Lijstjes voor ons leven en werkzaamheden in Frankrijk
Er zat een mannetje in zijn hoofd.
Niet echt natuurlijk — meer zo’n stemmetje met een clipboard.
“Dit nog.”
“Vergeet dat niet.”
“O ja, straks even…”
“Je loopt achter.”
“Schiet op.”
En iedere ochtend stond dat mannetje al klaar vóór de koffie.
Hij maakte lijstjes.
Lijstjes van dingen die hij moest doen.
En lijstjes van lijstjes die hij vergeten was.
Soms liep hij door het huis alsof hij te laat was voor iets belangrijks, terwijl er nergens een klok afliep.
Dan keek hij ineens om zich heen.
De zon stond gewoon stilletjes in de kamer.
De planten hingen er relaxed bij.
Buiten fietste iemand langzaam voorbij alsof de wereld alle tijd had.
Maar in zijn hoofd rende alles door.
Hij noemde het zelf:
“Jezelf voorbijlopen.”
Alsof hij voortdurend iemand probeerde in te halen die nergens naartoe ging.
En dan hoorde hij soms de stem van zijn opa.
Of misschien van zijn vader.
Van die stemmen die niet hard hoeven te praten omdat ze al jaren in je zitten.
“Geen excuus.”
Dat zei opa vroeger altijd.
Maar later begreep hij dat daar nóg iets achter zat.
“Er is tijd.”
“Neem je tijd.”
Niet lui worden.
Niet opgeven.
Maar ook niet doen alsof het leven een wedstrijd is die je alleen wint door te haasten.
Op een middag ging hij zitten.
Gewoon zitten.
Geen telefoon.
Geen lijstje.
Geen haastige gedachten die meteen opgelost moesten worden.
Eerst voelde dat ongemakkelijk.
Alsof hij spijbelde van zijn eigen drukte.
Toen hoorde hij de vogels.
De koelkast die bromde.
Iemand die verderop lachte.
En heel langzaam werd het stiller in zijn hoofd.
Het mannetje met het clipboard zat er nog wel.
Maar zelfs die leek moe geworden.
“Misschien morgen,” mompelde het.
Hij glimlachte.
Want voor het eerst in lange tijd voelde hij dat tijd niet achter hem aanrende.
Tijd liep gewoon naast hem mee.
Reacties