Tweede Pinksterdag in Montcourt: leven in een Frans dorp
Op tweede pinksterdag in Montcourt leek de tijd besloten te hebben een stap opzij te doen.
Onder de rode parasol lag het licht gefilterd over de oude stenen tafel, alsof zelfs de zon wist dat haast hier ongepast was. De warmte van de middag hing zacht in de lucht, niet zwaar, maar precies genoeg om je schouders te laten zakken en je gedachten langzamer te maken.
Rondom mij vulden geluiden de stilte zonder haar te verstoren. Mussen tjilpten bedrijvig in de struiken, alsof ze belangrijke zaken te bespreken hadden, terwijl zwaluwen hoog daarboven hun snelle bogen door de lucht trokken en kwetterend de hemel doorkliefden.
Af en toe, van ver weg, rolde het geluid van de kerkklok over het landschap. Geen dringend geluid, geen herinnering aan tijd die wegtikt, maar eerder een zachte bevestiging dat de dag voortging zoals dagen dat al eeuwen doen.
Op de tafel lag een stukje kaas, eenvoudig en precies goed. Daarnaast een glas wijn waarin het licht danste. Niets bijzonders misschien — en juist daarom alles. Ik nam een slok, proefde de warmte van de middag, en keek op.
Daar zat mijn geliefde.
Niet bezig iets te bewijzen, niet op weg naar iets groters, niet verlangend naar morgen. Alleen daar. Aan dezelfde tafel, onder dezelfde rode parasol, in dezelfde rustige middag.
Ik keek en dacht: wat wil een mens nog meer?
En meteen kwam het eerlijke antwoord: o ja, zoveel.
Er zijn altijd wensen.
Dingen die nog moeten gebeuren, dromen die nog wachten, verlangens die zacht blijven trekken aan de rand van het hart.
Maar niet nu.
Nu was het goed.
En soms, bedacht ik, is dat misschien wel het grootste geluk: niet dat alles compleet is, maar dat je heel even niets mist.
Reacties