Doorgaan naar hoofdcontent

Uitgelicht

De verdwijning van mijn witte Volkswagen Kever

De verdwijning van mijn witte Volkswagen Kever Een auto, een oom en een nogal bijzondere afwikkeling Een Kever met karakter In mijn vorige verhaal vertelde ik over mijn eerste auto, een witte Volkswagen Kever. Een auto die mij in mijn jonge jaren de vrijheid gaf om naar de Grafische MTS in Amsterdam te rijden, op zaterdag naar mijn baantje in Zaandam te gaan en zo nu en dan zonder enige bestemming achter het stuur te kruipen. Het was een Volkswagen Kever uit 1968, uitgerust met een elektrisch systeem van zes volt. Tegenwoordig klinkt dat misschien alsof je een museumstuk probeert te starten, maar destijds was het gewoon mijn auto. En daar was ik best trots op. Ik had er heel wat aan gesleuteld. Want een auto van die leeftijd heeft zo zijn gebruiksaanwijzingen, al staan die niet altijd in een boekje. Soms ontdek je ze vanzelf, meestal op een moment dat het je helemaal niet uitkomt. Ook mijn Kever ontkwam niet aan de tand des tijds. De slijtage begon zich te manifesteren en op een gegeve...

Een vroege ochtend vol regen, honden en koffie


Een vroege ochtend vol regen, honden en koffie

05:31 uur

Vanochtend word ik uit mezelf wakker.

Ik lig nog half onder mijn dekbed wanneer ik mijn ogen open en zonder veel nadenken naar de klok kijk.

05:31.

Ik knipper.

Kijk nog een keer.

Nee hoor. Echt 05:31.

"Phœ... dat is vroeg."

Het huis is stil. Zo'n diepe stilte waarin je ineens het zachte gezoem van iets in de kamer hoort en het tikken van de klok veel nadrukkelijker klinkt dan overdag. Buiten is het nog donker. Geen verkeer, geen stemmen, geen beweging achter de ramen.

Ik trek het dekbed nog even wat hoger op.

Maar ja...

De natuur dringt aan.

Daar valt weinig tegenin te brengen.

Dus ik stap uit bed.

De vloer voelt koel onder mijn voeten en met mijn nog half slapende hoofd schuifel ik naar beneden.

Het ontvangstcomité

Nog voordat ik goed en wel beneden ben, weet ik dat ik niet alleen ben.

Daar staan ze.

Het volledige ontvangstcomité. Vier honden.

Vier paar ogen volgen iedere beweging die ik maak.

De één staat al helemaal klaar, de ander heeft duidelijk besloten dat zitten voorlopig nog voldoende is, maar allemaal hebben ze dezelfde boodschap:

Eindelijk! Daar ben je!

Staarten tikken tegen deuren en meubels.

Tik.

Tik-tik.

Tik.

Ik probeer mijn stem laag te houden.

"Stt..."

Het is nog vroeg.

Heel vroeg.

Maar mijn zachte verzoek verdwijnt ergens tussen vier enthousiaste honden en hun plannen voor deze ochtend.

De fanfare is gelukkig niet meegekomen.

Dat scheelt.

Ik loop eerst maar even naar de wc. Terwijl ik daar zit, hoor ik boven en beneden de zachte bewegingen van de honden. Een nagel tikt over de vloer. Iemand schudt met zijn halsband. Een staart raakt een deur.

Dan denk ik:

"Weet je wat? Laat ik ze ook maar meteen even uit."

Een besluit dat op dat moment heel redelijk klinkt.

De deur naar de regen

Ik loop naar de deur en pak de klink.

Wanneer ik hem open, hoor ik het meteen.

Regen.

Het zachte geruis van honderden druppels die op de court vallen.

Ik blijf een moment staan.

De stenen buiten zijn donker en nat. In het schaarse licht glimmen de plassen alsof er een dun laagje glas overheen ligt. De lucht ruikt naar natte grond en koude stenen.

De honden staan achter me.

Eén van hen steekt zijn kop naar voren.

Hij kijkt naar buiten.

Dan naar mij.

Dan weer naar buiten.

Ik hoef niets te vragen.

Zijn gezicht spreekt boekdelen.

Moeten we echt?

"Ga maar."

Een voorzichtige stap.

Nog één.

Dan staat hij buiten.

Hij kijkt niet eens naar mij.

De neus gaat onmiddellijk omlaag.

Snuffelen.

Een meter verder.

Weer snuffelen.

De regen heeft de wereld voor hem blijkbaar opnieuw beschreven.

Waar ik alleen water ruik, ontdekt hij tientallen geuren. De natte stenen, de struik langs de kant, een spoor dat waarschijnlijk door een andere hond is achtergelaten.

Wie is hier vannacht geweest?

Wie heeft hier gelopen?

Welke kat heeft daar gezeten?

Welke hond heeft zijn eigen ochtendroute al afgelegd?

Zijn neus gaat alle kanten op.

Voor mij is het een natte court.

Voor hem ligt er een compleet dossier.

De andere honden komen inmiddels ook naar buiten.

Voorzichtig eerst.

Maar uiteindelijk wint de nieuwsgierigheid het van de regen.

En dan komt het moment

Na een tijdje is het wel genoeg.

We gaan naar binnen.

Ik doe de deur dicht en denk dat we het ergste gehad hebben.

Tot ik me iets herinner.

Natte honden.

Ik heb vier natte honden binnengehaald.

En een natte hond heeft maar één doel.

Droog worden.

De eerste hond zet zijn poten stevig neer.

Ik zie de kop al bewegen.

"O nee..."

Te laat.

De kop schiet naar links.

Naar rechts.

Het hele lichaam volgt.

De oren klappen tegen zijn kop.

Druppels vliegen door de lucht.

Op de vloer.

Tegen de muur.

Tegen mijn broek.

Op mijn armen.

Een koude nevel spat tegen mijn gezicht.

Ik sta daar en voel het water langs mijn huid lopen.

De hond kijkt mij aan.

Volkomen tevreden.

Alsof hij zojuist een uiterst doeltreffende handdoek heeft gebruikt.

En dan besluit nummer twee dat het zijn beurt is.

Weer dat bekende geluid.

Ffffrrrtttt!

Nog een schudbeurt.

Nog meer water.

Ik veeg met mijn hand over mijn gezicht.

"Ja hoor."

De honden hebben hun jas drooggeschud.

Ik heb een douche gehad.

En het is nog steeds geen zes uur.

Terug naar mijn warme bed

Op dat moment weet ik genoeg.

Ik heb er even helemaal genoeg van.

Ik trek de deur achter de honden dicht, kijk nog één keer naar buiten en zie de regen nog altijd op de court vallen.

Het water tikt op de stenen.

Tik.

Tik-tik.

Tik.

Ik besluit dat mijn bijdrage aan deze ochtend voorlopig voldoende is geweest.

Terug naar bed.

Boven voelt de slaapkamer heerlijk warm.

Ik schuif weer onder het dekbed en voel de warmte onmiddellijk om me heen trekken. Mijn kussen heeft nog de vorm van mijn hoofd. Ik draai me om, trek de deken tot aan mijn schouders en sluit mijn ogen.

Ik val toch niet meer in slaap.

Dat weet ik zeker.

Of tenminste...

Dat denk ik.

Ik hoor de regen nog zachtjes tegen het raam.

De kamer is donker.

Mijn ademhaling wordt rustiger.

Mijn gedachten worden vager.

En ergens tussen "ik slaap echt niet meer" en helemaal niets meer, moet het gebeurd zijn.

08:06 uur

Wanneer ik opnieuw wakker word, is het eerste wat ik zie:

08:06.

Ik moet even lachen.

Dus toch.

Ik ben tóch weer in slaap gevallen.

Ik blijf nog een paar seconden liggen.

Dan komt de belangrijkste gedachte van de ochtend.

Koffie.

Niet misschien koffie.

Niet straks koffie.

Nee.

Koffie.

Ik stap uit bed en loop naar beneden.

De vloer voelt nu minder koud dan om 05:31. Door de ramen valt inmiddels daglicht naar binnen. Geen fel zonlicht, maar dat zachte licht dat na een regenachtige ochtend alles een beetje helder en schoon maakt.

En ja hoor.

Daar staan ze.

Het ontvangstcomité.

Weer vier honden.

Weer vier paar ogen.

Alsof ik urenlang weg ben geweest.

Alsof ze mij opnieuw welkom moeten heten.

Eén staart begint te bewegen.

Een tweede volgt.

Daar gaat het getik tegen de kast weer.

Tik.

Tik-tik.

Ik kijk ze aan.

"Ja ja, ik ben er al."

Koffie als officiële start

Ik zet de koffie aan.

Het apparaat begint te brommen.

Even later klinkt het bekende pruttelen.

De geur van verse koffie trekt langzaam door de keuken.

Dat is het moment waarop ik merk dat mijn hoofd eindelijk wakker wordt.

Ik pak mijn kopje.

De warmte trekt door mijn handen.

Eerste slok.

Warm.

Bitter.

Precies goed.

Buiten glinsteren de natte stenen nog steeds.

Op sommige plekken liggen kleine plassen waarin het ochtendlicht weerspiegelt.

De honden zijn inmiddels alweer droog.

Geen spoor meer van hun nachtelijke avontuur.

Alsof er niets gebeurd is.

Alsof ik niet om 05:31 uur met slaperige ogen naar vier honden heb gekeken.

Alsof er geen regen was.

Alsof ik geen gratis douche heb gekregen.

Voor hen is het gewoon ochtend.

En eerlijk gezegd begin ik dat gevoel over te nemen.

Een nieuwe dag

Ik kijk nog eens naar buiten.

De regen heeft de wereld gewassen.

De bladeren zijn donker en glanzend.

Druppels hangen aan de takken.

Op de court liggen nog steeds de sporen van de regen.

Binnen ruikt het naar koffie.

Mijn handen voelen warm om het kopje.

Achter me hoor ik een hondenriem zacht tegen de kast tikken.

Een hond zucht.

Een ander schuift met zijn poten over de vloer.

Ik weet al wat er straks weer gaat gebeuren.

We gaan naar buiten.

Misschien regent het nog.

Misschien niet.

De honden zullen opnieuw hun neus in de lucht steken en precies weten welke verhalen zich vannacht hier hebben afgespeeld.

Ik zal waarschijnlijk achter ze aanlopen.

En ergens zal ik opnieuw denken dat ze het leven toch een stuk eenvoudiger bekijken dan wij mensen.

Nu eerst koffie.

De klok is inmiddels 08:06.

De ochtend die om 05:31 zo onmenselijk vroeg begon, voelt ineens helemaal niet meer zo vroeg.

Er staat een nieuwe dag voor de deur.

Letterlijk.

En het ontvangstcomité staat er al.

Vier honden.

Vier staarten.

Vier paar ogen.

En ik?

Ik heb mijn koffie.

Meer heb je soms niet nodig om een nieuwe dag goed te beginnen.

Reacties