bij mij. Ze blijven in mijn buurt terwijl we rustig verder wandelen.

Misschien voelen ze niets bijzonders. Misschien ruiken ze alleen maar allerlei dingen die ik niet kan ruiken.

Toch valt het me op.

De sfeer is wat drukkend en ik vraag me af of het de mist is die me dat gevoel geeft. Het landschap ziet er anders uit, de geluiden ontbreken en zelfs de lucht lijkt zwaarder.

Na een tijdje besluit ik dat het genoeg is geweest.

We gaan terug naar huis.

En precies op dat moment gebeurt er iets grappigs.

Alsof iemand op een onzichtbare knop drukt, lopen de honden ineens weer voor me uit. Weg is de kleine hondenstoet die zo trouw bij me bleef. Nu hebben ze haast en weten ze precies waar ze naartoe willen.

Af en toe kijkt er eentje over zijn schouder.

Kom je wel mee?

Ja hoor, ik kom eraan.

En met die gedachte lopen we verder naar huis, terug naar de warmte en de gewone geluiden van de ochtend.

Tijd voor ontbijt

Thuisgekomen geef ik de honden hun eten. Dat laten ze zich natuurlijk geen twee keer vertellen. Na het ochtendavontuur duiken ze op hun voerbakken en even later trekken ze zich terug om uit te buiken.

De rust keert terug, maar dit keer voelt ze anders.

Ik ga het ontbijt klaarmaken.

Brood gaat even in de oven. Ik vind dat zo lekker, dat warme brood waarbij de buitenkant net een beetje knapperig wordt en de binnenkant zacht blijft. Terwijl het brood opwarmt, pak ik een nieuw potje jam.

Een vers potje.

Alleen dat heeft al iets gezelligs. Het dekseltje dat voor het eerst opengaat, de belofte van een smaak die nog helemaal ontdekt moet worden en de nieuwsgierigheid naar wat er straks op mijn boterham ligt.

Ik zet alles klaar en ga zitten.

Buiten hangt de mist nog steeds over het landschap. Door het raam ziet de wereld er nog altijd een beetje kleurloos uit.

Maar daar zit ik me op dat moment niet zo druk om te maken.

Het ontbijt staat voor me. Het brood is warm en de jam wacht geduldig in haar potje.

Ik pak een stukje brood, neem het potje erbij en smeer er een mooie laag jam op.

Niet te zuinig, denk ik bij mezelf.

Als je jam eet, moet je de jam ook kunnen proeven.

Dan neem ik mijn eerste hap.

Alsof ik de zon proef

En dan gebeurt er iets wat ik eigenlijk niet had verwacht.

Het is net alsof ik de zon proef.

Echt waar.

De eerste smaak die zich aandient, is die van abrikoos. Fris en fruitig, met een zachte zoetheid die meteen mijn aandacht trekt. Het is geen vlakke, alleen maar zoete smaak. Er zit iets levendigs in, iets waardoor mijn smaakpapillen als het ware wakker worden.

De abrikoos heeft een volle, rijpe fruitsmaak, maar tegelijk ook iets fris.

En dan komt er nog iets bij.

Sinaasappel.

Tenminste, zo ervaar ik het. Een frisse, vrolijke toets die door de zoetheid heen komt en de smaak net dat beetje extra geeft. Alsof er een klein straaltje citrus door de abrikoos loopt.

Ik neem nog een hap.

En nog eentje.

Het warme brood vormt een heerlijke basis voor de jam. De zachte binnenkant neemt de fruitige smaak mooi op, terwijl de warmte de geur nog iets sterker naar voren lijkt te brengen.

Ik proef de abrikoos opnieuw. Daarna valt me die frisse, bijna zonnige smaak weer op. Zoet, maar niet alleen zoet. Fruitig, een beetje sprankelend en vooral ontzettend opgewekt.

Het is moeilijk uit te leggen wat er precies gebeurt.

Sommige smaken zijn gewoon lekker. Je eet ervan, vindt ze aangenaam en gaat daarna weer verder met je dag.

Maar soms is er een smaak die iets met je doet.

Deze jam lijkt precies dat voor elkaar te krijgen.

Waar ik buiten nog rondliep in een wereld die grijs en stil aanvoelde, zit ik nu aan tafel met een boterham die smaakt naar licht, warmte en vrolijkheid.

Alsof de mist buiten helemaal niet meer belangrijk is.

Ik kijk even naar mijn boterham en moet lachen.

Hoe kan het toch dat zoiets eenvoudigs als een beetje jam je stemming kan veranderen?

Een paar minuten geleden liep ik nog met een wat neerslachtig gevoel door de mist. Nu zit ik hier te genieten alsof de zon volop schijnt.

En dat allemaal dankzij een boterham met abrikozenjam.

Jonge lammetjes in een zomers veld

Terwijl ik verder eet, probeer ik de smaak in mijn hoofd te omschrijven.

Abrikoos.

Fris.

Zoet.

Sinaasappel.

Opgewekt.

Dat zijn de woorden die als vanzelf naar boven komen.

En bij dat laatste woord verschijnt er ineens een beeld in mijn gedachten.

Een groen veld in de zomer. De zon staat aan de hemel en het gras is fris en levendig. Er lopen jonge lammetjes rond die vrolijk door het veld springen. Ze maken kleine sprongetjes, rennen een stukje en lijken nergens anders mee bezig te zijn dan met genieten van het moment.

Gewoon omdat het zomer is.

Omdat de wereld licht aanvoelt.

Omdat er niets hoeft en alles even goed is zoals het is.

Ik moet er opnieuw om lachen.

Wat een verschil met die mistige ochtendwandeling.

Buiten was alles stil, grijs en een beetje beklemmend. Nu lijkt mijn hele stemming veranderd. Er is iets vrolijks voor in de plaats gekomen, iets luchtigs dat moeilijk in woorden te vangen is.

En toch zijn het juist die eenvoudige woorden die het gevoel het beste beschrijven.

Abrikoos, fris, zoet, sinaasappel en opgewekt.

Meer heb ik eigenlijk niet nodig.

Ik neem nog een hap en probeer bewust op de smaak te letten. Eerst proef ik het zachte, zoete fruit. Dan komt die frisse toets weer naar voren. De smaken vloeien in elkaar over, zonder dat de ene de andere helemaal verdringt.

Het is alsof de abrikoos voor de warmte zorgt en de frisse citrustoets het raam openzet.

Er komt lucht in de smaak.

Ruimte.

Vrolijkheid.

En bij iedere hap lijkt dat zomerse gevoel een beetje langer te blijven hangen.

Even helemaal niets

Na het ontbijt heb ik ineens nergens haast mee.

Dat komt goed uit, want ik heb ook helemaal geen plannen om iets te gaan doen.

Ik ruim rustig af, zet de spullen weg en ga daarna gewoon even zitten.

Niets moet.

Geen haast om naar buiten te gaan, geen lijstje met dingen die nog gedaan moeten worden. Alleen even zitten en genieten van het moment.

De mist mag buiten rustig blijven hangen.

Ik heb er voorlopig geen last meer van.

Terwijl ik daar zit, denk ik nog eens na over de jam. Hoe zou ik die smaak nu het beste omschrijven? Want alleen zeggen dat hij lekker is, doet hem eigenlijk tekort.

Lekker is zo'n woord dat je gebruikt wanneer je niet direct weet wat je anders moet zeggen.

Maar deze jam roept meer op dan alleen de gedachte dat hij lekker smaakt.

Hij roept beelden op.

Kleuren.

Gevoelens.

Bij de eerste hap denk ik aan abrikozen die rijp zijn geworden in de zon. Aan fruit met een volle smaak, waarin zoetheid en frisheid elkaar afwisselen. De sinaasappelachtige toets geeft het geheel iets levendigs, iets dat je bijna doet glimlachen voordat je er erg in hebt.

Het is een smaak die niet alleen op je tong blijft hangen, maar ook in je gedachten.

Misschien klinkt dat wat overdreven voor een potje jam.

Maar waarom eigenlijk?

We staan er niet altijd bij stil hoeveel invloed kleine dingen op ons kunnen hebben. Een geur die je terugbrengt naar vroeger. Een liedje dat je ineens vrolijk maakt. Een kop koffie op een rustig moment.

Of een boterham met jam die je op een mistige ochtend het gevoel geeft dat de zomer is begonnen.

Het hoeft niet altijd groots te zijn.

Soms zit het geluk gewoon op je bord.

De zomer staat in het keukenkastje

En dan bedenk ik me dat we nog meer soorten jam hebben staan.

Dat maakt het idee eigenlijk alleen maar leuker.

Want stel je nu eens voor dat er weer zo'n ochtend komt. Zo'n dag waarop je naar buiten kijkt en de lucht grijs is. Waarop de mist over het veld hangt en alles er een beetje somber uitziet.

Je hebt niet zo veel zin in de dag en het liefst zou je de zon een berichtje sturen met de vraag wanneer ze eindelijk weer eens langskomt.

Wat doe je dan?

Nou, misschien hoef je helemaal niet op haar te wachten.

Misschien loop je gewoon naar het keukenkastje.

Je pakt een potje jam, snijdt een paar boterhammen af en warmt het brood even op. Je schenkt iets te drinken in, gaat zitten en neemt rustig de tijd om te proeven.

En wie weet gebeurt er dan precies hetzelfde.

Misschien brengt een andere jam je wel naar een zomerse boomgaard. Of naar een tuin vol rijp fruit. Misschien doet een aardbeienjam je denken aan lange zomeravonden, terwijl een andere fruitige smaak je juist aan een zonnige vakantie herinnert.

Iedere smaak heeft tenslotte zijn eigen karakter.

En misschien heeft iedere pot wel een klein verhaal te vertellen.

Ik vind het een heerlijke gedachte.

Want als een potje abrikozenjam me op deze mistige ochtend al zo'n zonnig gevoel kan geven, wat zouden die andere smaken dan nog allemaal kunnen oproepen?

Dat vraagt natuurlijk om onderzoek.

Een heel aangenaam onderzoek, als je het mij vraagt.

Ik zie het al voor me. Op een dag waarop ik denk: was het maar zomer, loop ik naar de keuken, pak ik een potje jam en leg ik een paar boterhammen klaar.

Misschien trek ik er zelfs mijn korte broek bij aan.

Gewoon, omdat het kan.

Dan ga ik zitten, neem ik een hap en laat ik mijn gedachten de vrije loop.

Buiten mag het regenen, waaien of mistig zijn.

In mijn hoofd schijnt de zon.

En wie weet springen er ergens tussen mijn oren weer een paar jonge lammetjes vrolijk door het veld.

Soms begint de zomer met één hap

Als ik terugdenk aan deze ochtend, moet ik vooral glimlachen om het verschil tussen het begin en het einde.

Eerst die stille wereld vol mist. De frisse, vochtige geur. De honden die dicht bij me bleven en mijn eigen hartslag die zo luid leek in de stilte.

En daarna het warme brood, het nieuwe potje jam en die eerste hap.

Een hap die smaakte naar abrikoos, frisheid, zoetheid en sinaasappel. Een hap die me aan de zon deed denken en mijn gedachten zomaar naar een groen zomers veld stuurde.

Misschien is dat wel het mooie van eten.

Je proeft niet alleen wat er op je bord ligt. Soms proef je ook een gevoel, een herinnering of een verlangen. Soms brengt een smaak je even ergens anders, zonder dat je daarvoor de deur uit hoeft.

En soms heb je helemaal geen ingewikkelde omschrijving nodig.

Dan is het genoeg om te zeggen dat iets naar de zomer smaakt.

Dat je er vrolijk van wordt.

Dat je na de eerste hap zin krijgt om nog een boterham te smeren.

Voor mij heeft deze abrikozenjam dat vandaag voor elkaar gekregen.

De mist heeft de ochtend misschien grijs gemaakt, maar mijn ontbijt heeft er kleur aan gegeven.

En mocht er binnenkort weer zo'n dag komen waarop ik denk dat het nu toch echt wel eens zomer mag worden, dan weet ik wat me te doen staat.

Ik pak een potje jam.

Ik warm het brood op.

Ik trek mijn korte broek aan.

En ik proef de zon.

Want soms hoef je de zomer helemaal niet buiten te zoeken. Soms staat ze gewoon in een potje in je keukenkastje.

Reacties