Wonen in Frankrijk bij 40 Graden: Onze Ervaringen in Montcourt
Veertig graden in Frankrijk
De zon hing als een koperen schild boven de velden van Montcourt. De lucht trilde boven het asfalt, de stenen muren straalden warmte uit alsof ze zelf een oven waren geworden. Zelfs de krekels leken hun gezang te hebben vertraagd.
In het dorp was het stil.
De luiken zaten dicht. De cafés waren leeg. Geen mens waagde zich op het plein. De Fransen hadden zich teruggetrokken achter dikke muren, een glas water binnen handbereik, wachtend tot de avond genade zou brengen.
Een schuur die niet zweeg
Alleen in een schuur aan de rand van het dorp werd nog gewerkt.
Niet veel. Een paar bewegingen slechts. Een bezem verzetten. Een gereedschapskist ordenen. Een plank recht leggen. Eigenlijk was elke inspanning al te veel. Het zweet liep onmiddellijk over de rug. De lucht stond stil als in een kathedraal zonder ramen.
Verbaasde blikken
Buiten passeerde af en toe een dorpsbewoner.
Hij keek naar de openstaande schuurdeur.
Daar stonden de Nederlanders.
Rustig bezig. Niet haastig, niet verstandig misschien, maar bezig.
Dan volgde steevast hetzelfde ritueel. Een korte blik naar de hemel. Een blik naar de thermometer die genadeloos veertig graden aanwees. Vervolgens een langzaam schudden van het hoofd.
Die Nederlanders.
Alsof zij een geheime overeenkomst hadden gesloten met de zon zelf.
Een andere manier van denken
De Fransen begrepen het niet. Waarom zou iemand op zo'n dag vrijwillig een schroef aandraaien, een kar verplaatsen of een vloer vegen? Dit was geen dag voor arbeid. Dit was een dag voor overleven.
Maar de Nederlanders gingen door.
Niet uit koppigheid alleen, maar uit een diepgeworteld geloof dat er altijd wel iets gedaan kon worden. Al was het maar vijf minuten. Al was het maar één plank.
De stilte en het geluid van arbeid
En zo ontstond een merkwaardig schouwspel.
Het dorp lag stil onder de brandende hemel van Bourgogne, als een koninkrijk dat een siësta had afgekondigd. Achter gesloten luiken droomde men van koelte en schaduw.
Terwijl in die ene schuur het zachte geluid van arbeid bleef klinken.
Geen heldendaad.
Geen groot project.
Slechts een paar mensen die vonden dat de dag, hoe verzengend ook, niet volledig verloren hoefde te gaan.
De kleine dwaasheid
En telkens wanneer een Fransman voorbijliep en opnieuw zijn hoofd schudde, leek het alsof hij dacht:
"Ze zijn gek, die Nederlanders."
Misschien had hij gelijk.
Maar tegen de achtergrond van de zinderende hitte gaf juist die kleine dwaasheid de dag zijn grandeur. Niet de overwinning op de warmte, want die was onmogelijk. Maar het koppige, bijna heroïsche besluit om ondanks alles toch nog even iets te doen.
Reacties