Doorgaan naar hoofdcontent

Uitgelicht

De verdwijning van mijn witte Volkswagen Kever

De verdwijning van mijn witte Volkswagen Kever Een auto, een oom en een nogal bijzondere afwikkeling Een Kever met karakter In mijn vorige verhaal vertelde ik over mijn eerste auto, een witte Volkswagen Kever. Een auto die mij in mijn jonge jaren de vrijheid gaf om naar de Grafische MTS in Amsterdam te rijden, op zaterdag naar mijn baantje in Zaandam te gaan en zo nu en dan zonder enige bestemming achter het stuur te kruipen. Het was een Volkswagen Kever uit 1968, uitgerust met een elektrisch systeem van zes volt. Tegenwoordig klinkt dat misschien alsof je een museumstuk probeert te starten, maar destijds was het gewoon mijn auto. En daar was ik best trots op. Ik had er heel wat aan gesleuteld. Want een auto van die leeftijd heeft zo zijn gebruiksaanwijzingen, al staan die niet altijd in een boekje. Soms ontdek je ze vanzelf, meestal op een moment dat het je helemaal niet uitkomt. Ook mijn Kever ontkwam niet aan de tand des tijds. De slijtage begon zich te manifesteren en op een gegeve...

Wonen in Frankrijk bij 40 Graden: Onze Ervaringen in Montcourt


Veertig graden in Frankrijk

De zon hing als een koperen schild boven de velden van Montcourt. De lucht trilde boven het asfalt, de stenen muren straalden warmte uit alsof ze zelf een oven waren geworden. Zelfs de krekels leken hun gezang te hebben vertraagd.

In het dorp was het stil.

De luiken zaten dicht. De cafés waren leeg. Geen mens waagde zich op het plein. De Fransen hadden zich teruggetrokken achter dikke muren, een glas water binnen handbereik, wachtend tot de avond genade zou brengen.

Een schuur die niet zweeg

Alleen in een schuur aan de rand van het dorp werd nog gewerkt.

Niet veel. Een paar bewegingen slechts. Een bezem verzetten. Een gereedschapskist ordenen. Een plank recht leggen. Eigenlijk was elke inspanning al te veel. Het zweet liep onmiddellijk over de rug. De lucht stond stil als in een kathedraal zonder ramen.

Verbaasde blikken

Buiten passeerde af en toe een dorpsbewoner.

Hij keek naar de openstaande schuurdeur.

Daar stonden de Nederlanders.

Rustig bezig. Niet haastig, niet verstandig misschien, maar bezig.

Dan volgde steevast hetzelfde ritueel. Een korte blik naar de hemel. Een blik naar de thermometer die genadeloos veertig graden aanwees. Vervolgens een langzaam schudden van het hoofd.

Die Nederlanders.

Alsof zij een geheime overeenkomst hadden gesloten met de zon zelf.

Een andere manier van denken

De Fransen begrepen het niet. Waarom zou iemand op zo'n dag vrijwillig een schroef aandraaien, een kar verplaatsen of een vloer vegen? Dit was geen dag voor arbeid. Dit was een dag voor overleven.

Maar de Nederlanders gingen door.

Niet uit koppigheid alleen, maar uit een diepgeworteld geloof dat er altijd wel iets gedaan kon worden. Al was het maar vijf minuten. Al was het maar één plank.

De stilte en het geluid van arbeid

En zo ontstond een merkwaardig schouwspel.

Het dorp lag stil onder de brandende hemel van Bourgogne, als een koninkrijk dat een siësta had afgekondigd. Achter gesloten luiken droomde men van koelte en schaduw.

Terwijl in die ene schuur het zachte geluid van arbeid bleef klinken.

Geen heldendaad.

Geen groot project.

Slechts een paar mensen die vonden dat de dag, hoe verzengend ook, niet volledig verloren hoefde te gaan.

De kleine dwaasheid

En telkens wanneer een Fransman voorbijliep en opnieuw zijn hoofd schudde, leek het alsof hij dacht:

"Ze zijn gek, die Nederlanders."

Misschien had hij gelijk.

Maar tegen de achtergrond van de zinderende hitte gaf juist die kleine dwaasheid de dag zijn grandeur. Niet de overwinning op de warmte, want die was onmogelijk. Maar het koppige, bijna heroïsche besluit om ondanks alles toch nog even iets te doen.

Reacties